Parlementaire vraag nr. 6413 van de heer Chabot van 27.04.2005

VRAAG 05/6413
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 581, blz. 20-22
Hypothecaire lening - Belastingvermindering - Aftrek interesten - Eigendomsvoorwaarde - Levensverzekering - Wettelijke samenwoning
VRAAG
Over de fiscale aftrek van hypothecaire leningen bestaat nog heel wat onduidelijkheid. Laat ons van een concreet geval uitgaan, waarbij een feitelijk gezin bestaat uit de heer X en mevrouw Y, die noch getrouwd, noch wettelijk samenwonend zijn en die vóór de operatie geen onroerend goed bezaten. Via een schenking onder levenden heeft de vader van mevrouw Y haar de volle eigendom van een huis overgedragen, in onverdeeldheid met haar twee zussen. De waarde van het huis wordt op 150.000 euro geschat. Die schenking wordt gevolgd door een akte van verdeling teneinde uit de onverdeeldheid te treden. Mevrouw Y krijgt de volle eigendom volledig toegewezen op voorwaarde dat zij 50.000 euro aan elk van haar twee zussen betaalt. Daartoe gaan de heer X en mevrouw Y samen een hypothecaire lening van 100.000 euro aan.
Kan de heer X in dergelijke omstandigheden een belastingaftrek genieten voor de afbetaling van die lening? Wat gebeurt er dan met de interesten? Quid met de betaling van de levensverzekeringspremies die aan de lening zijn verbonden?
Wat indien de heer X en mevrouw Y getrouwd zijn of wettelijk samenwonen?
Wat indien de heer X en mevrouw Y apart een hypothecaire lening afsluiten?
ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)
In mijn antwoord ga ik ervan uit dat uw vragen betrekking hebben op het aanslagjaar 2005 en de inkomsten van 2004.
De interesten van de lening kunnen alleen worden afgetrokken indien de lening werd aangegaan om een onroerend goed te behouden of te verwerven. Vermits de heer X geen eigenaar is, kan hij zijn deel van de interesten dus niet aftrekken. Er wordt evenwel een uitzondering toegestaan indien de heer X en mevrouw Y onder het wettelijk stelsel zijn gehuwd en op voorwaarde dat de inkomsten uit het onroerend goed tot hun gemeenschappelijk vermogen behoren.
Voor zijn kapitaalafschrijvingen kan de heer X geen belastingaftrek genieten, vermits hij geen eigenaar is. Deze aangelegenheid wordt verder verduidelijkt onder nr. 145^5/21 van het administratief commentaar bij het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Wat zijn levensverzekeringspremies betreft, heeft de heer X geen recht op de verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen vermits hij geen eigendomsrecht kan laten gelden op de woning waarvoor de lening werd aangegaan. Krachtens de artikelen 145^1, 2° en 145^4 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 kunnen de levensverzekeringspremies evenwel recht geven op belastingvermindering in het kader van het langetermijnsparen. Vanaf het aanslagjaar 2005 kunnen de contracten die de persoon die wettelijk met de verzekerde samenwoont bij diens overlijden als begunstigde aanduiden, voor de belastingaftrek in het kader van de individuele levensverzekeringspremies in aanmerking komen. Krachtens artikel 145^19, tweede lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, heeft mevrouw Y voor haar verzekeringspremies recht op de verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen en kan het saldo voor het langetermijnsparen in aanmerking worden genomen.