Parlementaire vraag nr. 397 van mevrouw Pieters van 24.05.2004

VRAAG 04/397

Vraag nr. 397 van mevrouw Pieters dd. 24.05.2004


Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22179-22183

De Fiscale Koerier 2006/553

Doktersvennootschappen - Honoraria ziekenhuisgeneesheren - Tijdstip van belastbaarheid

VRAAG

De boeking, de belastingaangifte en de taxatie van de honoraria van ziekenhuisgeneesheren vormt al sedert een tiental jaren een algemeen punt van gevoelige en aanhoudende principiële discussie.

De inning van die erelonen wordt centraal uitgevoerd door de verzorgingsinstelling of inningdiensten voor rekening van de zorgverstrekkers.

Die ziekenhuisdokters en doktersvennootschappen worden, mede onder toezicht van het RIZIV, daarenboven door het ziekenhuis of de centrale inningsdienst slechts uitbetaald vele maanden na het verstrekken van hun medische prestaties en na de jaarvergaderingen van de doktersvennootschappen.

Dit centraal inningsysteem geldt zonder uitzondering zowel voor de private ziekenhuizen (VZW's) als voor de openbare ziekenhuizen en gebeurt in uitvoering van de artikelen 133 tot en met 137 van de gecoördineerde Ziekenhuiswet.

Het staat onbetwistbaar vast dat het zowel voor de belastingadministraties, de ziekenhuizen of klinieken, de associaties als voor alle individueel betrokken geneesheren-specialisten en hun raadgevers een bijzonder moeilijke opdracht en dure opgave is om het belastbaar bedrag van de erelonen precies en tijdig te boeken en te becijferen, inzonderheid wanneer die honoraria binnen een pool worden verdeeld en/of wanneer men al dan niet tezelfdertijd te maken heeft met een doktersvennootschap waarvan de jaarrekening bovendien nog niet afsluit per kalenderjaar.

Bijkomende moeilijkheid om overzichtelijke lijsten op te stellen is het feit dat de geschriften of afrekeningen van de klinieken en de associaties slechts een weergave zijn van «ontvangsten» en «uitgaven» of «onkosten».

Terzake rijzen in de praktijk thans dan ook nog altijd de onderstaande algemene fiscale en boekhoudkundige vragen.

A)

1. Op welk precies ogenblik moeten de erelonen worden geboekt bij de uiteindelijke genieter en moet de aanslag in de vennootschapsbelasting en in de personenbelasting worden gevestigd :

a) op het moment dat de kliniek of het ziekenhuis de erelonen int;

b) op het moment dat de ziekenhuisgeneesheer zijn aandeel werkelijk toegekend, uitgekeerd of uitbetaald krijgt;

c) op het moment van het uitvoeren van de medische prestatie ?

B)

1. In welke mate moet daarbij rekening worden gehouden met het tijdstip van werkelijke betaling door de patiënt of met het tijdstip voor de doorstorting van de erelonen aan de ziekenhuisgeneesheren, aan de geneesherenleden van de associatie (= pool zonder rechtspersoonlijkheid) of aan de doktersvennootschap (BVBA) ?

2. Wat is het wettelijk of reglementair voorgeschreven tijdstip van boeking of inschrijving en van aangifte en belastbaarheid :

a) bij een zelfstandige ziekenhuisgeneesheer;

b) bij een geneesheerlid van een associatie of pool;

c) bij een doktersvennootschap lid van een associatie of pool;

d) bij een vennootschap van ziekenhuisgeneesheren ?

3. Op welk concreet ogenblik verkrijgen de vorderingen van de zelfstandige ziekenhuisgeneesheren van de doktersvennootschappen zowel uit fiscaalrechtelijk als uit boekhoudkundig oogpunt een zeker en vaststaand karakter ?

4.

a) Wanneer en in welke precieze of forfaitaire mate mag of moet er zowel inzake vennootschapsbelasting als inzake personenbelasting rekening worden gehouden met definitief verloren vorderingen op patiënten ?

b) Op welk tijdstip moeten die verliezen worden afgeboekt of mag er fiscaal en boekhoudkundig eventueel een (forfaitaire) belastingvrije voorziening worden aangelegd in de zin van artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de Boekhoudwet ?

5.

a) Mogen door de AOIF-belastingdiensten zowel in fase van taxatie als in fase van bezwaarschrift in uitvoering van de artikelen 322, 323, 327 en 374, eerste lid, WIB 1992 aan alle betrokken (private of openbare) ziekenhuizen (VZW's) en aan alle associaties uitgebreide vragenlijsten worden verzonden om de noodzakelijke taxatiegegevens aldaar gemakshalve in te winnen ?

b) Gelden daarbij nog steeds de algemene administratieve aanbevelingen van Com.I.B. 1992 nrs. 317/ 11, tweede lid; 322/4, 322/5 en 322/8 ?

6.

a) Moeten voor die erelonen door de beide soorten ziekenhuizen of de door associaties eventueel inlichtingenfiches 281 worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 57, WIB 1992 ?

b) Welke wettelijke en/of administratieve sancties worden er desnoods toegepast wanneer de beoogde bepalingen niet tijdig werden nageleefd ?

7. Kan u, punt per punt, uw huidige algemene praktische en uniforme ziens- en handelwijze meedelen zowel in het licht van de artikelen 23, 24, 27, 48, 49, 57, 183, 185, 219, 317, 320, 322, 323, 327 WIB 1992, de bepalingen van de Ziekenhuiswet gecoördineerd op 7 augustus 1987, de orgaantheorie als van de Boekhoudwet en de adviezen van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen ?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 28.03.2006)

Het onderwerp van de vraagstelling maakt momenteel het voorwerp uit van verschillende betwistingen. Het geachte lid zal dan ook willen begrijpen dat ik niet in detail kan ingaan op de problematiek in kwestie.

Op het algemene vlak kan, inzake vennootschapsbelasting, worden gesteld dat het belastbaar tijdperk van de erelonen het tijdperk is gedurende hetwelk de erelonen de aard van een zekere en vaststaande vordering verkrijgen, te weten het tijdperk van de medische prestatie. Het tijdstip van werkelijke betaling door de patie¨nt of het tijdstip van doorstorting van de erelonen door het ziekenhuis of de centrale inningsdienst is terzake irrelevant.

In de personenbelasting moeten de erelonen die door het ziekenhuis of de centrale inningsdienst zijn geïnd voor rekening van zelfstandige ziekenhuisgeneesheren, door deze ziekenhuisgeneesheren worden aangegeven voor het jaar waarin ze door het ziekenhuis of de centrale inningsdienst zijn ontvangen, en dit ongeacht het tijdstip waarop de erelonen door deze laatsten aan de rechthebbenden worden doorbetaald.

In de regel is het ziekenhuis of de centrale inningsdienst er overeenkomstig artikel 57, 1°, WIB 1992 en artikel 30 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 toe gehouden om individuele fiches 281.50 en een samenvattende opgave 325.50 op te maken op naam van de zelfstandige ziekenhuisgeneesheren voor hun verstrekte prestaties in het ziekenhuis. Voor zover deze wettelijke bepalingen niet worden nageleefd, zijn de algemene wettelijke en administratieve sancties van toepassing zoals die voor alle andere schuldenaars van commissies, erelonen, enzovoort, gelden.

Wat het aanleggen van waardeverminderingen op vorderingen betreft meen ik het geachte lid het best te kunnen verwijzen naar de bepalingen opgenomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) onder artikel 48 en naar de bepalingen opgenomen in de artikelen 22 tot en met 27 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992.

De door het geachte lid in vraag 5 aangehaalde onderzoekingen maken deel uit van de normale aan de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit opgedragen taken : de administratie mag inlichtingen vorderen die zij nodig acht voor de juiste heffing van de belasting, zowel in de fase van de taxatie als in de fase van het bezwaar. De opportuniteit van een dergelijke informatieverschaffing moet voor elk dossier getoetst worden aan de specifieke situatie. De ter zake in de commentaar op het WIB 1992 opgenomen aanbevelingen zijn nog steeds van toepassing.