Parlementaire vraag nr. 424 van de heer Eeman van 10.06.1993

VRAAG 93/424
Bull. nr. 732, pag. 3276
Personenbelasting - Vrijgesteld onroerend inkomen - Verhoogde belastingvermindering voor het bouwsparen - Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening - Levensverzekering - Voorwaarde van aftrekbaarheid
Voor de verhoogde vermindering voor bouwsparen komen enkel de premies van levensverzekeringen in aanmerking, die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, die voor de enige woning is aangegaan (art. 145^17 van het WIB 1992).
Mag in volgende gevallen de vermindering voor het bouwsparen worden toegestaan, enerzijds met betrekking tot de verzekeringspremies en anderzijds met betrekking tot de kapitaalaflossingen, wetende dat alle basisvoorwaarden voldaan zijn :
1. Een gezin gaat een hypothecaire lening aan voor het bouwen van een enige en zelf betrokken woning, ten bedrage van 2.000.000 frank. Er wordt een schuldsaldoverzekering afgesloten op naam van de man voor 1.500.000 frank, een andere op naam van de vrouw voor 500.000 frank;
2. Een gezin gaat een hypothecaire lening aan voor het bouwen van een woning, ten bedrage van 2.000.000 frank. Er wordt een schuldsaldoverzekering van 1.000.000 frank afgesloten op naam van elk van de echtgenoten. De woning wordt voor een vijfde tot beroepsdoeleinden aangewend (aangifte code 102) ?
Kan een vermindering voor bouwsparen worden toegekend voor de kapitaalaflossingen en/of premies voor schuldsaldoverzekeringen wanneer de woning waarop zij betrekking hebben ingevolge artikel 514 WIB 1992 tot en met aanslagjaar 1996 van de personenbelasting is vrijgesteld ?
ANTWOORD
In de eerste en de tweede hypothese, die klaarblijkelijk slaan op vanaf 1 januari 1993 gesloten contracten en betrekking hebben op het verwerven van een enige woning, komen de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekeringen in aanmerking voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen.
De laatste hypothese heeft betrekking ofwel op woningen waarvoor de bouwvergunning ten vroegste op 1 juli 1983 en ten laatste op 30 juni 1985 werd aangevraagd en die vóór 31 december 1986 voor het eerst in gebruik zijn genomen, ofwel op woningen die vóór de eerste ingebruikneming en met heffing van de BTW zijn aangeschaft bij een in 1984 of 1985 verleden authentieke akte.
De op dergelijke woningen betrekking hebbende kapitaalaflossingen en premies van schuldsaldoverzekeringen komen, in de geest van het bepaalde in artikel 516, § 2, eerste lid, en § 3, eerste en tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), slechts (in de passende mate) voor de verhoogde vermindering voor het bouwsparen in aanmerking; indien het gaat om een woning zoals bedoeld in artikel 16, WIB 1992, dat wil zeggen een woning die door de belastingplichtige zelf wordt betrokken of die recht zou geven op de woningaftrek, mocht het kadastraal inkomen van die woning niet van de personenbelasting vrijgesteld zijn.