Parlementaire vraag nr. 1005 van de heer Luk Van Biesen van 30.05.2016
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/078 dd. 17.06.2016, blz. 149
De verhoging van de roerende voorheffing op liquidatieboni
VRAAG (van de heer Van Biesen)
Ik wens volgende vraag voor te leggen in verband met de overgangsregeling bij de verhoging van de roerende voorheffing op liquidatieboni van 10 naar 25 % (ondertussen 27 %), de zogenaamde interne vereffening (artikel 537 WIB 92). Veronderstel volgende situatie: vennootschap A heeft op 31 december 2011 (afsluitingsdatum van boekjaar 2011, aanslagjaar 2012) belaste reserves ten belope van 50.000 euro; vennootschap B heeft op diezelfde datum belaste reserves ten belope van 70.000 euro. In beide gevallen is de balans van boekjaar 2011 goedgekeurd door een algemene vergadering die plaatsvond vóór 31 maart 2013. De reserves komen dus principieel in aanmerking voor een interne vereffening in toepassing van artikel 537 WIB 92. Op 15 juli 2013 vindt er een belastingneutrale fusie (zie artikel 211 WIB 92) plaats door overname van A door B. In oktober 2013 (na de fusie door overname) gaat B over tot een interne vereffening. Is het bedrag dat in aanmerking komt voor een interne vereffening in hoofde van B gelijk aan: a) 70.000 euro; b) 120.000 euro? Naar verluidt is de administratie van mening dat, in geval van een belastingvrije fusie door overname, enkel rekening kan worden gehouden met de vóór 31 maart 2013 door de overnemende vennootschap goedgekeurde reserves, niettegenstaande dit niet uitdrukkelijk door de wettekst wordt geëist. Het antwoord zou dan (a) 70.000 euro zijn.
1. Kunt u dit administratieve standpunt bevestigen?
2. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend is, is dit standpunt niet strijdig met het fiscale neutraliteitsbeginsel eigen aan een belastingvrije fusie, in toepassing waarvan de reserves na de fusie dezelfde kwalificatie behouden als dewelke zij hadden in hoofde van de bij de belastingvrije fusie betrokken vennootschappen vóór de fusie?
3. Indien het antwoord op vraag 1 bevestigend is, wil dit dan zeggen dat in het geval van een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap (bv. vennootschappen A en B fuseren tot de nieuwe vennootschap C), de ten laatste op 31 maart 2013 door de vennootschappen A en B goedgekeurde reserves in hun geheel niet in aanmerking zouden komen voor een interne vereffening uitgevoerd door vennootschap C?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Ik kan bevestigen dat in het door u aangehaalde eerste geval de reserves die in aanmerking kunnen worden genomen 70.000 euro bedragen. In het andere door u vermelde geval, wanneer twee vennootschappen A en B fuseren tot de nieuwe vennootschap C, komen de door de vennootschappen A en B goedgekeurde reserves niet in aanmerking voor de maatregel zoals bedoeld in artikel 537 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wanneer de verrichting zou worden uitgevoerd door vennootschap C. Immers, het principe van de belastingneutraliteit, zoals dat wordt uiteengezet in artikel 212 van hetzelfde wetboek, is een regeling die afwijkt van het gemeen recht en bijgevolg strikt moet worden toegepast. De door u aangehaalde gevallen worden er niet door bedoeld. Daarnaast blijkt uit de bewoordingen van het voormeld artikel 537 dat enkel de belaste reserves, die worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de vennootschap die de verrichting uitvoert, in aanmerking kunnen komen voor de bedoelde maatregel.
