Parlementaire vraag van de heer du bus de Warnaffe van 04.03.1999

VRAAG 99/M01

Mondelinge vraag van de heer du bus de Warnaffe dd. 04.03.1999


Bull. nr. 793, pag. 1621

Presentiegeld.

VRAAG

De aftrek voor beroepskosten bedraagt maximum 110.000 frank, ook voor hen die naast hun functie als rechter-assessor een hoofdberoep uitoefenen.

Het zou logisch zijn dat betrokkenen recht zouden hebben op een tweede aftrek van 20 %, gelet op het geringe presentiegeld dat zij ontvangen.

Veel rechters weigeren die aftrek, met als gevolg dat er geen enkele aftrek gebeurt op de inkomsten van de rechters in handelszaken omdat ze de grens van 110.000 frank al bereiken in het kader van de uitoefening van hun hoofdberoep. De beroepskosten zijn nochtans niet gering.

Bent u niet van plan instructies te geven opdat die kosten afzonderlijk zouden worden belast?

Wij zijn ook van oordeel dat het feit dat het presentiegeld als beroepsinkomsten wordt beschouwd, tot een te hoge taxatie leidt. Kan het presentiegeld niet in de rubriek diverse inkomsten worden ondergebracht?

ANTWOORD (van de heer Viseur - Minister van Financiën)

De rechter in handelszaken wordt door de Staat benoemd en vergoed. Naar het voorbeeld van de in de artikelen 30 en 31 van het WIB 92 bedoelde lonen en wedden van de rechters van de rechterlijke orde is het presentiegeld dat door de Minister van Justitie wordt uitgekeerd, globaal belastbaar. Het Hof van Beroep van Luik velde overigens een vonnis in die zin. Krachtens artikel 51 WIB 92 wordt het forfait op de gehele inkomsten berekend, al zijn deze in voorkomend geval uit verschillende bronnen afkomstig. Het forfait voor de aftrekbare beroepskosten moet bijgevolg op grond van alle gewone inkomsten worden bepaald.

De kostenaftrek voor burgemeesters, schepenen of openbare mandatarissen is een andere zaak. De wet die deze materie behandelt, is niet van toepassing op de rechters in handelszaken. Zoals altijd kunnen de begunstigden van gewone inkomsten voor de aftrek van de werkelijke beroepskosten kiezen.

CONCLUSIE (van de heer du Bus de Warnaffe)

In 1984 was er dus een wet die niet tot de andere mandaten werd uitgebreid, en er bestaat geen enkel verband tussen de mandaten van burgemeester of schepen en dat van rechter in handelszaken.