Parlementaire vraag nr. 261 van de heer Pieters van 08.03.2000

VRAAG 00/261
Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 34, blz. 3953-3954
Bull. nr. 808, pag. 2225
Niet-verrekenbaar FBB - Verworpen uitgave
VRAAG
Uit de praktijk blijkt dat een aantal ambtenaren het forfaitair gedeelte op de buitenlandse belasting (FBB) dat door een vennootschap kan verrekend worden met de verschuldigde vennootschapsbelasting altijd als een verworpen uitgave kwalificeren ook in die gevallen waarin geen verrekening kan plaatsvinden bij gebrek aan verschuldigde vennootschapsbelasting.
Bepaalde fiscalisten zijn de mening toegedaan dat de kwalificatie van verworpen uitgave alleen maar mogelijk is in de mate dat er ook effectieve verrekening met de vennootschapsbelasting kan plaatsvinden. Zij stellen dat het FBB niet als kosten wordt geboekt en derhalve kan er alleen maar sprake zijn van een "fiscale" uitgave indien het FBB wordt afgetrokken van verschuldigde vennootschapsbelasting.
Wat is uw mening terzake?
ANTWOORD
Artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt uitdrukkelijk dat de netto-inkomsten van roerende goederen en kapitalen die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de verkrijgers van voormelde inkomsten worden gebruikt onder meer het forfaitair gedeelte van buitenlandse belastingen omvatten (stelsel van de "brutering"). Bijgevolg moet het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286 tot 288, WIB 92, dat in aanmerking wordt genomen en in beginsel verrekenbaar is, volledig onder de verworpen uitgaven worden opgenomen.