Parlementaire vraag nr. 912 van de heer Beysen van 11.02.1994

VRAAG 94/912

Vraag nr. 912 van de heer Beysen dd. 11.02.1994


Bull. nr. 740, pag. 1587

Beroepsverliezen - Verlies van het belastbaar tijdperk - Verlies van vorige belastbare tijdperken - Landbouwvennootschap - Vereniging zonder rechtspersoonlijkheid - Tenlasteneming van verliezen - Verrekening - Voorwaarde van aftrekbaarheid

Krachtens artikel 80 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kunnen de verliezen geleden in een landbouwvennootschap, die niet gekozen heeft voor de vennootschapsbelasting, overeenkomstig artikelen 12 tot 16 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 niet anders dan afgetrokken worden van inkomsten van dezelfde aard in de personenbelasting. Wanneer er in de landbouwvennootschap winsten zijn, worden die belast in de personenbelasting en dienen aldus mee tot het bepalen van het fiscaal aftrekbaar resultaat.

Wanneer er daarentegen verliezen zijn dan kunnen die niet verrekend worden in de personenbelasting. Dat wil zeggen dat de verliezen ten laste genomen door de vennoten-niet-landbouwers, niet in mindering kunnen gebracht worden van hun andere bedrijfsinkomsten.

1. Is dat geen tegenstrijdigheid ? Het moet immers mogelijk zijn dat de belastingplichtige zowel de winsten als de verliezen te zijnen laste neemt, en dat verliezen niet alleen kunnen verrekend worden op inkomsten van dezelfde aard. Inkomsten worden wel bij de winsten van het belastbaar tijdperk gevoegd en aldus belast.

2. Als de verliezen niet kunnen afgetrokken worden in de personenbelasting en evenmin in de vennootschapsbelasting, wat is dan het lot van die verliezen ?

ANTWOORD

Het is niet zo dat beroepsverliezen van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid in het geheel niet meer aftrekbaar zouden zijn in de personenbelasting. Alleen stelt artikel 80 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) dat dergelijke verliezen door de vennoten of leden nog slechts mogen worden afgetrokken van hun beroepsinkomsten (winst of baten) die voortspruiten uit een beroepswerkzaamheid van dezelfde aard als die waarin de verliezen van de vereniging zijn geleden.

Mede gelet op het bepaalde in artikel 23, § 2, 3°, WIB 92, betekent dat concreet dat de verliezen die door een vennoot of lid van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid zijn geleden in een jaar waarin hij geen beroepsinkomsten van dezelfde aard heeft verkregen, worden overgedragen naar het eerstvolgend belastbaar tijdperk waarin hij opnieuw dergelijke beroepsinkomsten behaalt (in casu is dat b.v. het eerstvolgende jaar waarin de landbouwvennootschap opnieuw winst maakt).