Parlementaire vraag nr. 686 van de heer de Clippele van 13.09.1993
VRAAG 93/686
Bull. nr. 734, pag. 206
Gezinslast - Nettobedrag van de bestaansmiddelen - Voorwaarde van de bestaansmiddelen
In de toelichting bij het aangifteformulier voor de personenbelasting op het aanslagjaar 1993 staat de volgende zin (pagina 3, linkerkolom) : "met een minimum van 11.000 Belgische frank voor bezoldigingen van loon- en weddetrekkers en baten van beoefenaars van vrije beroepen".
Op welke wettelijke grondslag berust dat minimum van 11.000 Belgische frank ?
ANTWOORD
De door het geacht lid aangehaalde passage uit de toelichting bij de aangifte in de personenbelasting van het aanslagjaar 1993 heeft betrekking op de gezinsleden die als ten laste kunnen worden beschouwd en meer bepaald op het nettobedrag van hun bestaansmiddelen dat een bepaald bedrag niet mag overschrijden.
Artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 stelt dat onder nettobedrag van de bestaansmiddelen wordt verstaan, het brutobedrag daarvan verminderd met de kosten die de belastingplichtige verantwoordt gedurende het belastbare tijdperk te hebben gedaan of gedragen om die middelen te verkrijgen of te behouden.
Het tweede lid van datzelfde artikel bepaalt daarenboven dat bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, de aftrekbare kosten op 20 % van het brutobedrag van de bestaansmiddelen worden vastgesteld en dat wanneer die bestaansmiddelen in bezoldigingen van werknemers of in baten bestaan, de aftrekbare kosten ten minste 10.000 Belgische frank bedragen.
Ingevolge de indexering is dat bedrag van 10.000 Belgische frank voor het aanslagjaar 1993 op 11.000 Belgische frank gebracht.
Bron: FisconetPlus
