Parlementaire vraag nr. 1163 van de heer Bacquelaine van 10.12.2002

VRAAG 02/1163

Vraag nr. 1163 van de heer Bacquelaine dd. 10.12.2002


Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 159, blz. 20477-20478

Bull. nr. 843, pag. 3282-3284

Bewijskrachtige boekhouding

VRAAG

De boekhouding is een onmisbaar instrument, zowel voor het bedrijfsbeheer als voor de bepaling van het belastbaar inkomen.

Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen geeft geen definitie van wat als een bewijskrachtige boekhouding mag worden beschouwd.

Wel stelt de administratieve commentaar bij het wetboek dat iedere boekhouding moet worden aanvaard, voor zover de voorgelegde boeken en bescheiden een samenhangend geheel vormen aan de hand waarvan de belastbare inkomsten nauwkeurig kunnen worden bepaald, alle geschriften gestaafd zijn door bewijsstukken en alle geboekte cijfers met de werkelijkheid overeenstemmen (Com.IB 340/7).

Voor de BTW is het ontvangstenboek een verplicht item, maar inzake inkomstenbelastingen is het dat niet.

Heeft de administratie der Belastingen gezien het voorgaande het recht om een boekhouding te verwerpen wegens het ontbreken van een ontvangstenboek, ook al voldoen alle boeken van de NV verder aan de vereisten van de wet op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen?

ANTWOORD (07.03.2003)

Inzake inkomstenbelastingen is het niet de vorm en de boekhoudtechniek die van overwegend belang is; hoofdzaak is dat de door de belastingplichtige voorgelegde geschriften oprecht en juist zijn.

Bovendien beantwoordt een boekhouding niet uit zichzelf aan de door het geachte lid in de derde alinea van zijn vraag aangehaalde voorwaarden; enkel de verificatie van de boekhouding kan de bewijskracht ervan aantonen.

Het ontbreken van het dagboek van ontvangsten waarvan het houden voorgeschreven is door artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, waarin de ontvangsten met betrekking tot de handelingen waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van de ontheffing van de factureringsplicht wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, ontneemt effectief aan de gehouden boekhouding haar bewijskracht inzake inkomstenbelastingen wanneer dit ontbreken als gevolg zou hebben dat een controle van de juistheid van de bedoelde ontvangsten onmogelijk zou zijn bij gebrek aan gedetailleerde aanduiding van de geleverde goederen of diensten.