Parlementaire vraag nr. 80 van de heer Roel Deseyn van 16.12.2014

Parlementaire vraag nr. 80 van de heer Roel Deseyn dd. 16.12.2014

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/009 dd. 26.01.2015, blz. 183

Gevolgen van de aanpassing van de liquidatiebonus

VRAAG

Met de programmawet van 28 juni 2013 heeft de wetgever een afwijkende roerende voorheffing ingevoerd voor dividenden van kleine vennootschappen. Deze regeling houdt in dat de roerende voorheffing onder bepaalde voorwaarden wordt verminderd tot 20 of 15%. Het betreft: aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013, voor kleine vennootschappen, kapitaalverhoging in geld, aandelen op naam, enzovoort (artikel 269, §2 WIB 1992). Het stelsel voorziet in een wachttermijn van drie jaar (wat het tarief van 15% betreft). De recente programmawet (Parl. St., 2014-2015, nr. 672/1) voorziet in een aanpassing van het stelsel van de liquidatiebonus. Indien vennootschappen hun gereserveerde winst na vijf jaar uitbetalen, zullen zij in totaal een roerende voorheffing van 15% betalen.

1. Erkent u dat het naast elkaar bestaan van deze twee regelingen complex is ?

2. Voorziet u in een wijziging van de gunstige regeling voor kmo-dividenden na de aanpassingen van de liquidatiebonus ?

ANTWOORD (van de minister)

1. De twee door u vernoemde regelingen betreffen twee verschillende situaties: De eerste situatie betreft de roerende voorheffing op dividenden van de nieuwe aandelen van kmo's (nieuw kapitaal vanaf 1 juli 2013). De tweede situatie betreft enerzijds de afzonderlijke heffing van 10 procent in de vennootschapsbelasting op de liquidatiereserve en anderzijds de roerende voorheffing van 15 procent of 5 procent op de dividenden die hun oorsprong vinden in deze liquidatiereserve.

2. Aangezien uit het antwoord op de eerst vraag blijkt dat de twee vernoemde situaties verschillend zijn, lijkt het niet nodig te voorzien in een wijziging van deze regeling.