Parlementaire vraag nr. 1392 van de heer Devlies van 29.08.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 138, blz. 27082-27083
Toepassing van de minimum forfaitaire belastingen
VRAAG
Artikel 342, § 3, van het WIB 1992, zoals ingevoegd door artikel 41 van de programmawet van 11 juli 2005, voorziet in een minimum forfaitaire belasting bij niet of laattijdige aangifte. De wet is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2005, inkomsten 2004.
1.
a) Kan u mij mededelen, opgesplitst per gewest, hoeveel belastingsplichtige vennootschappen enerzijds en zelfstandige ondernemers of vrije beroepen anderzijds, geen aangifte indienden voor het aanslagjaar 2005 ?
b) In hoeveel gevallen, opgesplitst per gewest, gebeurde de aangifte voor deze categorieën laattijdig ?
2.
a) In hoeveel gevallen, opgesplitst per gewest, werd voor de bovenvermelde categorie een ambtshalve aanslag gevestigd op basis van het minimum forfaitair belastbaar inkomen ?
b) Welk is het totaal, opgesplitst per gewest, van de als dusdanig ingekohierde bedragen voor het aanslagjaar 2005 ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 04.10.2006)
Artikel 342, § 3, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) kadert binnen de procedure van aanslag van ambtswege en heeft als doel de toepassing ervan te versnellen door een forfaitaire raming van de belastbare grondslag.
De nieuwe bepaling kan enkel toegepast worden als de belastingplichtige niet of met behoorlijke vertraging zijn aangifte heeft ingediend zonder uitstel te hebben gevraagd en zonder zijn goede trouw te kunnen bewijzen. De omstandigheid waarbij de aangifte slechts één of twee dagen te laat werd ingediend, valt dus buiten het toepassingsgebied van artikel 342, § 3, WIB 1992. Met andere woorden men heeft oog voor de naleving van de beginselen van behoorlijk bestuur.
Indien artikel 342, § 3, WIB 1992 werd toegepast en de belastingplichtige dient alsnog een, evenwel laattijdige, aangifte in welke gebaseerd is op bewijskrachtige gegevens, dient de taxatieagent rekening te houden met deze aangifte. Voormelde principes evenals concrete richtlijnen inzake de toepassing van artikel 342, § 3, WIB 1992 werden opgenomen in de circulaire van 25 november 2005 (Ci.RH.81/574.077).
Deze circulaire is consulteerbaar op de portaalsite van de FOD Financiën ( www.minfin.fgov.be), rubriek « Fisconet». Zij werd opgesteld op basis van de parlementaire werkzaamheden betreffende deze nieuwe bepaling. De informatie betreffende onder andere het laattijdige karakter van de aangifte werd aan het geachte lid reeds medegedeeld in het antwoord op zijn mondelinge parlementaire vraag nr. 8 297 van 18 oktober 2005 ( Integraal verslag, Kamer, 2005-2006, Commissie voor de Financiën en de Begroting, 18 oktober 2005, COM 706, blz. 8).
De administratie beschikt niet over cijfergegevens aangaande het aantal toepassingen van artikel 342, § 3, WIB 1992.
Wat het aantal laattijdige en niet-ingediende aangiften betreft voor het aanslagjaar 2005, toestand per 24 maart 2006, verwijs ik naar onderstaande tabel.
Gezien het korte tijdsbestek kon er geen onderscheid gemaakt worden tussen de laattijdige en niet ingediende aangiften voor de ondernemingen in de personenbelasting (zelfstandigen) en de vrij beroepers. Indien het geachte lid dit wenst, kan een verdere opsplitsing tussen de winsten en baten bezorgd worden.
| Aantal laattijdige aangiften | Aantal niet ingediende aangiften | |
| Vennootschapsbelasting .................................................................................... ..................... | 16 824 | 38 950 |
| Personenbelasting (alle) .................................................................................... ................... | 270 039 | 341 198 |
| Winsten en baten .................................................................................... ............................ | 36 661 | 21 692 |
Bron: FisconetPlus
