Parlementaire vraag nr. 1411 van de heer Christian Leysen van 21.03.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/110 d.d. 12.05.2023, blz. 156
Bijkomende vermindering voor buitenlandse inkomsten
VRAAG (van de heer Leysen)
In navolging van het arrest nr. C-385/00 van 12 december 2002, inzake De Groot F.W.L. werd met circulaire nr. Ci.RH.331/575.420 van 12 maart 2008 getracht, in de gevallen waarin de persoonlijke toestand of de gezinstoestand van de belastingplichtige niet in aanmerking werd genomen in het buitenland, het al dan niet gedeeltelijk verlies van betreffende belastingvoordelen te compenseren door de toepassing van een bijkomende vermindering à rato van het verschil tussen de Belgische belasting die zou zijn verschuldigd indien uitsluitend sprake was van in oorsprong Belgische inkomsten en de inkomstenbelasting met toepassing van de vrijstellingsmethode (progressievoorbehoud) verhoogd met de buitenlandse belasting op de broninkomsten. In principe zou met deze ingreep het verlies van een punctueel aantal belastingvoordelen verbonden aan de persoonlijke gezinssituatie voor de belastingplichtige worden gecompenseerd. De circulaire beoogt de volgende fiscale tegemoetkomingen: - voor handicap van de belastingplichtige; - voor kinderen of andere personen ten laste, voor de handicap van kinderen of andere personen ten laste, voor de oppaskosten van kinderen, voor alleenstaande met kinderlast; - voor de betaling van een onderhoudsuitkering aan de kinderen van de belastingplichtige of aan zijn echtgenote, enz.; - voor de echtgenoot zonder inkomsten. Recente rechtspraak bevestigt evenwel dat dit toepassingsgebied te eng is. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie moet het begrip "persoonlijke en gezinsverbonden voordelen" ruim worden opgevat. Het hof van beroep te Antwerpen (nr. 2011/AR/2274) oordeelde in zijn vonnis van 23 oktober 2018 dat de draagwijdte van de persoons- en gezinsgebonden tegemoetkomingen in de hierboven aangehaalde circulaire te beperkt is door enkel bovenstaande punctuele voordelen in aanmerking te nemen. Bovendien oordeelde het Hof van Justitie in zijn arrest in de zaak Jacob en Lennertz (nr. C-174/18, ECLI:EU:C/2019:205) dat de belastingverminderingen die bedoeld zijn om uitgaven en investeringen te stimuleren door hun invloed op de fiscale draagkracht eveneens moeten worden beschouwd als verbonden met de "persoonlijke en gezinssituatie". Tot slot oordeelde het Hof van Justitie in de zaak BJ (nr. C-241/20, ECLI:EU:C/2021:605) dat het al dan niet ontvangen van belastingverminderingen (ongeacht de hoogte van het voordeel) in de werkstaat waarin de in buitenland ontvangen vergoedingen zijn verworven van invloed kan zijn op het ontvangen van belastingvoordelen in de woonstaat. In essentie volgt uit deze recente rechtspraken dat de volgende belastingvoordelen minstens eveneens in aanmerking moeten worden genomen bij de berekening van de aanvullende vermindering: - kinderopvangkosten; - giften; - bouwsparen; - wijk-werkcheques (voorheen PWA); - dienstencheques; - energiebesparende uitgaven; - uitgaven ter beveiliging van de woning. 1. Kunt u bevestigen dat uw administratie akte heeft genomen van deze rechtspraak die meer verduidelijking biedt op wat moet worden verstaan onder "persoonlijke en gezinssituatie verbonden belastingvoordelen" in het kader van de berekening van de bijkomende vermindering voor buitenlandse inkomsten? 2. Welke acties zal uw administratie ondernemen om circulaire Ci.RH.331/575.420 in lijn te brengen met deze rechtspraak?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
1. Mijn administratie heeft akte genomen van deze rechtspraak. 2. Dit probleem moet op wetgevend vlak worden geregeld. Ik zal mijn administratie de opdracht geven om dit voor te bereiden.
