Parlementaire vraag nr. 2 van mevrouw Veerle Wouters van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 2 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/130 dd. 04.10.2013, blz. 484

Auteursrechten. - Inhouding roerende voorheffing ten aanzien van binnenlandse vennootschappen en erkende beheersvennootschappen (SV 476).

VRAAG

Overeenkomstig een bericht aan de schuldenaars van auteursrechten en naburige rechten (zie: Belgisch Staatsblad van 9 december 2008) moet vanaf 2009 roerende voorheffing worden gestort bij uitbetalingen aan natuurlijke personen. Uit het antwoord op de mondelinge vraag nr. 12716 van 22 april 2009 van de heer Luk Van Biesen, blijkt dat de schuldenaars in afwachting van een aanpassing van het KB/WIB92 mogen verzaken aan de inhouding van roerende voorheffing bij betalingen aan binnenlandse vennootschappen en erkende beheersvennootschappen (Integraal Verslag, Kamer, 2008-2009, Commissie voor de Financiën en de Begroting, 22 april 2009, CRIV 52 COM 531, blz. 40).

1. Waarom werd het KB/WIB92 nog steeds niet aangepast ?

2. Is de administratieve tolerantie nog steeds van toepassing ?

3. Biedt de administratieve tolerantie voldoende rechtszekerheid voor de belastingplichtigen ?

4. Wanneer mag een aanpassing aan het KB/WIB 92 worden verwacht ?

ANTWOORD (van de heer Geens, Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

1. en 4. Mijn administratie heeft een aantal problemen geïdentificeerd inzake de toepassing van het belastingstelsel van de inkomsten uit de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten, als bedoeld in artikel 17, § 1, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Deze problemen hebben met name betrekking op de hoedanigheid van de schuldenaar van de roerende voorheffing in het licht van de bepalingen van artikel 261, eerste lid, 2° en 4° van het Wetboek, op het implementeren van controlemaatregelen die afgestemd zijn op het verkrijgen van deze inkomsten, en op de specifieke situatie van de beheersvennootschappen van de rechten als bedoeld in de artikelen 65 en volgende van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Het is derhalve aangewezen om de reikwijdte van de vigerende wettelijke bepalingen wat die verschillende aspecten betreft te evalueren alvorens een eventuele aanpassing van de bepalingen van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB92) te overwegen. Rekening houdend met het voorgaande, zal mijn administratie mij voorstellen bezorgen voor wettelijke en, desgevallend, reglementaire aanpassingen die oplossingen aanreiken om die verschillende punten aan te pakken.

2. In afwachting, deel ik het geachte lid mee dat de tolerantie, zoals aangehaald in het antwoord van 22 april 2009 van staatssecretaris Bernard Clerfayt op de mondelinge parlementaire vraag nr. 12.716 van de heer Luk Van Biesen, nog altijd van toepassing is.

3. Ik heb tot op heden geen weet van problemen die in de praktijk zouden gerezen zijn naar aanleiding van de beslissing om af te zien van de inning van de roerende voorheffing in de door het geachte lid bedoelde situatie.