Parlementaire vraag nr. 20 van Mevr Claes Ingrid d.d. 14.1.2009
Parlementaire vraag nr.20 van Mevr Claes Ingrid dd.14.1.2009
Vennootschapsbelasting
Belastbare grondslag in de Ven.B
Afzonderlijke aanslag Ven.B
Verdoken meerwinst
Bewijsmiddel van de administratie
Taxatie bij vergelijking
Belasting over de toegevoegde waarde
Vraag
Krachtens artikel 219, eerste lid, laatste zinsdeel van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 mag een afzonderlijke aanslag worden gevestigd op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden. Ter zake rijzen de volgende algemene procedurevragen.
1. Kan ermee worden ingestemd dat alle belastingadministraties het "meervoudig" en het "positieve bewijs" moeten leveren van:
a) de precieze hoegrootheid van de beweerde niet aangegeven meerwinsten of van de vastgestelde omzettekorten;
b) het feit dat er effectief verdoken "belastbare netto-meerwinsten" bestaan;
c) het feit dat die "verdoken belastbare netto-meerwinsten" vervolgens het patrimonium van de rechtspersoon daadwerkelijk hebben verlaten?
2.
a) Op welke wijze kunnen, mogen of moeten de aanslagambtenaren dit derde bewijs leveren en hun berichten van wijziging van aangifte afdoende motiveren?
b) Volstaat het zonder meer dat de administraties een netto-meerwinst hebben vastgesteld die niet in de boekhouding is opgenomen om meteen de zogenaamde regeling "geheime commissielonen" wettelijk te mogen toepassen (of negatief bewijs) met de oplegging van een belastingverhoging van minstens 50%?
3. Mag van de belastingplcihtigen een onmogelijk (tegen)bewijs worden geëist dat enerzijds de anonieme verkrijgers toch zouden worden vereenzelvigd en anderzijds dat ze aantonen welke redenen er voor die uitkeringen waren?
4.
a) Moet bij de becijfering van die "verborgen (netto)winsten" het bedrag van de niet geboekte aankopen steeds van het theoretisch, forfaitair en/of baremiek bepaalde of werkelijk vastgestelde "omzettekort" worden afgetrokken?
b) Zo neen, waarom niet?
5. Kunnen inzake vennootschapsbelasting bij of na een gezamenlijke verificatie, in samenspraak met de btw-ambtenaren, zowel in fase van onderzoek, in fase van bezwaar als in fase van gerechtelijke geschil "dadingen" worden getroffen omtrent de te belasten netto-meerwinsten of omzetverhogingen en omtrent het erop verschuldigde btw-tarief en het totale btw-bedrag?
6.
a) Wanneer, in welke mate en tegen welk tarief moet de verschuldigde omzetbelasting aan het bedrag van die belastbare "netto-meerwinst" eventueel nog worden toegevoegd om eveneens aan die bijzondere aanslag van 309% te worden onderworpen?
b) Of ondergaat het daarop betrekking hebbende btw-bedrag slechts de gewone belastingregeling inzake vennootschapsbelasting (reservebestanddeel, verworpen uitgave of een gewone liberaliteit)?
7. Kunt u punt per punt uw algemene ziens- en handelwijze meedelen zowel in het kader van de performante beginselen van "beter taxeren" als in het licht van de beschikkingen van de artikelen 24, 49, 183, 185, 197, 219, 340 en 444, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de aanverwante wettelijke en reglementaire bepalingen inzake btw en bij analogie van de bepalingen van artikel 1315, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek?
Antwoord
Het geachte Lid gelieve hierna het antwoord op de door haar gestelde vragen te vinden.
De in artikel 219 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bedoelde afzonderlijke aanslag kan door de administratie worden gevestigd op de verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden. De vaststelling dat de voormelde winsten niet begrepen zijn in het boekhoudkundig resultaat van de vennootschap en derhalve evenmin op enigerlei wijze onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden kan door de administratie eventueel gebeuren op basis van de artikelen 340 en 342, WIB 92, met dien verstande dat de afzonderlijke aanslag niet van toepassing is wanneer de belastbare grondslag van de vennootschap wordt vastgesteld op grond van artikel 342, § 3, WIB 92.
Ik wens het geachte Lid er eveneens op te wijzen dat de onderrichtingen opgenomen in de administratieve commentaar op artikel 219, WIB 92, binnenkort zullen aangepast worden en met name zullen verduidelijken dat voor verdoken meerwinsten zal worden toegestaan dat de afzonderlijke aanslag niet moet worden toegepast in het geval dat deze meerwinsten worden opgenomen in de jaarrekening voor het boekjaar tijdens hetwelk ze door de vennootschap werden verwezenlijkt. Deze aanpassing moet worden uitgevoerd mits naleving van de bepalingen van het vennootschapsrecht en het koninklijk besluit tot uitvoering ervan. Deze aanpassing moet, voor de inkomsten van het betrokken boekjaar, uiteraard plaatsvinden binnen de wettelijke fiscale termijnen.
Voor wat betreft het begrip "meerwinst" en uw vraag inzake btw kan ik het geachte Lid verwijzen naar respectievelijk de punten 2 en 4 van het antwoord dat ik heb verstrekt op de parlementaire vraag nr. 15 van 1 september 1999, gesteld door mevrouw de Volksvertegenwoordiger Annemie Van de Casteele (Bulletin "Vragen en Antwoorden" nr. 16 van 31.1.2000, Kamer, zitting 1999-2000, blz. 1772-1775).
Wanneer het geachte Lid evenwel een concreet geval beoogt, wat klaarblijkelijk het geval is, ben ik bereid deze zaak door mijn diensten te laten onderzoeken indien mij het adres en de identiteit van de betrokkenen(n), alsmede de noodzakelijke beoordelingselementen worden meegedeel