Parlementaire vraag nr. 118 van de heer François-Xavier De Donnea van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 118 van de heer François-Xavier De Donnea dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/156 dd. 14.04.2014, blz. 212

Bankgeheim

VRAAG (van de heer De Donnea)

1. Welke sancties hangen er een financiële instelling die het bankgeheim schendt, boven het hoofd?

2. Uit hoofde van welke wettelijke grondslag geven Belgische banken de Amerikaanse Internal Revenue Service (IRS), spontaan en soms zonder de betrokkenen hierover in te lichten, kennis van de zowel aan ingezetenen van de Verenigde Staten als aan ingezetenen van België uitgekeerde inkomsten uit effecten die bij Belgische banken werden gedeponeerd?

3. Als uw administratie niet bij de besprekingen inzake het meedelen van deze gegevens werd betrokken, welke instantie dan wel?

4. Waarom heeft uw administratie zich in dit verband niet laten gelden?

5. Welke Belgische banken weigeren deze gegevens naar uw weten mee te delen?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. De bankier is niet onderworpen aan de verplichting tot beroepsgeheim die door artikel 458 van het Strafwetboek wordt gesanctioneerd. De rechtsleer en de rechtspraak erkennen daarentegen dat de bankier onderworpen is aan een zwijgplicht. Deze zwijgplicht vindt volgens een meerderheid in de rechtsleer zijn oorsprong in de gebruiken van het beroep, die zelf door gewoonte ontstaan zijn. De meerderheid in de rechtsleer is het er ook over eens dat het contract tussen een bankier en zijn cliënt een niet geschreven bepaling bevat die een verplichting tot geheimhouding oplegt. Uit het voorafgaande volgt dat de bankier de informatie waarover hij beschikt, niet openbaar mag maken, tenzij zijn cliënt er zijn toestemming toe verleent of de wet het hem oplegt. Er dient hierbij verwezen te worden naar de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, de strafrechtelijke bepalingen inzake het getuigenverhoor voor de rechtbank en de overlegging van documenten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstelling en sommige bepalingen van fiscaal recht (inzonderheid artikel 322 van het WIB). Een inbreuk op de zwijgplicht kan dus aanleiding geven tot het betalen van een schadevergoeding, en dit op basis is van artikel 1135 van het Burgerlijk Wetboek (contractuele aansprakelijkheid) of op basis van artikel 1382 of 1383 van hetzelfde Wetboek (buitencontractuele aansprakelijkheid). Er dient bovendien op gewezen te worden dat hoewel het bankgeheim in België niet strafrechtelijk gesanctioneerd is, de bankier toch onderworpen blijft aan de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Deze wet bevat hoe dan ook bepalingen waarvan de niet-naleving strafrechtelijk gesanctioneerd wordt.

2 tot 4. De Belgische banken kunnen inlichtingen overmaken aan de IRS (Internal Revenue Service) in het kader van het Amerikaanse stelsel van de zogenaamde "Qualified Intermediary". Deze US wetgeving maakt het mogelijk dat financiële instellingen die dat wensen, onder voorwaarden, het statuut van "Qualified Intermediary" verkrijgen op basis van een contract dat bilateraal met de IRS gesloten wordt. Dankzij dat statuut kunnen zij namens hun cliënten de verminderingen van de bronheffing, waar die cliënten recht op hebben, verkrijgen en dit in principe zonder de identiteit van die cliënten te onthullen. Het statuut verplicht hen om jaarlijks vereenvoudigde inlichtingen aan de IRS over te maken. Aangezien het gaat om contracten die gesloten zijn tussen die financiële instellingen en de IRS, komt de Belgische administratie niet tussen in dat proces.

5. Er bestaat geen inventaris van de praktijken in de relaties tussen de financiële instellingen en de buitenlandse autoriteiten.