Parlementaire vraag nr. 2201 van de heer Luk Van Biesen van 19.04.2018
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/168 d.d. 07.09.2018, blz. 219
De inschakelingsbedrijven en de toepassing van artikel 344, § 1 WIB92
VRAAG (van de heer Van Biesen)
België kent een heel aantal inschakelingsbedrijven. Die inschakelingsbedrijven stellen duizenden mensen te werk. De regelgeving voor deze inschakelingsbedrijven werd recent aangepast door de wet van 25 december 2017 houdende hervorming van de vennootschapsbelasting. De onderhavige vraag heeft betrekking op het regime zoals van toepassing vóór 1 januari 2018 zoals geregeld door artikel 67 van de wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (wet van 26 maart 1999). Conform artikel 67 van de wet van 26 maart 1999 wordt de vrijstelling van de belastbare winst, gerealiseerd door een inschakelingsbedrijf, uitgesloten van de vennootschapsbelasting indien aan twee voorwaarden is voldaan:
- de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft;
- de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning.
Aangezien de erkenning als inschakelingsbedrijf enkel de hierboven beschreven strikte voorwaarden vereist om te genieten van het belastingstelsel dat door artikel 67 van de wet van 26 maart 1999 wordt voorzien, kan er geen andere voorwaarde gevraagd worden dan deze ingeschreven in de wet. Om volledig te zijn: de wet van 25 december 2017 trekt het voornoemde artikel 67 van de wet van 26 maart 1999 en introduceerde een nieuw artikel 193quater in het WIB92. Het lijkt er echter op dat uw administratie de toepassing van artikel 67 van de wet van 26 maart 1999 op basis van artikel 344, § 1 van de WIB92 weigert aan verschillende inschakelingsbedrijven. Deze acties kunnen de rechtszekerheid voor een hele sector belemmeren.
1. Heeft u kennis genomen van een gecoördineerde en gestructureerde actie van uw administratie met betrekking tot de inschakelingsbedrijven?
2. Als principekwestie en zonder in detail te treden over de specifieke feiten die eigen zijn aan elk inschakelingsbedrijf, kunt u bevestigen dat een inschakelingsbedrijf dat voldoet aan de gestelde voorwaarden in artikel 67 van de wet van 26 maart 1999, zoals hierboven vernoemd, het voordeel van deze bepaling niet kan worden geweigerd op grond van artikel 344, § 1 WIB 1992 omwille van het feit dat het zich op een bepaalde manier heeft georganiseerd om net aan de voorwaarden te voldoen die de wetgever heeft gesteld om onder het regime van een inschakelingsbedrijf te vallen?
3. Als principekwestie en zonder in detail te treden over de specifieke feiten die eigen zijn aan elk inschakelingsbedrijf, kunt u bevestigen dat een inschakelingsbedrijf dat voldoet aan de gestelde voorwaarden in artikel 67 van de wet van 26 maart 1999, zoals hierboven vermeld, het voordeel van deze bepaling niet kan worden geweigerd op grond van artikel 344, § 1 WIB 1992, omwille van het feit dat het in artikel 67 bepaalde belastingregime disproportioneel is met de wettelijke vereisten om ervan te genieten?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Bij mijn weten is er geen centraal gecoördineerde en gestructureerde actie met betrekking tot de inschakelingsbedrijven.
2. Artikel 344, § 1, WIB92 is een algemene anti-rechtsmisbruik maatregel. Wanneer de wettelijke voorwaarden voor het verkrijgen van een fiscaal voordeel zijn nageleefd, geeft deze bepaling de administratie nog de mogelijkheid na te gaan of er geen sprake is van fiscaal misbruik. Fiscaal misbruik kan enkel weerhouden worden wanneer de administratie niet alleen kan aantonen dat de belastingplichtige door middel van zijn rechtshandeling(en) probeert een fiscaal voordeel te verkrijgen, maar bovendien dat de belastingplichtige hiermee ingaat tegen de doelstelling die de wetgever voor ogen had met de maatregel in kwestie. Als de administratie slaagt in dit bewijs, heeft de belastingplichtige nog de mogelijkheid om aan te tonen dat zijn verrichtingen door andere motieven zijn verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen. Het is enkel wanneer de administratie slaagt in het bewijs van het fiscaal misbruik én de belastingplichtige niet slaagt in het voorgeschreven tegenbewijs, dat de administratie het fiscaal voordeel kan weigeren op basis van artikel 344, §1, WIB92. Of er effectief sprake is van fiscaal misbruik, kan enkel beoordeeld worden aan de hand van de concrete feiten en de concrete omstandigheden van elk individueel dossier. Zonder de concrete omstandigheden te kennen waarin een vennootschap de toepassing vraagt van het fiscaal voordeel dat door artikel 67 van het wet van 26 maart 1999 werd ingevoerd, is het onmogelijk te beoordelen of er sprake is van fiscaal misbruik of niet.
3. Bij uw 2de vraag werd uitgelegd wat de voorwaarden zijn die moeten voldaan zijn om op basis van artikel 344, § 1, WIB92 een fiscaal voordeel te kunnen weigeren. Een vermeende disproportionaliteit tussen een bepaald belastingregime en de wettelijke vereisten om van dit belastingregime te genieten is geen criterium dat getoetst kan worden bij de toepassing van artikel 344, § 1, WIB92.
