Parlementaire vraag nr. 1013 van mevrouw Pieters van 25.11.2005
VRAAG 05/1013
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 112, blz. 21103-21109
Opsporingen en inventariscontroles door de taxatiambtenaren uitgevoerd na de diensturen en tijdens weekends
VRAAG
Naar verluidt zouden de aanslag- of verificatieambtenaren van zowel de klassieke diensten als inzonderheid van de controlecentra verbonden aan de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit (BTW en inkomstenbelastingen) van hun lokale managers, directies of diensthoofden regelmatig de opdracht krijgen om ook 's avonds en tijdens de weekends in hun vrije tijd alsook naar aanleiding van hun private aankopen of persoonlijke investeringen zowel gerichte als onopvallende polyvalente opsporingen en inventariscontroles te verrichten onder andere in horecazaken, bij zelfstandigen, in winkels voor particulieren, bij doe-het-zelfzaken en bij KMO's.
Terzake rijzen de volgende algemene praktische en procedurele vragen.
1.
| a) | Werden hieromtrent zowel op BTW- als op belastingsvlak inderdaad recentelijk algemene specifieke instructies of gelijktijdige nationale onderrichtingen uitgevaardigd of gaat het hier om individuele acties of losstaande controles van ijverige ambtenaren? |
| b) | Op welke concrete punten mogen zo'n onderzoeksdaden eventueel wel betrekking hebben en hoe moeten die controleagenten zich vooraf legitimeren ten overstaan van de al dan niet stiekem gecontroleerde belastingplichtigen? |
2.
| a) | Wat is de juridische waarde en de bewijskracht van dergelijke vaststellingen of toezichten buiten de diensturen? |
| b) | Is er bij zulke praktijken wel degelijk sprake van een eerlijk proces en van een rechtmatige bewijsgaring en is de privacy van de belastingplichtigen voldoende beschermd? |
3. Vinden u en uw fiscale administraties het gepast en loyaal dat de belasting- en BTW-ambtenaren na de kantooruren en tijdens de weekends zowel onopvallende als gerichte opsporingen, inventariscontroles en/ of verificaties verrichten al dan niet in aanwezigheid van hun gezinsleden en/of hun familie en vrienden?
4.
| a) | Worden voor het uitvoeren van dergelijke vaststellingen en het opstellen van gebeurlijke processenverbaal aan die onderzoekende BTW- en belastingambtenaren speciale al dan niet belastbare vergoedingen of extra premies wegens overuren toegekend? |
| b) | Zo ja, hoeveel bedragen die vergoedingen voor het opstellen van processen-verbaal zowel inzake indirecte als inzake directe belastingen of daarmee gelijkgestelde belastingen en op grond van welk koninklijk besluit worden ze gebeurlijk verleend? |
5. Behoren al dergelijke onderzoeksdaden niet veeleer uitsluitend tot het actieterrein van de gespecialiseerde en daartoe deskundig opgeleide nationale opsporingsdienstenen secties?
6. Op welke tijdstippen mogen of moeten dergelijke verificaties buiten de gewone kantooruren worden verricht door de aanslagambtenaren van die beide taxatiesectoren ?
7. Moeten voornoemde onderzoekingen niet veeleer steeds geschieden met volkomen respect voor het beroepsgeheim, met maximale discretie en loyauteit en met perfecte inachtneming van alle andere deontologische voorschriften en rechtsbeginselen?
8. Kan u, ongeacht het al dan niet veelvuldig of uitzonderlijk bestaan van al deze onderzoekspraktijken buiten de diensturen, zowel op het stuk van de BTWals op het stuk van de directe belastingen afzonderlijk en punt per punt uw algemene en huidige ziens- en handelwijze meedelen in het licht van onder meer de wettelijke bepalingen van de artikelen 315, 315bis, 316, 317, 319, 320, 333 en 337 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, de artikelen 62, 73
octies en 93
bis van het BTW-Wetboek en van alle beginselen van behoorlijk bestuur en al uw betrokken aanslagambtenaren hieromtrent gevoelig sensibiliseren?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 06.03.2006)
1.
| a) | Krachtens artikel 59 van het BTW-Wetboek kunnen de overtredingen van het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, door de administratie bewezen worden door onder andere de processenverbaal van de ambtenaren van het ministerie van Financiën. |
| Krachtens artikel 176 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 1992), in uitvoering van artikel 300 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), zijn de ambtenaren van de directe belastingen bevoegd om overtredingen op te sporen en om, zelfs alleen, processen-verbaal inzake directe belastingen op te stellen. | |
| Daarnaast behoort het tot de specifieke taak van de ambtenaren van de controlecentra van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit om gerichte opsporingen uit te voeren om zo de grondige controle voor te bereiden van de dossiers die ze zullen moeten behandelen in de loop van de volgende controleperiode. De verificatieteams van de controlecentra kunnen eveneens beroep doen op de ambtenaren van de lokale opsporingen voor de uitvoering van deze gerichte opsporingen. Ook de ambtenaren van de administratie van de directe belastingen en van de BTW-Administratie hebben de mogelijkheid om in welbepaalde gevallen gerichte opsporingen te verrichten. | |
| Er werden recentelijk ter zake geen specifieke instructies of opdrachten gegeven aan de betrokken diensten. | |
| b) |
De onderzoeksdaden van de ambtenaren hebben betrekking op alle elementen die de heffing van de belasting noodzakelijk maken zoals bijvoorbeeld het nazicht van de juistheid en regelmatigheid van dagboeken en ontvangstenboeken, het controleren van het afleveren van rekeningen en ontvangstbewijzen (horeca), controles van leveringen aan afnemersbelastingplichtigen verdoezeld als verkopen aan particulieren (schijn-particulieren), inventariscontroles, onderzoek van klachten, enzovoort.
Bij het maken van aantekeningen is het noch verboden noch voorgeschreven dat de ambtenaren vooraf hun hoedanigheid dienen kenbaar te maken, tenzij zij erom worden verzocht. Opdat het procesverbaal geldig zou zijn, moet het naast de vaststellingen ook de naam, de hoedanigheid en de handtekening van de ambtenaar bevatten, alsook de datum waarop de vaststellingen zijn gedaan en de datum waarop het is opgesteld.
|
2. De bewijslast berust in principe bij de administratie die hiertoe beschikt over alle middelen van het gemeen recht, met inbegrip van getuigen en vermoedens, maar uitgezonderd de eed (artikel 59 van het BTW-Wetboek en artikel 340, WIB 1992).
Op het vlak van de BTW hebben vaststellingen opgetekend in een proces-verbaal bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.
Op het vlak van directe belastingen hebben de opgestelde processen-verbaal de waarde van gewone inlichtingen.
3. Er is op geen enkele wijze sprake van een verplichting die de ambtenaren oplegt een proces-verbaal op te maken van de vaststellingen die zij hebben waargenomen in hun persoonlijke levenssfeer. Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 1 is het evenwel voorzien dat een fiscaal ambtenaar de feiten die in contradictie zijn met de objectieven van zijn professioneel engagement en die hij perfect op een discrete en oordeelkundige wijze kan signaleren, kan vastleggen in een procesverbaal. Evenwel dient de ambtenaar hierbij het beroepsgeheim waaraan hij onderworpen is (artikel 337, WIB 1992, en artikel 93
bis, eerste lid, BTW-Wetboek) te eerbiedigen.
4.
a) |
Enkel wegens het opstellen van processen-verbaal voor inbreuken vastgesteld bij overtredingen inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wordt een toelage toegekend.
De personen bevoegd voor het opstellen van processenverbaal zijn de personen opgenomen in artikel 14 van het koninklijk besluit van 8 juli 1970 (Belgisch Staatsblad van 15 september 1970) houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomsten belastingen gelijkgestelde belastingen.
Deze toelage wordt onder andere toegekend bij overtredingen inzake:
|
- verkeersbelasting voor niet-geauto-matiseerde voertuigen zoals: vrachtauto's, tractors en autobussen, aanhangwagens en opleggers met een MTM - (maximum toegelaten massa - van minsten 3 501 kg), aanhangwagens die niet bij de Dienst voor Inschrijving van de Voertuigen (DIV) moeten worden ingeschreven en voertuigen voorzien van een handelaarsplaat, tijdelijke plaat of proefrittenplaat;
- belasting op de automatische ontspanningstoestellen;
- belasting op de spelen en de weddenschappen.
b) |
Voornoemde toelage wordt geregeld bij Ministerieel besluit van 6 juli 1994 (Belgisch Staatsblad van 14 juli 1994) betreffende de toekenning van toelagen wegens het opstellen van processenverbaal voor inbreuken vastgesteld inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde taksen.
Het bedrag van deze toelage wordt vastgesteld op basis van volgende lijst:
|
| ___________________________________________________________________________________ ____________ |
|
Sommes réclamées au contrevenant (total des taxes éludées, décimes additionnels provinciaux, communaux et d'agglomération, accroissements et amendes administratives)
-
Sommen van de overtreder gevraagd (totaal der ontdoken taksen, provinciale gemeente- en agglomeratieopcentiemen, verhogingen en administratieve geldboeten)
|
Allocations au verbalisant (en euros)
-
Toelagen per bekeurder in euro
|
| ___________________________________________________________________________________ ____________ |
| moins de 6,20 euros. - minder dan 6,20 euro........................... | 1,1949 |
| 6,20 euro jusque 17,50 euros inclus. - 6,20 euro tot en met 17,50 euros............................................................................. | 2,3897 |
| plus de 17,50 euros jusqu'à 62 euros inclus. - meer dan 17,50 euro tot en met 62 euro........................................................... | 3,5846 |
| plus de 62 euros jusqu'à 100 euros inclus. - meer dan 62 euro tot en met 100 euro................................................................. | 4,7794 |
| plus de 100 euro jusqu'à 180 euros inclus. - meer dan 100 euro tot en met 180 euro inbegrepen............................................... | 5,98 |
| plus de 180 euros.- meer dan 180 euro................ | 3,9 % des sommes réclamées sans que le total de l'allocation puisse dépasser 119,49 euros par cas. - 3,9% der verschuldigde sommen, zonder dat het totaal der toelagen meer dan 119,49 euro per geval mag bedragen. |
| ___________________________________________________________________________________ ____________ |
Deze toelage is gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Wanneer er meerdere bekeurders zijn voor eenzelfde inbreuk, wordt voornoemde toelage in gelijke delen verdeeld onder de bekeurders.
5. De voornaamste taak van de opsporingsdiensten is het systematisch opsporen van feiten nuttig voor de taxatiediensten met andere woorden gegevens verzamelen die nuttig zijn voor taxatie en/of invordering, met uitsluiting van de eigenlijke taxatie. De doelstelling van de opsporingen moet gezien worden als een soort "toelevering" aan de controle- en invorderingsdiensten. Zoals reeds gezegd hiervoor behoren deze onderzoeksdaden niet tot de uitsluitende bevoegdheid van de opsporingsdiensten.
6. Inzake BTW.
Artikel 63 van het BTW-Wetboek bepaalt dat eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend teneinde hen in staat te stellen onder meer de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden.
Het is uitdrukkelijk voorzien dat het bezoek op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging kan gebeuren en dat de ambtenaren de bevoegdheid hebben de boeken en stukken die zij aantreffen te onderzoeken.
Met hetzelfde doel mogen die ambtenaren eveneens op elk tijdstip, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnentreden in alle gebouwen, werkplaatsen, inrichtingen, lokalen of andere plaatsen waar handelingen bedoeld in het BTW-Wetboek verricht of vermoedelijk worden verricht. Tot particuliere woningen of bewoonde lokalen hebben zij evenwel slechts toegang tussen vijf uur's morgens en negen uur's avonds en uitsluitend met de machtiging van de politierechter.
Inzake inkomsten belastingen.
De ambtenaren van de directe belastingen kunnen ten allen tijde overtredingen vaststellen.
Indien de ambtenaren van de directe belastingen voor een welbepaalde controle of onderzoek gebruik maken van het hen door artikel 319, WIB 1992, verleende recht van toegang tot de beroepslokalen, kunnen onderzoeksdaden voorzien in voormeld artikel plaatsvinden op ieder ogenblik dat enigerlei werkzaamheid in de lokalen wordt uitgeoefend, zelfs buiten de normale werkuren. De toegang tot particuliere woningen is voor de ambtenaren van directe belastingen op dezelfde wijze beperkt ais deze voor de BTW-ambtenaren.
7. Het vaststellen van overtredingen en de opsporingstaken moeten uiteraard met de grootste discretie en loyaliteit worden uitgevoerd, binnen de grenzen van het beroepsgeheim.
8. Ik verwijs naar het antwoord op voorgaande vragen.
Bron: FisconetPlus
