Parlementaire vraag nr. 1498 van de heer Wim Van den Donckt van 26.05.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/116 d.d. 20.07.2023, blz. 161
Grensoverschrijdend telewerk - Fiscaal vaste inrichting - Belgische inrichting - Aangifteplicht en boekhoudkundige verplichtingen in hoofde van de buitenlandse werkgever
VRAAG (van de heer Van den Donckt)
Tijdens de debriefing van de Ecofinraad van 16 en 17 januari 2023 verklaarde u dat u de aandacht wil vestigen op een Europese opvolging van de OESO-discussies over fiscaliteit van grensoverschrijdend telewerk. Dit lijkt ons de lange weg om de fiscale problemen van grensoverschrijdend telewerk aan te pakken. Bilaterale oplossingen leiden nu al tot snellere oplossingen. Ook unilateraal kan ons land maatregelen nemen die het telewerk voor grensarbeiders kunnen faciliteren. In hoofde van de werknemer stelt zich uitsluitend de vraag in welk land zijn arbeidsinkomen ingevolge telewerk zal belast worden. Echter voor de buitenlandse werkgever kan grensoverschrijdend telewerk door een Belgische werknemer extra administratieve gevolgen hebben. Ook die verdienen aandacht opdat een buitenlandse werkgever Belgische werknemers zou toelaten om te telewerken.
1. Doet grensoverschrijdend thuiswerk door een Belgische Rijksinwoner die geen bevoegdheid heeft om overeenkomsten te sluiten in hoofde van zijn buitenlandse werkgever:
a) een vaste inrichting ontstaan volgens de dubbelbelastingverdragen met Nederland, Duitsland, Groothertogdom Luxemburg en Frankrijk?
b) een Belgische inrichting ontstaan volgens artikel 229 WIB92?
2. Verschilt uw antwoord op voorgaande vraag naargelang de werknemer al dan niet een thuiswerkvergoeding krijgt van zijn buitenlandse werkgever?
3. Dient de buitenlandse werkgever jaarlijks een BNI-aangifte in te dienen indien hij een Belgische werknemer die geen handtekeningsbevoegdheid heeft, toelaat thuis te werken?
4. Dient de buitenlandse werkgever een Belgische boekhouding te voeren, jaarlijks een inventaris op te stellen en indien de werkgever een buitenlandse vennootschap is een jaarrekening neer te leggen, ingevolge thuiswerk door een Belgische werknemer die geen handtekeningsbevoegdheid heeft? Zo ja, is het niet opportuun om de Koning overeenkomstig artikel 320/1 WIB92 aan te zetten te voorzien in een vrijstelling van deze boekhoudkundige verplichtingen wanneer de buitenlandse werkgever thuiswerk toelaat aan een Belgische werknemer die geen handtekeningsbevoegheid heeft voor zijn buitenlandse werkgever?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
1. a) In het kader van de dubbelbelastingverdragen met respectievelijk Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland wordt de woning die een in België wonende werknemer gebruikt om zijn activiteit in loondienst uit te oefenen voor een werkgever die in één van deze staten woont, slechts beschouwd als een vaste inrichting in materiële zin (een vaste bedrijfszetel door middel waarvan een onderneming haar activiteit geheel of gedeeltelijk uitoefent) indien deze woning ter beschikking wordt gesteld van de werkgever en op voorwaarde dat de in deze woning uitgeoefende activiteiten geen voorbereidend of ondersteunend karakter hebben. De woning van de werknemer wordt niet geacht ter beschikking te zijn van zijn werkgever indien de aanwezigheid van de werkgever in de woning van de werknemer via telewerk zo discontinu of occasioneel is dat deze woning niet als een bedrijfsvestiging van de werkgever kan worden beschouwd. Voor een in België wonende werknemer die zijn activiteit gewoonlijk in Duitsland, Frankrijk, Luxemburg of Nederland uitoefent en die ook thuis werkt zonder dat het merendeel van zijn taken daar wordt verricht, is de aanwezigheid van zijn werkgever bij hem thuis niet continu genoeg om te oordelen dat die werkgever de beschikking heeft over die woning. Wanneer het telewerken continu wordt uitgevoerd (meer dan 50 % van de arbeidstijd), wordt de woning van een inwoner van België alleen geacht ter beschikking te zijn van zijn werkgever als de werknemer niet de mogelijkheid krijgt om vanuit een ander kantoor te werken in het buitenland, of als het kantoor dat hij daar heeft in de praktijk nauwelijks wordt gebruikt. De woning van de werknemer, ook al wordt deze ter beschikking gesteld van zijn werkgever, wordt niet beschouwd als een vaste inrichting van die werkgever indien de door de werknemer verrichte werkzaamheden van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheid hebben. Met dergelijke werkzaamheid wordt bedoeld een activiteit die de wezenlijke en belangrijke activiteit van de onderneming in haar geheel ondersteunt, maar er geen deel van uitmaakt. Veel activiteiten in loondienst die door werknemers van bedrijven in het kader van telewerken voor deze bedrijven worden verricht, kunnen als ondersteunende activiteiten worden beschouwd, zoals secretariaatswerkzaamheden, interne boekhouding, personeelszaken of informatietechnologie.
b) Er kan in de huidige stand van de wetgeving niet worden uitgesloten dat in geval van thuiswerk door een Rijksinwoner voor een buitenlandse werkgever er sprake kan zijn van een Belgische inrichting in de zin van artikel 229 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). De vraag of er al dan niet sprake is van een Belgische inrichting kan enkel worden beantwoord aan de hand van de toetsing van de situatie aan de juridische en feitelijke omstandigheden eigen aan het concrete geval. Bij die toetsing moet onder meer rekening worden gehouden met het feit dat de werknemer al dan niet een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten te sluiten.
2. Het feit dat de werknemer al dan niet een thuiswerkvergoeding krijgt van zijn buitenlandse werkgever is voor de toepassing van artikel 229 WIB 92, niet relevant maar kan bevestigen dat er effectief thuiswerk is.
3. Indien, gelet op de feitelijke en juridische omstandigheden, moet worden aangenomen dat de buitenlandse werkgever die een Rijksinwoner tewerkstelt, een Belgische inrichting heeft in de zin van artikel 229 WIB 92, waarvoor de belasting wordt gevestigd overeenkomstig artikel 233 WIB 92, wegens het telewerken van deze werknemer, dan moet er rekening mee worden gehouden dat er door deze werkgever, in België, een aangifte in de belasting van niet-inwoners moet worden ingediend overeenkomstig artikel 305WIB92.
4. Krachtens artikel 320/1 WIB 92 is elke in artikel 227, 2°, WIB 92 bedoelde belastingplichtige die winst voortbrengt in de zin van artikel 228, § 2, 3°, WIB 92, in België, door middel van een in artikel 229 WIB 92, bedoelde Belgische inrichting, ertoe gehouden, met het oog op het bepalen en het nazien van hun fiscale toestand, een boekhouding te voeren, een inventaris op te stellen en een jaarrekening bij te houden overeenkomstig het Belgische boekhoudrecht. Indien de belastingplichtige, in België, onderworpen is aan de belasting van niet-inwoners, zijn deze verplichtingen beperkt tot de verrichtingen, bezittingen, rechten, vorderingen, schulden, verplichtingen van welke aard ook die verbonden zijn aan bovenvermelde Belgische inrichting. De wet biedt de Koning de mogelijkheid de volledige of gedeeltelijke vrijstellingen van de hiervoor vermelde boekhoudkundige verplichtingen te voorzien, in de mate dat deze niet noodzakelijk zijn voor de controle en vaststelling van de belastbare basis. Een dergelijke vrijstelling is momenteel niet aangenomen voor de bovengenoemde gevallen.
