Parlementaire vraag nr. 2204 van de heer Poty van 01.07.2002

VRAAG 02/2204

Vraag nr. 2204 van de heer Poty dd. 01.07.2002


Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-61, blz. 3431-3432

Forfaitaire en werkelijke beroepskosten - Verschillende inkomstencategorieën

VRAAG

Mag een belastingplichtige een keuze maken tussen werkelijke beroepskosten en forfaitaire beroepskosten voor enerzijds verschillende inkomsten die in verschillende rubrieken van de belastingsaangifte/ aangifte voor bedrijfsleiders worden ingeschreven en anderzijds winsten?

Mag de belastingsinspecteur uit eigen beweging de twee bedragen (dat van de werkelijke beroepskosten en dat van de forfaitaire beroepskosten), die inherent zijn aan de twee inkomsten, samenvoegen ten einde over te kunnen gaan tot een evaluatie en een opnieuw ter discussie stellen van het forfaitaire gedeelte van kader XIV?

Als de belastingplichtige voor de twee soorten van inkomsten voor het forfaitaire bedrag kiest, kan de belastingsinspecteur dan bewijsstukken voor de beroepskosten vragen en die vervolgens gebruiken om het forfaitaire bedrag aan te vechten en het te vervangen door werkelijke kosten?

Als de belastingsinspecteur een dergelijke stap onderneemt, heeft de belastingplichtige dan het recht om:

a) te weigeren bewijsstukken voor de controle van een forfaitair bedrag voor te leggen;

b) bij zijn aangifte op basis van forfaitaire beroepskosten te blijven?

ANTWOORD

Ik heb de eer het geachte lid het volgende mede te delen.

De in artikel 51 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde forfaitaire aftrek voor beroepskosten is voor de belastingplichtige een absoluut recht en de administratie mag die niet verminderen of weigeren toe te passen onder voorwendsel dat de werkelijke beroepskosten lager zijn.

A. Verscheidene beroepswerkzaamheden waarvan de inkomsten in diverse categorieën worden gerangschikt.

Wanneer een belastingplichtige verscheidene beroepswerkzaamheden uitoefent waarvan de inkomsten tot diverse categorieen behoren, moeten de beroepskosten die van de inkomsten van iedere categorie aftrekbaar zijn afzonderlijk worden vastgesteld.

Dientengevolge mag een belastingplichtige die gelijktijdig een vrij beroep en een beroep van bedrijfsleider uitoefent, bijvoorbeeld eensdeels het bedrag van zijn beroepskosten betreffende zijn bezoldigingen forfaitair vaststellen en, anderdeels, van zijn baten het bedrag aftrekken van de werkelijke kosten welke uitsluitend op die baten betrekking hebben.

Indien bepaalde kosten evenwel gelijktijdig op de uitoefening van de twee beroepen slaan, moet het bedrag derwijze worden omgedeeld dat de werkelijke kosten slechts het gedeelte begrijpen dat uitsluitend betrekking heeft op de uitoefening van het vrij beroep, daar het overblijvende gedeelte gedekt is door het forfait betreffende het beroep van bedrijfsleider.

B. Verscheidene beroepswerkzaamheden waarvan de inkomsten in éénzelfde categorie van inkomsten worden gerangschikt.

Wanneer een belastingplichtige beroepsinkomsten behaalt uit verschillende beroepswerkzaamheden die evenwel in éénzelfde categorie van inkomsten als bedoeld in artikel 51 van het voormelde wetboek worden gerangschikt, moet het forfait op het totaal van de aldus verkregen bedragen worden vastgesteld, daar het immers het geheel omvat van de kosten die zijn gedaan om de voormelde inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Voor meer bijzonderheden dienaangaande ben ik zo vrij het geachte lid te verwijzen naar de administratieve commentaar op het voormelde artikel 51, die kan worden geraadpleegd op de algemene site van het ministerie van Financiën (http:// www.minfin.fgov.be) onder Fisconet.