Parlementaire vraag nr. 56 van de heer Dirk Van der Maelen van 17.09.2010

Parlementaire vraag nr. 56 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 17.09.2010

Aangifte in de PB

Buitenlandse financiële rekening

Europese spaarrichtlijn

VRAAG

Artikel 307, § 1, tweede lid, WIB 1992 bepaalt: "De jaarlijkse aangifte in de personenbelasting moet het bestaan vermelden van rekeningen van elke aard waarvan de belastingplichtige, zijn echtgenoot, alsmede de kinderen waarvan overeenkomstig artikel 126, § 4, de inkomsten bij die van de ouders worden gevoegd, op enigerlei ogenblik tijdens het belastbaar tijdperk, titularis zijn geweest bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling en het land of de landen waar die rekeningen geopend zijn geweest. Het formulier van aangifte in de personenbelasting bevat de daartoe voorziene rubrieken.". De verplichting om op de belastingsaangifte het bestaan van een buitenlandse rekening aan te duiden, bestaat sinds 1997. Wat is het aantal aangiften voor de aanslagjaren 2007, 2008, 2009 en 2010, waarin, met toepassing van het artikel 307, § 1, tweede lid, WIB 1992, het bestaan van buitenlandse rekeningen werd opgegeven?

ANTWOORD

De onderstaande tabel biedt een overzicht van het aantal keren dat het bestaan van een rekening bij een in het buitenland gelegen bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling werd vermeld in de aangiften in de personenbelasting voor de aanslagjaren 2007 tot 2009. Uit deze tabel blijkt tevens dat het aantal keren dat het bestaan van een rekening in het buitenland is vermeld systematisch afneemt gedurende de periode 2007-2009, wat wellicht ondermeer te wijten is aan de inwerkingtreding van de Europese Spaarrichtlijn. Voor het aanslagjaar 2010 zijn er uiteraard nog geen representatieve gegevens beschikbaar, vermits de inkohieringen voor de gewone aanslagtermijn voor dit aanslagjaar nog volop aan de gang zijn.

Exercice d'imposition

Nombre de déclarations

-

-

Aanslag jaar

Aantal aangiften

2007

125 193

2008

117 626

2009

108 759