Parlementaire vraag nr. 609 van de heer de Clippele van 21.06.1993

VRAAG 93/609
Bull. nr. 733, pag. 3529
Bezoldiging van de gezinsleden. - Toekenning aan de medewerkende echtgeno(o)t(e).
De Com.IB 44/377 tot 44/380 en 63/10 is onduidelijk wat de vaststelling van het maximumbedrag van de aftrekbare bezoldigingen van de gezinsleden en van de toekenning aan de medewerkende echtgeno(o)t(e) betreft. Er wordt veronderstelt dat alle andere voorwaarden vervuld zijn (effectieve samenwerking, enzovoort).
1. Het normale loon van de medewerkende gezinsleden wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met het loon van soortgelijke werknemers.
a)
  • moet betrokken loon beperkt worden tot het bruto uurtarief (voor inhouding van de sociale bijdragen) vermenigvuldigd met het aantal uren dat door het medewerkende gezinslid gepresteerd wordt, of
  • mag dat bruto bedrag verhoogd worden met de diverse sociale voordelen die een loontrekkende ontvangt (vakantiegeld, eindejaarspremie, feestdagen, ziekte, sociale werkgeversbijdragen, verzekering, enzovoort) ? Zo ja, welke voordelen mogen in rekening worden gebracht ?
b)
Welke zijn eventueel de andere berekeningscriteria ?
2.
a)
Wordt het bedrag van de toekenning aan de medewerkende echtgeno(o)t(e) op dezelfde wijze als sub 1 berekend ?
b)
Zo neen, welke zijn de berekeningscriteria ?
3. De toepassing van de geëigende berekeningsregel voor de toekenning aan de medewerkende echtgeno(o)t(e) kan tot een buitensporig bedrag leiden (bijvoorbeeld 1.200.000 Belgische frank, dat in verhouding moet worden gebracht met de netto handelswinst van de andere echtgeno(o)t(e) (bijvoorbeeld 1.000.000 Belgische frank voor betrokken toekenning).
a)
Hoe moet in dat geval te werk worden gegaan ?
b)
Meer in het algemeen, mag een belastingplichtige aan de echtgeno(o)t(e) een vrij vastgesteld bedrag toekennen op voorwaarde dat het volgens de geëigende modaliteiten vastgestelde bedrag niet overschreden wordt ? Bijvoorbeeld bedrag volgend het antwoord op punt 2 = 1.000.000 Belgische frank ?
c)
Wat moet gebeuren in geval van verlies ?
d)
Welke zijn eventueel de andere berekeningscriteria ?
ANTWOORD
De aan andere helpende gezinsleden dan de echtgenoot toegekende bezoldigingen moeten worden vergeleken met de brutobezoldigingen die worden betaald aan andere bedienden of werklieden die in dezelfde onderneming of in nabijgelegen ondernemingen gelijkaardige prestaties leveren tijdens een vergelijkbare periode.
Wat de meewerkende echtgenoot betreft, mag de toekenning niet hoger zijn dan een bedrag dat in verhouding tot de aard, de belangrijkheid en de duur van de door die echtgenoot werkelijk geleverde prestaties. Dat is dus een feitenkwestie die moet worden beoordeeld aan de hand van de bijzonderheden van elk geval en van de door de belastingplichtige te verstrekken verantwoording.
Bovendien wens ik eraan te herinneren dat de toekenning aan de meewerkende echtgenoot ook niet meer mag bedragen dan 30 % van de netto-inkomsten van de beroepswerkzaamheid die met de hulp van die echtgenoot wordt uitgeoefend, behoudens indien de prestaties van de meewerkende echtgenoot kennelijk recht geven op een groter deel (geval bijvoorbeeld van een handelszaak, een landbouwbedrijf, enzovoort waarin de echtgenoten werkelijk gezamenlijk een voortdurende werkzaamheid uitoefenen).
In geen geval mag de belastingplichtige zijn winst, zijn baten of zijn bezoldigingen van werkend vennoot integraal aan zijn meewerkende echtgenoot toekennen. Als hij verlies lijdt, is geen toekenning absoluut uitgesloten.