Parlementaire vraag nr. 1519 van de heer Roel Deseyn van 23.02.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/137 dd. 28.11.2017, blz. 303
Het aanpakken van zwart geld
VRAAG (van de heer Deseyn)
De aanpak van de strijd tegen zwart geld en de fiscale fraude vereist een geïntegreerde aanpak. Dat heeft de topman van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) al meermaals gezegd in de Kamercommissie Financiën. Uw fraudeplan van 2015 bevat dan ook verschillende voorstellen van maatregelen om hieraan bij te dragen. Niettegenstaande de maatregelen die u als minister reeds genomen heeft en uw fraudeplan, wordt u verweten dat er met een beetje meer moeite zo'n 20 miljard euro aan zwart geld kan worden opgehaald. Er wordt dan specifiek verwezen naar de 61.000 regularisatiedossiers die momenteel via een strafklacht bij de verschillende parketten van dit land zijn terechtgekomen. Daarbij wordt nog verklaard dat met een klein beetje bijkomend speurwerk nog andere dossiers naar boven kunnen worden gehaald ter waarde van een aantal miljard euro. Het is wel zo dat het enige tijd zal duren vooraleer we duidelijkheid zullen krijgen over de strafklacht, maar het illustreert wel de boodschap die verkondigd moet worden. Het is immers noodzakelijk dat zowel de fiscus en het gerecht met elkaar samenwerken om de strijd tegen fiscale fraude efficiënt maar vooral effectief kunnen voeren. Daarbij kan dus onder andere gedacht worden aan de ter beschikkingstelling van fiscale ambtenaren bij de parketten of aan het verlenen van het statuut van officier van gerechtelijke politie aan verschillende ambtenaren van de BBI. Het is daarbij verwonderlijk dat de belastingadministratie de enige administratie is waar geen dergelijk statuut bestaat, gezien de mogelijkheden bij de Sociale en Economische Inspectie.
1. Is de inschatting van de 20 miljard euro een juiste inschatting volgens u? Zo neen, waarom en over hoeveel gaat het dan precies?
2. a) Kan u zeggen wat de stand van zaken is met betrekking tot de ter beschikkingstelling van fiscale ambtenaren bij de parketten?
b) Wanneer kunnen de nieuwe actieven aan de slag gaan? b) Quand le nouveau personnel actif pourra-t-il se mettre à la tâche?
3. a) Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het fraudeplan van 2015?
b) Kan u concreet opsommen welke voorstellen reeds zijn uitgevoerd, gezien u al meermaals verklaard heeft dat er al zo'n 20 à 30 maatregelen werden uitgevoerd?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Al naargelang van de bron en de gehanteerde parameters worden stelselmatig de meest uiteenlopende schattingen van de omwille van frauduleuze praktijken mislopen ontvangsten naar voren geschoven. Essentieel in dit gans debat is natuurlijk de definitie van de notie fraude met de nodige schakeringen (materiële vergissingen, ontwijking, grootschalige en georganiseerde fraude, enz.). Verder lijkt het mij onmogelijk om met zekerheid een cijfer te kleven op per definitie occulte handelingen. In die optiek durf ik mij dan ook niet te wagen om mij op een bepaald cijfer vast te pinnen. Dat het om belangrijke bedragen gaat, staat buiten kijf. Een efficiënte fraudebestrijding moet derhalve zowel preventief (ontmanteling structuren, verhinderen onrechtmatige teruggaven, enz.) als repressief georiënteerd zijn waarbij, inderdaad, een geïntegreerde aanpak met alle betrokken actoren essentieel is.
2. De Ministerraad van 17 februari 2017 heeft het ontwerp van koninklijk besluit dat voorziet in een uitbreiding van het aantal terbeschikkingstellingen van fiscale ambtenaren bij de parketten goedgekeurd. Na syndicale onderhandelingen en na advies van de Raad van State zal dit ontwerp ter ondertekening aan het Staatshoofd worden voorgelegd. Van de 18 terbeschikkingstellingen die op dit ogenblik wettelijk zijn voorzien zijn er momenteel 14 ingevuld. Voor de vier overblijvende detacheringen loopt de procedure. Verwacht wordt dat ze binnen de twee maanden zullen gerealiseerd zijn.
3. Hierna volgt een oplijsting van de belangrijkste maatregelen die sinds de voorstelling van de algemene beleidsnota inzake fraudebestrijding van 4 december 2015 genomen zijn:
- Vierde fiscale en sociale amnestie - Federale regularisatiewet
Zwart geld kan fiscaal en sociaal geregulariseerd worden.
- Fraude met terugbetaling van roerende voorheffing aan banden gelegd - Roerende voorheffing-carroussel
- Panamamaatregelen (programmawet van 1 juli 2016): BEPS 13-verrekenprijsdocumentatie °
Landenrapportering (country by country reporting)
Masterfile
Local file via gestandaardiseerd formulier
Samengevat: Er werd een verrekenprijsdocumentatieverplichting ingevoerd voor multinationale ondernemingen, evenals de invoering van country by country reporting. De multinationale ondernemingen zijn voortaan conform de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)-standaarden verplicht tot het houden en indienen van een gedegen verrekenprijsdocumentatie, bestaande uit een masterfile, een local file en gestandaardiseerd inlichtingenformulier. Dit standaarddocument is aangewezen met het oog op vergelijkbaarheid van eenzelfde type van onderneming en een efficiënte risico-analyse.
Bovendien zullen multinationale ondernemingen een country by country rapport moeten indienen met daarin de winst, de omzet, de betaalde belastingen, de activiteiten, het aantal werknemers, en dergelijke per belastingjurisdictie). Indien uit dit rapport anomalieën blijken, kan tot verdere grondige controle worden overgegaan.
° Versterking voor strafrechtelijke fiscale fraudebestrijding
Ter beschikking stelling van 15 extra fiscale ambtenaren aan de Parketten.
Koninklijk besluit naar MiRa op 17 februari 2017.
Verplicht sectorieel vakbondsoverleg binnen FOD Financiën van 28 febuari tot 10 maart 2017.
15 extra fiscale substituten (Justitie). °
Afsluiten van TIEA (Tax Information Exchange Agreement) met Panama en andere belastingparadijzen
Onderhandelingen lopen tussen Panama en België; België zet in om met Panama een TIEA's af te sluiten, met het oog op het bekomen van relevante informatie over de uiteindelijke begunstigden van de structuren die daar gevestigd zijn.
° Buitenlandse inlichtingen - onderzoeks- aanslagtermijnen
Enerzijds verruiming van de rechtsgronden bij ontvangen van buitenlandse inlichtingen (niet alleen dubbelbelastingverdragen, maar ook FATCA, CRS, TIEA's, Europese Spaarrichtlijn, enz.).
Anderzijds voorzien in een onderzoekstermijn van 24 maanden bij het verkrijgen van inlichtingen uit het buitenland.
° Kaaiman structuur - verhogen boete bij niet aangifte °
de administratieve boete voor het niet melden van kaaimanstructuren werd verhoogd naar 6.250 euro per nietgemelde constructie en per jaar.
° Cloudcomputing
Gegevens die op buitenlandse servers staan, de zogenaamde gegevens in the cloud, hebben dezelfde waarde als gegevens die op Belgische informaticasystemen staan. Het is een trend om meer en meer boekhoudkundige en andere gegevens te stockeren in the cloud en de wetgever heeft daarom het territorialiteitsbeginsel verruimd tot cloud gegevens.
° Taskforce Financiën - Justitie
Een multidisciplinaire taskforce Financiën-Justitie werd opgericht. Regelmatig vergadert de taskforce Financiën -Justitie met het oog op een meer efficiënte samenwerking Financiën - Justitie
° Gekaderde uitbreiding toegang tot het Centraal Aanspreekpunt Bankrekeningen gehouden door/bij de Nationale Bank van België
De toegang tot het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank werd mogelijk gemaakt voor diverse ambtenaren en magistraten.
° Invoering van een elektronisch vereenvoudigd derdenbeslag inzake btw
° Volledig inhoudelijke actualisering van de Domaniale Wet van 1949 teneinde de niet-fiscale invordering efficiënt te maken
° Aanpassing van artikel 300 WIB teneinde het bewarend beslag te kunnen behouden tijdens het bodemgeschil voor het Hof van Beroep
° Adaptation de l'article 300 du CIR afin de pouvoir
maintenir la saisie conservatoire pendant la procédure principale
devant la cour d'appel
° Aanpassing van artikel 307, § 1, zesde lid WIB: Wanneer de vennootschappen betalingen doen aan personen gevestigd in belastingparadijzen, moet deze vennootschap dit melden op een bijlage bij de aangifte. Er zijn criteria toegevoegd aan artikel 307 van het WIB'92 om zodoende landen die hun off shore inkomsten belasten aan een tarief lager dan 15 % op te nemen op de landenlijst. Zo heft Panama een belasting op haar territoriale inkomsten van 30 %, maar heft zij geen belastingen op inkomsten van buitenlandse oorsprong (off shore inkomsten). Door deze aanpassing zullen betalingen aan dergelijke landen ook aan de fiscus moeten worden gemeld.
Landenlijst stand van zaken :
Het Mondiaal Forum van de OESO heeft op 4 november 2016 Guatemala, de Marshalleilanden, Micronesia, Panama en Trinidad en Tobago alsnon-compliant aangemerkt wegens het niet effectief en substantieel toepassen van de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden conform artikel 307, § 1 WIB.
Een administratieve circulaire van 26 januari 2017 merkt die vijf rechtsgebieden, met inbegrip van Panama, vanaf 4 november 2016 aan als staten die de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek niet substantieel of effectief toepassen en voert de aangifteverplichting in, voor betalingen gedaan vanaf 4 november 2016 aan personen, vaste inrichtingen of bankrekeningen die worden beheerd in één van deze rechtsgebieden, ongeacht het belastbaar tijdperk of boekjaar waarin deze betaling plaatsvindt conform artikel 307, § 1.
Er is dus geen wijziging van de wettelijke lijst van staten zonder of met een lage belasting als bedoeld in artikel 307, § 1, lid 7 nodig om betalingen aan Panama onder de meldingsplicht te brengen, waardoor de noodzaak is weggevallen om deze lijst op korte termijn te herzien.
Ondertussen is de Europese Commissie begonnen aan een oefening om in samenspraak met de lidstaten tot een gemeenschappelijke lijst van belastingparadijzen te komen. Daarom lijkt het mij wijs om de resultaten van deze Europese oefening af te wachten vooraleer mijn administratie een nieuwe lijst opmaakt. De resultaten van de Europese Commissie worden voor het jaareinde verwacht.
- Diverse fraudemaatregelen (onder andere wet van 1 december 2016)
Invoering van een specifieke anti-misbruikbepaling in uitvoering van Moeder-Dochterrichtlijn teneinde hybride leningen (PPL's), enz. te neutraliseren.
Gespreide betaling van de exit taks - in uitvoering van ingebrekestellingen van België door Europese Commissie.
Stuitende werking van een aangetekende brief (aanmaning) teneinde ontvangers kostenbesparend te laten werken (geen deurwaardersexploot meer nodig bij stuiting)
- Begroting - november 2016:
Maatregelen :
In het kader van de begrotingsnotificatie november 2016 werden volgende maatregelen voorgelegd, deze worden eerstdaags in tweede lezing na het advies van de raad van State aan de Ministerraad voorgelegd:
° Global Peer Review -OESO - Mondiaal Forum
In het kader van het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden, heeft er in België thans een evaluatieprocedure plaats, de zogenaamde global peer review.
Deze doorlichting houdt onder andere een evaluatie in van de fiscale wetgeving op het gebied van uitwisseling van inlichtingen op verzoek. De Belgische wetgeving wordt gealigneerd met de OESO referentiestandaard.
° Niet nominatum gekende rekeningen
De mogelijkheid wordt voorzien om het Centraal Aanspreekpunt gehouden bij de Nationale Bank van België te bevragen bij een niet nominatum gekende bankrekening. Thans is deze mogelijkheid niet wettelijk voorzien.
° Herdefiniëren van artikel 52bis WBTW
De parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraude-dossiers van 2009 (doc 52 0034/04, vaststellingen onder nr. 22, blz. 244-248) heeft vastgesteld dat artikel 52bis WBTW zoals thans gelibelleerd, onwerkbaar is.
Dit bestaande artikel beoogt(de) de mogelijkheid om bewarend beslag te leggen op roerende goederen, maar bleef tot op heden dode letter wegens legistieke problemen. Aan de legistieke problemen wordt geremedieerd.
° Laattijdige aangifte
Het huidige artikel 444, WIB 92 bepaalt dat bij een niet aangifte of in geval van een onvolledige aangifte er een belastingverhoging kan toegepast worden als administratieve sanctie. De laattijdige aangifte wordt niet bij name genoemd. Daar het destijds niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest om de laattijdige aangifte vrij te stellen van een eventuele belastingverhoging, werd en wordt een laattijdige aangifte gelijkgesteld met een niet aangifte. Deze gelijkstelling van een laattijdige aangifte met een niet-aangifte wordt voor de rechtbanken betwist. Teneinde de geest van de wet te laten overeenstemmen met de werkelijkheid en elk eventueel misverstand uit te sluiten, wordt een laattijdige aangifte nu ook letterlijk vermeld. Zodoende wordt artikel 444 WIB geremedieerd.
- Omzetting vierde richtlijn strijd tegen het witwassen en de financiering van terrorisme
Deze teksten worden voorgelegd aan de Ministerraad in eerste lezing.
Op 20 mei 2015 nam het Europees Parlement de richtlijn (EU) 2015/849 aan inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering (vierde anti-witwasrichtlijn).
Het preventief dispositief inzake de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt volledig geactualiseerd naar aanleiding van de belangrijke ontwikkelingen op Europees en internationaal niveau.
Deze ontwikkelingen zijn in de eerste plaats de 4de richtlijn, alsook de 40 aanbevelingen van de FAG of de Financiële Actiegroep inzake de bestrijding van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de proliferatie. De huidige wet van 11 januari 1993 wordt volledig geïntegreerd.
Er zullen onder andere verbeteringen aangebracht worden aan de controle op de onderworpen entiteiten (de interne organisatorische maatregelen om bevriezingsmaatregelen correct te kunnen toepassen) en aan de nationale en internationale samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten.
Daarnaast komt er een nationaal register van uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten, of UBO register genaamd (register van de Ultimate Beneficial Owner). Vennootschappen en andere juridische entiteiten wordt de verplichting opgelegd om informatie over hun uiteindelijke begunstigden te verkrijgen en te bewaren.
Ook dient er conform de 4de richtlijn voorzien te worden in een bankenregister.
Tenslotte wens ik ook te verwijzen naar initiatieven die genomen worden binnen de OESO wat betreft het multilateraal instrument tot aanpassing van de dubbelbelastingverdragen en naar de initiatieven van op Europees niveau wat betreft de anti-tax avoidance directive (ATAD).
