Parlementaire vraag nr. 1190 van de heer de Clippele van 23.08.1994

VRAAG 94/1190

Vraag nr. 1190 van de heer de Clippele dd. 23.08.1994


Bull. nr. 746, pag. 603

Individuele pensioenovereenkomst.

Een vennootschap betaalt aan een gewezen personeelslid periodieke aanvullende pensioenen, en dat in uitvoering van een individuele pensioenovereenkomst die de vennootschap met het betrokken personeelslid heeft gesloten op een ogenblik dat deze laatste nog in dienst was.

Op het ogenblik dat het personeelslid op pensioen gegaan is en de pensioenovereenkomst in werking is getreden, heeft de onderneming een voorziening voor risico's en kosten aangelegd om rekening te houden met de kosten die voortvloeien uit de pensioenovereenkomst.

Een aantal jaren nadat het personeelslid op pensioen is gegaan, wenst de onderneming de gehele pensioenlast die ingevolge de pensioenovereenkomst nog tot aan het overlijden van het personeelslid op de vennootschap drukt, te reserveren in een voorziening voor risico's en kosten.

Artikel 48 WIB 1992 bepaalt dat binnen de grenzen en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, worden vrijgesteld ... de voorzieningen voor risico's en kosten die door de onderneming worden geboekt om het hoofd te bieden aan scherp omschreven verliezen of kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn.

Bent u het met mij eens dat :

1° een onderneming in principe, op basis van artikel 48 WIB 92, met vrijstelling van belasting, een voorziening voor aangegane pensioenverbintenissen kan aanleggen ? Die voorziening zou daarbij op loutere ramingen berusten doch berekend worden aan de hand van actuariële tabellen, gebaseerd op de statistische levensverwachtingen;

2° de onderneming dergelijke voorziening ook kan aanleggen in voormelde situatie, dus op een ogenblik dat de begunstigde van het pensioen reeds enige tijd gepensioneerd is, en dat voor de gehele pensioenlast die op dat ogenblik nog op de vennootschap drukt tot aan het overlijden van de begunstigde ? Artikel 48 WIB 92 vereist immers enkel dat het gaat om "kosten die volgens de aan de gang zijnde gebeurtenissen waarschijnlijk zijn". Het feit dat reeds jaarlijks een aanvullend pensioen betaald wordt aan het betrokken gewezen personeelslid, kan beschouwd worden als "de aan de gang zijnde gebeurtenissen" op basis waarvan het waarschijnlijk is dat volgend jaar en de daaropvolgende jaren dergelijk pensioen moet worden uitbetaald.

ANTWOORD

Vooreerst wens ik de aandacht van het geacht lid te vestigen op de ter zake aangebrachte wijziging ingevolge de wet van 19 juli 1991, in artikel 1 van die wet, die bepaalt dat de voorzieningen voor extra-legale pensioenen die aangelegd werden om een aan een bedrijfsleider gedane belofte na te komen, voortaan "buiten balans" moeten worden geplaatst, ze moeten namelijk bestaan uit stortingen bij een pensioenfonds of een groepsverzekering.

Rekening houdend met het feit dat die materie in eerste instantie tot de bevoegdheden behoort van de minister van Economische Zaken, Vice- Eerste minister Melchior Wathelet, maak ik hem uw vraag over voor antwoord (vraag nr. 365 van 18 november 1994). Ik vestig echter uw aandacht op het feit dat het onmogelijk is een boekhoudkundige voorziening aan te leggen voor een verwezenlijkt risico.