Parlementaire vraag nr. 997 van de heer de Clippele van 29.03.1994

VRAAG 94/997
Bull. nr. 743, blz. 3113
Aanslagbiljet - Geldigheid van het aanslagbiljet - Kohier - Vormvereiste
VRAAG
Uit het kohier van de personenbelasting (PB) en aanvullende belastingen of belasting der niet-verblijfhouders (BNV) wordt aan de belastingschuldigen een uittreksel gestuurd onder de vorm van een aanslagbiljet.
1.
Aan welke voorwaarden moet een kohier voldoen?
2.
Aan welke voorwaarden moet een aanslagbiljet voldoen?
ANTWOORD
Voor de inkomstenbelastingen is het kohier de wettelijke inningstitel waarvan sprake in artikel 59 van de bij koninklijk besluit van 17 juli 1991 gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit.
Het kohier is een lijst die inzonderheid de naam, voornaam en het adres van de belastingschuldigen bevat, zomede de aard en het bedrag van de door elk van hen te betalen belasting. Die lijst wordt uitvoerbaar verklaard door de daartoe aangewezen directeur van de belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar. Door die uitvoerbaar verklaring wordt aan de belastingschuldigen het bevel gegeven de in het kohier opgenomen sommen te betalen op straffe ertoe te worden gedwongen.
Aldus wordt het kohier een authentieke akte, met de mogelijkheid van dadelijke executie, waarvan de vermeldingen bewijskracht hebben tot inschrijving wegens valsheid in geschrifte. In tegenstelling tot de notariële akten, hebben de kohieren echter geen openbaar karakter. Het is dan ook overbodig die documenten te onderwerpen aan de bijzondere regels die voor de notariële akten zijn vastgelegd in de wet van 25 ventôse, jaar XI (De Page, Traité de droit belge, deel III, nrs. 743 en volgende).
De wijze waarop de kohieren moeten worden aangelegd is geregeld in de artikels 128 tot 136 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 1992).
Krachtens voormelde artikelen mogen de kohieren afzonderlijk per soort van belasting of voorheffing of ineens voor verschillende soorten van belastingen of voorheffingen, op door de administratie bepaalde tijdstippen worden aangelegd. Zij worden opgemaakt per gemeente, per groep gemeenten of per ontvangkantoor. Zo nodig mogen ze voor verscheidene aanslagjaren worden opgemaakt, mits zij jaarlijks met een nieuwe uitvoerbaarverklaring worden bekleed. De kohieren van aanslagen en voorheffingen zijn verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard.
De wijze waarop voormelde regels moeten worden uitgelegd, zal uitvoerig worden besproken in de administratieve commentaar op artikel 300 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992). Die administratieve commentaar is nog in voorbereiding. In afwachting van de publikatie ervan kan het geacht lid evenwel de administratieve commentaar op artikel 208 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB) raadplegen. De nummers 208/2 en 208/26 zullen immers zonder fundamentele wijzigingen worden overgenomen in de nieuwe administratieve commentaar.
Artikel 136, KB/WIB 1992 bepaalt dat zodra de kohieren uitvoerbaar zijn verklaard, aan de betrokken belastingschuldigen een aanslagbiljet wordt toegezonden. Overeenkomstig artikel 302, WIB 1992, moet dat onder gesloten omslag geschieden.
De vermeldingen die het aanslagbiljet moet bevatten worden door geen enkele wettekst gepreciseerd. Aangezien er geen vormvereisten zijn bepaald, volstaat het dat het aanslagbiljet op een ondubbelzinnige wijze de betrokken belastingplichtige inlicht over de gevestigde aanslag. Om dat te bereiken zijn de vereiste vermeldingen in het aanslagbiljet die die nodig zijn om het bestaan van een regelmatige uitvoerbare titel te doen kennen en om de belastingplichtige in staat te stellen een bezwaarschrift in te dienen (Cassatie, 12 januari 1960, Bulletin der belastingen 364, blz. 828; Cassatie 10 april 1975, Bulletin der belastingen 543, blz. 1639).
Uit de samenlezing van de rechtsleer en de rechtspraak kan worden afgeleid dat het aanslagbiljet minstens de volgende vermeldingen moet bevatten :
  • de aard van de belasting of voorheffing;
  • het aanslagjaar;
  • het bedrag van de aanslag;
  • de datum van de uitvoerbaar verklaring en de overheid van wie het kohier uitgaat;
  • de datum van de toezending van het aanslagbiljet;
  • de datum vanaf wanneer de interesten lopen.
Al die vermeldingen werden al uitvoerig besproken in de administratieve commentaar op artikel 208, WIB (inzonderheid de nummers 208/27 en 208/55). Ook die commentaar zal worden overgenomen in de administratieve commentaar op artikel 300, WIB 1992 die in voorbereiding is.
Ten slotte wens ik er nog wel de aandacht van het geacht lid op te vestigen dat de bepalingen met betrekking tot de aangetekende verzending van de aanslagbiljetten zijn opgeheven door artikel 39 van de wet van 28 december 1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen.