Parlementaire vraag nr. 1447 van de heer de Clippele van 25.07.2001

VRAAG 01/1447

Vraag nr. 1447 van de heer de Clippele dd. 25.07.2001


Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-46, blz. 2418-2419

Bull. nr. 833, pag. 214-216

Meerwaarden - Herbelegging

VRAAG

Wat betreft het hergebruik in de vorm van materiële vaste activa binnen de periode van drie jaar die volgt op de realisatie van de meerwaarde, leidt het geen twijfel dat het goed dat door het hergebruik wordt verworven een goed kan zijn dat gehuurd wordt met een financiering (rondzendbrief nr. CIRH 421/443.775 van 8 juli 1993). Vandaar dat het gebruiksrecht op lange termijn van de gebouwde panden waarover de onderneming krachtens een erfpacht- of oppervlaktecontract beschikt, boekhoudkundig verwerkt moeten worden als materiële vaste activa in de rubriek « Huur met financiering en soortgelijke rechten » en naar de erfpacht- of oppervlaktebalans moeten worden overgebracht wanneer de termijnbijdragen die verschuldigd zijn krachtens het contract de volledige samenstelling van het geïnvesteerde kapitaal zonder de interesten en de lasten van de verrichting dekken (artikel 95, § 1, II.D, van het koninklijk besluit van 30 januari 2001, tot uitvoering van het Wetboek van ondernemingen).

Wat betreft een hergebruik in de vorm van een gebouwd pand binnen een periode van vijf jaar na de realisatie van de meerwaarde, vraag ik mij af of het goed dat in hergebruik verworven wordt, ook een erfpachtrecht kan zijn, wanneer de wetgeving op het vlak van boekhouding voorschrijft dat die rechten moeten worden overgedragen in aflosbare materiële vaste activa. Aangezien er in de wetgeving op het vlak van boekhouding of de fiscale wetgeving nergens een verklaring is te vinden voor de term « gebouwd pand », een term die voorkomt in artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, had ik graag uw standpunt gekend betreffende de aanvaarding van die term.

Volgens mij is het niet in strijd met de bedoeling van de wetgever, die erin bestond de belastingplichtige die kiest voor een hergebruik in de vorm van een gebouwd pand, een schip of een luchtvaartuig een langere periode voor hergebruik te geven, of met de filosofie van artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, die erin bestaat een gespreide heffing toe te laten aan de hand van de verwerping van de afschrijvingen van het door hergebruik verworven goed, wanneer de belastingplichtige in hergebruik binnen een periode van vijf jaar na de realisatie van de meerwaarde een erfpachtrecht verwerft dat in de boekhouding als materiële vaste activa wordt opgenomen volgens de van kracht zijnde boekhoudkundige regelgeving.

ANTWOORD

Het is juist dat de in artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gebruikte bewoordingen « immateriële en materiële vaste activa », overeenkomstig artikel 2, § 7, van hetzelfde wetboek, de betekenis hebben die daaraan wordt toegekend door de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen.

Daarentegen, wat betreft de in artikel 47, § 4, eerste lid, van hetzelfde wetboek voorziene afwijking die slaat op de aard van de goederen voor welke de termijn van 5 jaar van toepassing kan zijn, is de wetgever bewust afgeweken van de boekhoudkundige begrippen door de bewoordingen « gebouwd onroerend goed, vaartuig of vliegtuig » te gebruiken.

Ik meen dan ook dat men zich voor deze laatste bewoordingen moet houden aan de definities die gewoonlijk in het gemeen recht worden aanvaard.

Derhalve kunnen enkel de in eigendom verworven gebouwde onroerende goederen, vaartuigen of vliegtuigen overeenkomstig artikel 47, § 4, eerste lid, van het voormelde wetboek een nuttige herbeleggingstermijn van 5 jaar verkrijgen.