Parlementaire vraag nr. 17055 van de heer David Clarinval van 24.04.2013
Mondelinge parlementaire vraag nr. 17055 van de heer David Clarinval dd. 24.04.2013
Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013, CRIV 53 COM 728 dd. 24.04.2013, blz. 14
Geheim commissieloon
Bijzondere aanslag
Aangifte in de Ven.B.
VRAAG (van de heer Clarinval)
Eind 2010 publiceerde de belastingadministratie een circulaire inzake de bijzondere aanslag op geheime commissielonen, waardoor elke uitgave en elk voordeel in natura die, volgens de administratie, op de individuele fiches hadden moeten worden opgenomen, tegen 309 procent worden belast. Daaraan werd later een addendum toegevoegd waardoor er rekening kan worden gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige. Momenteel zou er een nieuw voorontwerp van wet tot wijziging van artikel 219 voor advies voorliggen bij de Raad van State, waardoor de verkrijger van het voordeel aan dat bijzonder hoge belastingtarief kan ontsnappen op voorwaarde dat hij aanvaardt binnen drie jaar op dat voordeel te worden belast. Indien die informatie klopt, betekent zulks dat het non-bis-in idem principe wordt geschonden. Vreest u niet dat het aantal geschillen in dat geval de pan zal uitrijzen ? Is het niet beter de ambtenaren een zekere beoordelingsbevoegdheid te laten ? Heeft de Raad van State al een advies verstrekt ?
ANTWOORD (van de heer Geens, Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Volgens de voorgestelde toelichting is de afzonderlijke aanslag van 309 procent niet van toepassing op de vennootschap als het bedrag van de kosten begrepen is in een door de verkrijger ingediende aangifte, zelfs als die aangifte achteraf, maar binnen de termijn van drie jaar wordt ingediend. De Raad van State vreest, zoals vermeld in zijn advies van 29 maart jongstleden, voor rechtsonzekerheid met betrekking tot de belasting van de vennootschap die aldus afhangt van de goede wil van een derde. In de memorie van toelichting van het ontwerp wordt opgemerkt dat die situatie in het voordeel van de vennootschap is, die aldus een zwaardere belasting kan vermijden, en dat de derde in kwestie eerder een partner van de vennootschap zal zijn dan een volslagen onbekende. De toelichting is gunstig voor de belastingplichtige en komt tegemoet aan het streven naar een gelijke behandeling. We zullen hierover van gedachten kunnen wisselen tijdens de bespreking van het wetsontwerp.
