Parlementaire vraag nr. 1018 van de heer Hendrickx van 28.05.2002
VRAAG 02/1018
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 151, blz. 19294-19295
Bull. nr. 836, pag. 1127-1129
Verificatie van boeken en bescheiden - Aanslag van ambtswege
VRAAG
1. Bent u de mening toegedaan dat de correspondent terecht weigert de fotokopieën die de belastingplichtige maakt op vraag van de correspondent te vergoeden?
2. Bent u de mening toegedaan dat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet toepasselijk zijn in fiscale aangelegenheden?
3. Vanaf welk ogenblik is een belastingplichtige een verdachte?
4. Heeft de correspondent het recht om een belastingplichtige die niet antwoordt op zijn document 332 als verdachte te beschouwen en hem een aanslag van ambtswege te versturen?
5. Bent u de mening toegedaan dat er geen enkele voorwaarde aan de wet mag toegepast worden "dura lex sed lex"?
6. Bent u de mening toegedaan dat de correspondent die deze zorgvuldigheidsplicht niet naleeft onderhevig is hoofdelijk, persoonlijk en ondeelbaar aan de artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet?
7. Bent u de mening toegedaan dat enkel bestuursdocumenten de belastingplichtigen binden?
ANTWOORD (minister van Financiën, 07.01.2003)
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden op de gestelde vragen te vinden.
1 en 2. Ik heb de eer het geachte lid te verwijzen naar mijn antwoord verstrekt op zijn vraag nr. 1014 van dezelfde datum ( Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 151, blz. 19291).
3. Het begrip verdachte wordt als dusdanig niet gebruikt in de fiscale wetgeving. 4, 5 en 6. Ik wijs het geachte lid op de bepalingen van het artikel 351, 1e lid, 4e gedachtestreepje, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), die vermelden dat de administratie de aanslag ambtshalve kan vestigen wanneer de belastingplichtige heeft nagelaten de op grond van artikel 316, WIB 1992, gevraagde inlichtingen te verstrekken binnen de termijn. Door aldus te handelen, voert de aanslagambtenaar enkel de wettelijke en administratieve onderrichtingen uit zonder daarbij enige voorwaarden aan de wet toe te voegen.
7. Artikel 1, 1° en 2°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur definieert een bestuursdocument als: alle informatie, in welke vorm ook, waarover een administratieve overheid als bedoeld in artikel 14 van de gecoö rdineerde wetten op de Raad van State, beschikt.
Enkel de bestuursdocumenten betreffende bestuurshandelingen die beogen rechtsgevolgen te hebben binden de belastingplichtige.
Bron: FisconetPlus
