Parlementaire vraag nr. 6 van de heer Daems van 28.06.1995

VRAAG 95/006
Verstrekken van inlichtingen
VRAAG
Naast de mogelijkheid om een beroep te doen op de rulingcommissie kunnen de belastingplichtigen, overeenkomstig nr. 375/15 van de nieuwe administratieve commentaar op het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 voor het vervullen van hun fiscale verplichtingen, eveneens inlichtingen inwinnen bij de bevoegde hoofdcontroleurs of ontvangers van de directe belastingen. Uit de toelichtingsbrochures, gevoegd bij de aangifteformulieren blijkt dat ook steeds per telefoon inlichtingen kunnen verkregen worden.
1.
a)Binnen welke "redelijke" termijn en in welke mate, moet op telefonische, mondelinge maar vooral op schriftelijke vragen al dan niet in verband met principiële kwesties, maar die toch enig opzoekingswerk vergen en rekening houdend met de ingewikkeldheid van het probleem, het gedrag van de vraagsteller en de houding van gerechtelijke instanties, op passende en weloverwogen wijze schriftelijk geantwoord worden ?
b)Kan bijvoorbeeld een normale antwoordtermijn van één maand in de zin van artikel 316 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (met eventuele mogelijkheid tot uitstel) voor de ambtenaren hier eveneens richtinggevend zijn ?
2.
a)
In welke mate en bij welke territoriaal bevoegde leidinggevende belastingambtenaren kan of mag een fiscaal raadgever, een bedrijfsrevisor, een boekhouder of elke andere belastingplichtige (die eventueel ook onbekend wenst te blijven) telefonisch of schriftelijk inlichtingen vragen die betrekking hebben op algemene principiële kwesties zonder dat een belastingplichtige zich wil bekendmaken ?
b)
Behoort het verstrekken van dergelijke algemene informatie ook niet tot de moderne opdracht van de belastingadministratie ?
3. Hoe kan een dergelijke vorm van klantvriendelijke dienstverlening, met waarborg voor een gelijkberechtiging, praktisch worden georganiseerd en gelijkmatig verdeeld worden onder alle leidinggevende ambtenaren ?
ANTWOORD
Ter gelegenheid van hun modernisering streven de belastingadministraties ernaar hun externe communicatie te verbeteren en het personeel daarvoor te sensibiliseren. Bovendien hebben die administraties in het kader van het handvest van de gebruiker van de openbare diensten "informatieambtenaren" aangeduid die gewoonlijk deel uitmaken van de hoofdbesturen. De gegevens nodig voor het contact met die ambtenaren zijn vermeld in de brochure met als titel Gids van de informatie- en documentatiecentra van de administraties, die door de federale Informatiedienst wordt uitgegeven.
Het geacht lid vindt hierna het antwoord op zijn verschillende vragen.
1. Er bestaat geen enkele precieze regel in verband met de termijn waarover de administratie beschikt om te antwoorden op een mondelinge of schriftelijke vraag om informatie. Niettemin moet alles in het werk worden gesteld om zo spoedig mogelijk een antwoord te geven. Gelet op de ingewikkeldheid en de omvang van de belastingmaterie, lijkt het mij niet mogelijk een welbepaalde termijn vast te leggen die in alle gevallen zou moeten, en vooral zou kunnen, worden nageleefd.
2. Om het meest passende antwoord te verkrijgen, is het de regel dat de vragen die betrekking hebben op de toepassing van de belastingwetgeving in een gegeven individuele situatie, gericht worden aan de dienst die het dossier van de betrokken persoon beheert (bijvoorbeeld de taxatiedienst voor de vragen in verband met de vestiging van de personenbelasting).
Principiële kwesties kunnen ook rechtstreeks aan de hoofdbesturen worden voorgelegd. In het algemeen wordt het antwoord gegeven onder voorbehoud de feitelijke of juridische omstandigheden van de uiteengezette situatie te kennen en na te gaan. Dit is uiteraard altijd het geval wanneer de identiteit van de belastingplichtige niet wordt meegedeeld.
In dat opzicht biedt de administratie reeds lange tijd de mogelijkheid om op een anonieme manier vragen te stellen aan ambtenaren, via informatiestands op beurzen zoals Batibouw, het Autosalon en gelijkaardige beurzen die in de provincie worden georganiseerd. Overigens vestig ik de aandacht op de ervaring die dit jaar werd opgedaan met de samenwerking met een radiostation om de belastingplichtigen de mogelijkheid te bieden hun vragen inzake de aangifte in de personenbelasting aan ambtenaren te stellen. Uit het succes van dat experiment blijkt zowel het feit dat de administratie zich wenst open te stellen als het nut van een anoniem contact. Daarom overweeg ik dit experiment in de toekomst te herhalen.
De administratie kan uiteraard de louter theoretische vragen van fiscale en andere raadgevers beantwoorden door te verwijzen naar bestaande publikaties waarin het probleem wordt uiteengezet en die normaliter in het bezit van die personen zijn.
3. Het hoofdbestuur en de ambtenaren die met het toezicht op de diensten zijn belast, waken erover dat de hierboven vermelde principes ter verbetering van de informatie van het publiek, in al de diensten goed worden nageleefd. De fiscale en andere raadgevers hebben uiteraard als opdracht de correcte informatie van hun cliënten te waarborgen.