Parlementaire vraag nr. 149 van de heer Benoît Piedboeuf van 18.12.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/037 d.d. 03.02.2021, blz. 59

Personenbelasting. - Vennootschapsbelasting. – Verzoeken om inlichtingen.

VRAAG (van de heer Piedboeuf)

Door de lockdown en de noodzaak om de socialdistancingmaatregelen na te leven maken veel controleurs gebruik van verzoeken om inlichtingen.?

Die situatie zou aanleiding kunnen geven tot misbruik, waarbij de controleurs zich achter de pandemie verschuilen.

1. Kunt u bevestigen dat de administratie geen bewijsstukken mag opvragen via een verzoek om inlichtingen, zoals blijkt uit de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 9 december 2014 en van 31 mei 2016?

2. Veel verzoeken zouden rechtstreeks gericht zijn aan de mandataris van de belastingplichtige, terwijl die laatste daar zelf niet van verwittigd wordt. Is dat normaal, is dat een nieuwe praktijk of wordt dat aangeraden? En dat in een context waarin de FOD Financiën gewaarschuwd heeft voor valse e-mails die in naam van de FOD verstuurd worden met als onderwerp "Verzoek om inlichtingen".

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. Bij toepassing van artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 mag de administratie in een aan de belastingplichtige gerichte vraag om inlichtingen alle inlichtingen vragen nodig voor het nazicht van zijn fiscale toestand, waaronder verantwoordingsstukken.

Overeenkomstig het arrest van 21 november 2014 van het Hof van Cassatie is de belastingplichtige evenwel vrij om voormelde verantwoordingsstukken niet aan zijn antwoord toe te voegen, wat noch de toepassing van de procedure van aanslag van ambtswege noch de toepassing van een administratieve boete tot gevolg kan hebben.

Hoewel de belastingplichtige vrij is om te kiezen om de gevraagde documenten niet toe te zenden aan de administratie, is hij er nochtans toe gehouden deze ter beschikking van de administratie te houden zodat zij kan overgaan tot het nazicht ter plaatse, zonder verplaatsing van de belastingplichtige. Ten gevolge van het voormelde Cassatiearrest werd het model van de vragen om inlichtingen in deze zin aangepast.

2. Voor zover de mandataris gemachtigd is om de fiscale correspondentie van de belastingplichtige te ontvangen heeft de fiscale administratie het recht hem alle correspondentie die betrekking heeft op de fiscale situatie van de mandaatgever toe te sturen. Het is de verantwoordelijkheid van de mandataris om overeenkomstig de bepalingen van het burgerlijk recht en, in voorkomend geval, van de deontologische regels de mandaatgever op de hoogte te houden.

Daartegenover staat dat bij het ontbreken van een dergelijk mandaat de hem betreffende fiscale correspondentie in principe aan de belastingplichtige zelf wordt verzonden.