Parlementaire vraag nr. 1468 van mevrouw Kathleen Depoorter van 08.05.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/117 d.d. 31.08.2023, blz. 303
Fiscaal gunstregime voor onderzoekers in de farma-industrie
VRAAG (van mevrouw Depoorter)
Bij de circulaire van 27 april 2023 geeft de fiscus haar interpretatie en de toepassing van het arrest van het Hof van Cassatie van 6 januari 2023. De restrictieve interpretatie van het hof is een bijkomend element dat onze pharmavalley onder bijkomende zware druk zet. Niet alleen worden er investeringen afgeleid naar bijvoorbeeld de VS maar ook onze buurlanden maken een inhaalbeweging. Het onderzoek naar nieuwe producten vereist niet alleen aanzienlijke investeringen financieel maar het aantrekken en vooral houden van onderzoekers is cruciaal. Het arrest stelt dat dat de korting moet worden aangevraagd nog voor de start van het onderzoeksproject of -programma. Tot op heden kon dat ook wanneer het project of programma reeds was gestart maar voor de vrijstelling wordt toegepast. Uit analyses valt te horen dat dit voor bedrijven een enorme administratieve last zal zijn: ook onze pharma-valley loopt hierbij dan - opnieuw - internationaal schade op.
1. Welke impact heeft deze wijziging op de farmaceutische industrie die in België is gevestigd?
2. Wat verstaat u onder de aanvang van een project of programma?
3. a) Welk nut heeft de restrictieve interpretatie van het Hof van Cassatie dat de vrijstelling moet worden aangevraagd vóór een project of programma is begonnen en niet voor de vrijstelling in de toekomst wordt toegepast?
b) Bent u van plan om die restrictieve interpretatie te behouden? Zo ja, waarom?
c) Bent u zich bewust welke administratieve last u oplegt aan de ondernemingen die in aanmerking komen voor deze vrijstelling?
4. a) De praktijk om programma's met onbepaalde duur tot eind 31 december aan te melden en nadien jaarlijks terug aan te melden, is onverenigbaar met deze rechtspraak. Wat is uw standpunt met betrekking tot programma's waarvan de einddatum niet gekend is?
b) Komen zij nog in aanmerking voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing?
c) Zo ja, hoe moeten zij vóór de aanvang van het programma de onbekende einddatum aangeven? Immers de fiscus weigert een einddatum die te ver in de toekomst ligt.
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
Het Hof van Cassatie oordeelt als hoogste rechtscollege van dit land over de wettelijkheid van rechterlijke beslissingen. In een arrest van 6 januari 2023 oordeelde het Hof van Cassatie zeer duidelijk dat de aanmelding die is voorzien in artikel 275(3), § 3, vierde lid, WIB 92, moet gebeuren voorafgaand aan de aanvangsdatum van het project of programma. Het is aan de belastingplichtige om het bewijs te leveren dat de aanmelding heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de datum waarop een project of programma is gestart. Hiertoe kan de belastingplichtige alle bewijsmiddelen van het gemeen recht aanwenden met uitzondering van de eed. De administratie hanteerde een soepeler standpunt waarbij een aanmelding mogelijk was nadat het project of programma reeds was opgestart. De administratie sluit zich nu aan bij de lezing die het hoogste rechtscollege aan de beoogde wettekst geeft. Teneinde de betrokken ondernemingen de mogelijkheid te bieden hun interne procedures aan dit nieuwe gegeven aan te passen, zal de administratie het nieuwe standpunt pas met ingang van 1 augustus 2023 toepassen. Uit de beslissing van het Hof van Cassatie waarnaar u verwijst, volgt dat de praktijk van aanmeldingen van projecten of programma's door lopende projecten of programma's jaar op jaar opnieuw aan te melden, op fiscaal vlak niet kan worden aanvaard. Hier wordt de praktijk bedoeld die bestaat uit het jaarlijks kopiëren van een bestaande aanmelding met een nieuw identificatienummer en een nieuwe identificatiedatum met als aanvangsdatum 01.01 van het jaar en als einddatum 31.12 van datzelfde jaar. Voor lopende projecten of programma's die op dergelijke wijze steeds opnieuw worden aangemeld en waarbij dit ook gebeurde voor het jaar 2023 met als verwachte aanvangsdatum 1 januari 2023 en vooropgestelde einddatum 31 december 2023, is er vanaf 1 augustus 2023 geen enkele nieuwe aanmelding meer mogelijk, noch voor het jaar 2024 noch voor enige andere periode. Vanzelfsprekend geldt dat wanneer voor dergelijke projecten of programma's een geldige aanmelding plaatsvond, een actualisatie van de gegevens in de bestaande aanmelding wel nog steeds mogelijk blijft, net zoals voor andere projecten en programma's. Het is aan de ondernemingen om bij de aanmelding een realistische einddatum voor het project of programma op te geven. Een aanmelding zonder opgave van een vooropgestelde einddatum geeft geen recht op de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De aanvangsdatum van een project of programma moet door de onderneming worden aangetoond. De onderneming mag daarbij gebruik maken van alle bewijsmiddelen van gemeen recht met uitzondering van de eed. De procedure om deze vrijstellingsmaatregel aan te vragen verandert niet. Enkel het tijdstip waarop de aanmelding moet gebeuren wijzigt vanaf 1 augustus 2023.
