Parlementaire vraag nr. 18427 van mevrouw Nahima Lanjri van 16.05.2017

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2016-2017, CRIV 54 COM 665 dd. 16.05.2017, blz. 19

De bijkomende belastingvermindering

VRAAG (van mevrouw Lanjri)

Mijnheer de minister, ik wil u nog een vraag stellen over de zogenaamde fiscale pensioenval. De belastingdruk op pensioenen en vervangingsinkomens wordt verlaagd door het verlenen van belastingverminderingen voor die groepen. Enerzijds, is er een gewone belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten. Die volstaat eigenlijk niet om de belasting op lage pensioenen en vervangingsinkomsten tot nul te herleiden. Aan belastingplichtigen van wie het belastbaar inkomen uitsluitend uit een pensioen of vervangingsinkomen bestaat, wordt daarom een bijkomende vermindering verleend. Anderzijds, is er de bijkomende belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten. Die brengt de belastingdruk op lage pensioenen en vervangingsinkomsten terug tot nul voor belastingplichtigen die enkel dergelijke inkomsten hebben. Het totale netto-inkomen mag een aantal grensbedragen niet overschrijden. Voor werkloosheiduitkeringen gaat het om 17 569 euro. Voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten gaat het om 15 518 euro. Voor ziekte- en invaliditeitsinkomsten gaat het om 17 242 euro. Wanneer het inkomen die grens overschrijdt, wordt er een afbouwregel toegepast. De overblijvende belasting mag niet meer bedragen dan het inkomen dat de bovengrens overschrijdt. Dat principe wordt in de praktijk niet altijd toegepast, omdat artikel 154 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ervoor zorgt dat er in dat geval voor verschillende inkomens een nettoverlies optreedt, of dat er netto niets overschiet, zelfs als men een verhoging krijgt. Dat noemt men de fiscale pensioenval: men krijgt wel meer, maar uiteindelijk houdt men niet meer over of schiet men er zelfs bij in. Uw collega voor Armoedebestrijding heeft in haar beleidsnota er terecht voor gepleit de armoede terug te dringen en de lage inkomens bijkomend te ondersteunen, waar wij ten volle achter staan. Ik heb daarover trouwens zelf verschillende wetsvoorstellen ingediend, om de laagste uitkeringen te verhogen, wat ook in het regeerakkoord staat. Ik heb dan ook een aantal vragen over de pensioenval, die wellicht onbedoeld is. Het is immers nooit de bedoeling van de wetgever om mensen, wanneer zij iets erbij krijgen, als resultaat te laten bekomen dat zij minder geld krijgen of niks overhouden. Dat is niet de bedoeling. Kan u mij dus verduidelijken of u het probleem van de bijkomende belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomens zal oplossen? Hebt u al een voorstel uitgewerkt? Zo ja, hoe ziet het voorstel eruit? Wat zijn de contouren? Wat is de timing? Indien u een voorstel hebt uitgewerkt, gaat het daarbij dan om een structurele oplossing om het probleem aan te pakken of ziet u het veeleer als een tijdelijke oplossing? Indien het om een tijdelijke maatregel gaat, is voor u dan de tweede stap dat u een structurele maatregel op tafel legt die onder meer ook rekening houdt met de wettelijk samenwonende personen en de gehuwden alsook met de belastingplichtigen die over een klein inkomen uit roerende of onroerende goederen beschikken en met belastingplichtigen die een kleine bijverdienste na hun pensioen hebben? Aldus is de doelgroep ruimer.

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Mevrouw Lanjri, in 2015 werd de berekening van de bijkomende vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomens reeds aangepast, zodat voor de belastingplichtige van wie het totale netto-inkomen uitsluitend uit pensioenen en vervangingsinkomens of uitsluitend uit de wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkering bestaat, ook de aanvullende gemeentebelastingen in rekening werden gebracht bij de berekening. Die nieuwe berekeningswijze belet echter nog niet in alle gevallen dat een stijging van het bruto-inkomen leidt tot een daling van het nettoinkomen na belasting. De beleidscel Financiën heeft in nauw overleg met de beleidscel van de minister van Pensioenen een wetswijziging voorbereid die dit probleem moet oplossen. Dit is een heel technische en complexe materie. Die wijziging wordt momenteel binnen de regering besproken. Ik kan u meegeven dat het in ieder geval de bedoeling is dat dit een structurele oplossing biedt aan deze problematiek, maar u begrijpt dat ik de discussie daaromtrent eerst nog binnen de regering wil voeren vooraleer daarover uitgebreid te communiceren, ook omdat dit technisch zo'n complexe zaak is. Ik herhaal dat wij heel graag een structurele oplossing willen hebben. Wij zijn daar vandaag volgens mij dicht bij. Het is een kwestie van dagen, maximaal weken. We zijn echt aan het finaliseren.

Nahima Lanjri : Mijnheer de minister, ik begrijp dat u werkt aan het probleem dat er nog is, ondanks de wijzigingen die werden doorgevoerd. U kunt mij helaas nog niet meer zeggen over de contouren van de oplossing, waarschijnlijk omdat er nog geen volledig akkoord is. Ik kan daar inkomen, maar ik wil ervoor pleiten dat er op korte termijn een oplossing wordt gevonden, inderdaad het liefst een structurele oplossing, zodat we het niet in twee keer moeten doen. Het is niet meer dan logisch dat mensen krijgen waarop ze recht hebben. Als zij extra vakantiegeld krijgen, of iets anders, dan mag dat niet betekenen dat zij plots netto minder overhouden. De groep die het reeds moeilijk heeft, mensen met een klein pensioen of mensen met een uitkering, mag daar niet het slachtoffer van zijn. Ik hoop dus inderdaad dat u op korte termijn daarvoor een oplossing kunt vinden in de regering, zodat u deze groep mensen kunt helpen.