Parlementaire vraag nr. 1630 van de heer Vandenbossche van 25.01.1999
VRAAG 99/1630
Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 168, blz. 22549
Begrip enige woning voor beide echtgenoten
VRAAG
In Italië bestaat er een gunstregime voor de aankoop van de eerste woning waarbij de toestand van elke echtgenoot of echtgenote afzonderlijk wordt bekeken door de fiscale overheid. Het Italiaanse Hof van Cassatie besliste op 4 april 1996 dat de situatie van beide echtgenoten afzonderlijk bekeken moet worden bij de aankoop van een eerste woning. Dit betekent dat bij de aankoop van de eerste woning door één van beide echtgenoten niet gekeken mag worden naar de toestand van de andere echtgenoot/echtgenote.
Bij ons is dat door de wet geregeld. Indien één van beiden (de echtgenote/echtgenoot) een eerste woning koopt is er geen vermindering mogelijk indien één van beiden reeds een woning bezit. Dit betekent dus dat er een benadeling is voor de persoon die nog geen eerste woning bezit.
1. Is dit een gezinsonvriendelijke fiscale wetgeving?
2. Dient deze wetgeving dringend aangepast te worden?
ANTWOORD
In tegenstelling tot wat het geachte lid in zijn vraag stelt, kunnen echtgenoten steeds genieten van de aftrek voor interesten betaald of gedragen uit hoofde van schulden aangegaan om onroerende goederen te verkrijgen of te behouden, zoals voorzien in artikel 14 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, evenals van de vermindering voor de aflossing of wedersamenstelling van hypothecaire leningen in het kader van het langetermijnsparen, zoals vermeld in de artikelen 145^5 en 145^6 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
De bijkomende interestaftrek vermeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, is zoaIs het geachte lid zegt, inderdaad slechts van toepassing wanneer de hypothecaire lening werd aangegaan om in België zijn enige woning, hetzij te bouwen, hetzij in nieuwe staat te verwerven, hetzij volledig of gedeeltelijk te vernieuwen, mits aan al de terzake voorziene voorwaarden is voldaan.
Daar de in het artikel 104 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 vermelde bestedingen worden afgetrokken van het totale netto-inkomen, zijnde de inkomsten van het hele gezin, moet echter worden besloten dat in de logica van dit wetboek, de beoordeling inzake "enige woning" moet gebeuren voor de beide echtgenoten samen.
Bron: FisconetPlus
