Parlementaire vraag nr. 55019537C van de heer Benoît Piedboeuf en vraag nr. 55020226C van de heer Wouter Vermeersch d.d. van 28.09.2021
Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2020-2021, CRIV 55 COM 580 d.d. 28.09.2021, blz. 26
Het facultatieve karakter van fiscale fiches met betrekking tot auteursrechten - De auteursrechten
VRAAG (van de heer Piedboeuf)
In antwoord op een vraag van mevrouw Marghem in 2013 heeft een van uw voorgangers gesteld dat het opmaken van de fiche 281.45 met betrekking tot auteursrechten een facultatief karakter heeft aangezien de rechtsgrondslag artikel 57 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is, dat geen betrekking heeft op dergelijke inkomsten. De administratie kent de identiteit van de begunstigden via de aangifte in de roerende voorheffing 273S. In een advies betreffende de fiche 281.50 stelt de administratie vijf gevallen vast waarin dergelijke fiches niet nodig zijn, met name in geval van inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties die als winst moeten worden beschouwd en die op de individuele fiche 281.45 vermeld moeten worden. In een voetnoot staat dat het gaat over de inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, van het WIB 92. Hoe valt het te rijmen dat er geen fiche 281.50 opgesteld moet worden wanneer er wel een fiche 281.45 opgesteld moet worden, hoewel dit niet verplicht is? Hoe kan een schuldenaar van inkomsten weten welk belastingstelsel op de begunstigde van toepassing is? Het is niet zijn taak om te bevestigen dat het inkomsten uit auteursrechten dan wel beroepsinkomsten betreft.
VRAAG (van de heer Vermeersch)
In juli 2021 heeft de Hoge Raad van Financiën het eerste rapport betreffende de zogenaamde brede fiscale hervorming gepubliceerd, dat wij uiteraard met veel aandacht hebben doorgenomen. In dit rapport boog de Hoge Raad voor Financiën zich over een aantal voorstellen die het basisscenario dat nu ook in de pers verschenen is, met onder andere de afschaffing van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, kunnen helpen financieren. Daarbij wordt onder andere gedacht aan de algehele afschaffing van het fiscale regime van de auteursrechten. Dat kwam ook naar voren in het artikel dit weekend in De Tijd.
Het stelsel van de auteursrechten had oorspronkelijk de bedoeling te voorkomen dat schrijvers die meerdere jaren werken aan een stuk, waarbij de inkomsten gerealiseerd worden in één enkel belastbaar tijdperk, een te hoge belastingdruk zouden ondergaan als gevolg van de progressiviteit van de belastingschalen. Die afschaffing van het stelsel van de auteursrechten heeft natuurlijk een impact op de ontvangsten uit de personenbelasting op het federale, maar ook op het gewestelijke niveau. Vandaar een viertal vragen. Overweegt de regering een volledige of een gedeeltelijke afschaffing van dat fiscale regime? Kunt u daar duidelijkheid over geven? Indien het zou gaan over een gedeeltelijke afschaffing: welke beperkingen overweegt men in te voeren in vergelijking met het huidige stelsel? Wat is de budgettaire impact van die volledige afschaffing, in miljoenen euro's? Overweegt de regering, in het geval van een volledige afschaffing van het stelsel, compenserende maatregelen voor de belastingplichtigen die hier met recht en reden een beroep op doen? Dat is wel heel belangrijk, en ik las in de Franstalige pers dat een aantal auteurs op hun achterste poten staan.
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Het opstellen van de fiche 281.45 met betrekking tot de auteursrechten is facultatief. Om de belastbare beroepsinkomsten te kunnen beschouwen als beroepskosten bepaalt de wet dat de begunstigde een fiche 281.50 als bewijs kan voorleggen. Uit pragmatische overwegingen staat de administratie toe dat fiche 281.45 als bewijs kan dienen in plaats van fiche 281.50. Die fiche heeft als voordeel dat alle inkomsten in geld erop vermeld worden, ongeacht of het over beroepsinkomsten gaat of niet.
Mijnheer Vermeersch, wat uw vragen betreft kan ik alvast het volgende meegeven. Ik ga niet vooruitlopen op de komende begrotingscontrole en de mogelijke maatregelen die daar uiteraard voorgesteld zouden kunnen worden. In ieder geval kan ik meegeven dat de regering een tijdje geleden een aantal engagementen heeft bevestigd in het kader van het fraudeplan. Daarin wordt onder meer gewezen op het feit dat het toepassingsgebied van het huidige regime van de auteursrechten verduidelijkt moet worden en dat bepaalde onnauwkeurigheden in de huidige teksten moeten worden gecorrigeerd. Daar zijn we momenteel ook aan aan het werken. Daarnaast heb ik ook voorgesteld om het Wetboek van de inkomsten
belastingen te vervolledigen met een wettelijke verplichting om de fiches 281.45 met betrekking tot deze inkomsten ook af te leveren. Deze aanpassing zal binnenkort dan ook aan het Parlement voorgelegd worden in het kader van een wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen.
Benoît Piedboeuf : Uw antwoord verduidelijkt de situatie.
Wouter Vermeersch : U verwijst naar uw engagementen in het kader van het fraudeplan. Ik wil toch wel benadrukken dat sommige mensen vaststellen dat er, naast fraude, ook misbruik is van het systeem. Dat betekent echter niet dat iedereen die van het systeem gebruikmaakt, fraudeert. Wat met de mensen die er wel met recht en rede gebruik van maken? Hebben die recht op compenserende maatregelen, of een gedeeltelijke of een volledige afschaffing? Daar antwoordt u eigenlijk niet op. U verwijst louter naar de diverse fiscale bepalingen waarin u een aantal zaken zult verduidelijken. We komen hier later ongetwijfeld nog op terug. U hebt het afgelopen weekend een voorstel gedaan dat wij hier ook al gedaan hebben bij de bespreking van de bredere fiscale hervormingen, en met name ook het basisvoorstel van de Hoge Raad voor Financiën, namelijk het schrappen van die bijzondere bijdrages voor de sociale zekerheid en het optrekken van het belastingvrije minimum. Dat zijn de twee maatregelen in het basisvoorstel. De kostprijs van die bijzondere bijdrage wordt geschat op 1,2 miljard euro. U hebt daar een aantal compenserende maatregelen voor in petto, zoals de RSZ-bijdrage voor voetballers, het gunstregime van de auteursrechten enzovoort. Voorts viseert u de tweede verblijven. Volstaat dat? U hebt het namelijk over een taxshift maar ik heb niet de indruk dat het om een volledige taxshift gaat. Ik denk niet dat de maatregelen die u noemt 1,2 miljard euro vertegenwoordigen.
