Parlementaire vraag nr. 1985 van de heer Vincent Van Quickenborne van 26.03.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 253
Berekening toename schulden genieters. - Verplichte rapportering betalingen aan belastingparadijzen (MV 41798C).
VRAAG (van de heer Van Quickenborne)
Deze vraag betreft de toepassing van artikel 307, § 1/2 van het wetboek Inkomstenbelastingen (WIB) wat betreft de rapportering in een bijlage tot de aangifte inkomstenbelastingen van betalingen aan genieters gevestigd in belastingparadijzen.
Na de recent ingevoerde wijziging moet deze rapportering worden gedaan voor zover het totaal van de betalingen die tijdens het belastbare tijdperk werden gedaan vermeerderd met de tijdens het belastbare tijdperk vastgestelde toename van de schulden aan deze genieters een minimum bedrag van 100.000 euro bereikt.
Wat betreft de "toename van de schulden", dient men deze toename te berekenen door het bedrag van de uitstaande schulden op het einde van het boekjaar jegens genieters die op diezelfde datum geacht worden gevestigd te zijn in een belastingparadijs, te verminderen met het bedrag van de uitstaande schulden bij het begin van het boekjaar jegens genieters die op diezelfde datum geacht worden gevestigd te zijn in een belastingparadijs? Zo niet, hoe dient deze berekening dan wel te gebeuren?
ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)
Voor de toepassing van de bedoelde wettelijke bepaling kan ik mij in principe aansluiten bij uw werkwijze indien de betalingen zijn gedaan aan personen of vaste inrichtingen die gevestigd of gelegen zijn in een staat die gedurende het volledige belastbare tijdperk moet worden beschouwd als een "belastingparadijs".
Evenwel kan die werkwijze niet worden gevolgd wanneer de betrokken staat de kwalificatie als "belastingparadijs" verliest of verkrijgt tijdens het belastbare tijdperk.
In het geval van verlies van de kwalificatie moet het bedrag van de schulden aan de bedoelde personen of vaste inrichtingen op de laatste dag waarop de betrokken staat wordt beschouwd als een "belastingparadijs", worden vergeleken met het bedrag van die schulden bij het begin van het belastbare tijdperk.
In het geval van verkrijging van de kwalificatie moet het bedrag van de schulden aan de bedoelde personen of vaste inrichtingen op het einde van het belastbare tijdperk worden vergeleken met het bedrag van die schulden op de eerste dag waarop de betrokken staat wordt beschouwd als een "belastingparadijs".
