Parlementaire vraag nr. 562 van de heer Lano van 12.01.2001
VRAAG 01/562
Vraag nr. 562 van de heer Lano dd. 12.01.2001
Bull. nr. 826, pag. 1474-1477
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11893-11894
Autokosten - Sociale inspecteurs - Dienstverplaatsingen
VRAAG
Luidens de bepalingen van artikel 49 WIB 1992 mogen alle loontrekkers, met inbegrip van alle sociale en fiscale ambtenaren mits passende bewijsvoering hun werkelijke beroepskosten in mindering brengen van hun beroepsinkomsten.
Het aftrekbare beroepsgedeelte bestaat hoofdzakelijk uit de verplaatsingskosten gedaan met een persoonlijk autovoertuig of met een gezinswagen zowel vanuit de woonplaats naar de vaste plaats van tewerkstelling als vanuit de woonplaats of maatschappelijke zetel van werknemers, werkgevers en/of belastingplichtigen.
De werkelijk bewezen verplaatsingskosten om tijdens de middagpauze terug te keren naar de woonof verblijfplaats vormen daarbij eveneens aftrekbare beroepskosten.
Op die beroepsmatige autokosten dienen de beperkingen ingesteld bij artikel 66 WIB 92 in principe steeds strikt te worden toegepast.
Krachtens artikel 5 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 werd de administratieve standplaats van de sociale inspecteurs en adjunct-inspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers" voortaan vastgesteld in de gemeente van hun woonplaats. Krachtens artikel 7 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 ontvangen deze sociale ambtenaren zelfs alle nodige uitrusting om in hun woonplaats het vereiste administratieve werk uit te voeren ter vervulling van hun wettelijke opdracht.
Logischerwijze volgt hieruit onbetwistbaar dat alle dienstverplaatsingen alleen trajecten kunnen betreffen vanaf de woon- of verblijfplaats naar verschillende adressen van werkgevers, werknemers en diverse administratieve sociale, fiscale en gerechtelijke diensten en geenszins kunnen worden gelijkgesteld met een woon-werkverkeer met toepassing van de forfaitaire 6 frank-regel.
1. Kan de algemene zienswijze worden bijgetreden dat voor al deze dienstverplaatsingen de beoogde aftrekbare beroepskosten voor het gebruik door die sociale inspecteurs van een personenwagen of gezinswagen uitsluitend de fiscale beperking geldt waarvan sprake in artikel 66, § 1, WIB 1992 (75 %-regel)?
2. Zo neen, om welke gegronde redenen zou de 6 frank-regel toch van toepassing zijn?
ANTWOORD
Krachtens artikel 5 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 hebben de inspecteurs en adjunct-inspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers" hun administratieve standplaats in de gemeente van hun woonplaats zo deze in de toegewezen regio ligt of in de eerste gemeente binnen de toegewezen regio vertrekkende van hun woonplaats wanneer de gemeente van hun woonplaats geen deel uitmaakt van de toegewezen regio.
De autokosten van de inspecteurs en de adjunctinspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers " voor beroepsverplaatsingen van hun administratieve standplaats naar werkgevers, werknemers en diverse administratieve diensten zijn ten belope van 75 % van hun werkelijk bedrag als beroepskosten aftrekbaar (met uitzondering van de brandstof-, financieringsen mobilofoonkosten die volledig aftrekbaar zijn).
De kilometervergoeding die de betrokken ambtenaren voor die dienstreizen van de Staat ontvangen en die als eigen kosten van de werkgever worden aangemerkt, moeten echter van het bedrag van de beroepskosten in verband met de bedoelde verplaatsingen worden afgetrokken.
Overeenkomstig artikel 66, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten voor de inspecteurs van wie de gemeente van hun woonplaats geen deel uitmaakt van de toegewezen regio, de autokosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen hun woonplaats en de administratieve standplaats daarentegen forfaitair op 6 frank per afgelegde kilometer worden bepaald.
Vraag nr. 562 van de heer Lano dd. 12.01.2001
Bull. nr. 826, pag. 1474-1477
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11893-11894
Autokosten - Sociale inspecteurs - Dienstverplaatsingen
VRAAG
Luidens de bepalingen van artikel 49 WIB 1992 mogen alle loontrekkers, met inbegrip van alle sociale en fiscale ambtenaren mits passende bewijsvoering hun werkelijke beroepskosten in mindering brengen van hun beroepsinkomsten.
Het aftrekbare beroepsgedeelte bestaat hoofdzakelijk uit de verplaatsingskosten gedaan met een persoonlijk autovoertuig of met een gezinswagen zowel vanuit de woonplaats naar de vaste plaats van tewerkstelling als vanuit de woonplaats of maatschappelijke zetel van werknemers, werkgevers en/of belastingplichtigen.
De werkelijk bewezen verplaatsingskosten om tijdens de middagpauze terug te keren naar de woonof verblijfplaats vormen daarbij eveneens aftrekbare beroepskosten.
Op die beroepsmatige autokosten dienen de beperkingen ingesteld bij artikel 66 WIB 92 in principe steeds strikt te worden toegepast.
Krachtens artikel 5 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 werd de administratieve standplaats van de sociale inspecteurs en adjunct-inspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers" voortaan vastgesteld in de gemeente van hun woonplaats. Krachtens artikel 7 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 ontvangen deze sociale ambtenaren zelfs alle nodige uitrusting om in hun woonplaats het vereiste administratieve werk uit te voeren ter vervulling van hun wettelijke opdracht.
Logischerwijze volgt hieruit onbetwistbaar dat alle dienstverplaatsingen alleen trajecten kunnen betreffen vanaf de woon- of verblijfplaats naar verschillende adressen van werkgevers, werknemers en diverse administratieve sociale, fiscale en gerechtelijke diensten en geenszins kunnen worden gelijkgesteld met een woon-werkverkeer met toepassing van de forfaitaire 6 frank-regel.
1. Kan de algemene zienswijze worden bijgetreden dat voor al deze dienstverplaatsingen de beoogde aftrekbare beroepskosten voor het gebruik door die sociale inspecteurs van een personenwagen of gezinswagen uitsluitend de fiscale beperking geldt waarvan sprake in artikel 66, § 1, WIB 1992 (75 %-regel)?
2. Zo neen, om welke gegronde redenen zou de 6 frank-regel toch van toepassing zijn?
ANTWOORD
Krachtens artikel 5 van het ministerieel besluit van 11 mei 1995 hebben de inspecteurs en adjunct-inspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers" hun administratieve standplaats in de gemeente van hun woonplaats zo deze in de toegewezen regio ligt of in de eerste gemeente binnen de toegewezen regio vertrekkende van hun woonplaats wanneer de gemeente van hun woonplaats geen deel uitmaakt van de toegewezen regio.
De autokosten van de inspecteurs en de adjunctinspecteurs van de afdeling "Controle der werkgevers " voor beroepsverplaatsingen van hun administratieve standplaats naar werkgevers, werknemers en diverse administratieve diensten zijn ten belope van 75 % van hun werkelijk bedrag als beroepskosten aftrekbaar (met uitzondering van de brandstof-, financieringsen mobilofoonkosten die volledig aftrekbaar zijn).
De kilometervergoeding die de betrokken ambtenaren voor die dienstreizen van de Staat ontvangen en die als eigen kosten van de werkgever worden aangemerkt, moeten echter van het bedrag van de beroepskosten in verband met de bedoelde verplaatsingen worden afgetrokken.
Overeenkomstig artikel 66, § 4, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten voor de inspecteurs van wie de gemeente van hun woonplaats geen deel uitmaakt van de toegewezen regio, de autokosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen hun woonplaats en de administratieve standplaats daarentegen forfaitair op 6 frank per afgelegde kilometer worden bepaald.
Bron: FisconetPlus
