Parlementaire vraag nr. 401 van de heer Willem-Frederik Schiltz van 16.05.2013
Parlementaire vraag nr. 401 van de heer Willem-Frederik Schiltz dd. 16.05.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/122 dd. 22.07.2013, blz. 175
Inkomstenbelastingen. - Jaarlijks belastbaar gedeelte van een gespreid belastbare meerwaarde
VRAAG
In verband met de manier van aanrekening van het jaarlijks belastbaar gedeelte van een gespreid belastbare meerwaarde (conform de artikelen 47 en 190, 1e lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) wanneer de reserve op het passief niet geheel bij de vennootschap staat die de herbelegging afschrijft, kan een meerwaarde slechts gespreid belastbaar worden indien er onder meer voldaan wordt aan de "onaantastbaarheidsvoorwaarde". Deze voorwaarde houdt in dat de gespreid belastbare meerwaarde op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans wordt opgenomen (artikel 190, 2e lid WIB92). Daarbij dient conform het Wetboek van vennootschappen de gespreid belastbare meerwaarde te worden uitgesplitst in een gedeelte "uitgestelde belastingen" en een gedeelte "belastingvrije reserve". Verder wordt een gespreid belastbare meerwaarde in principe per belastbaar tijdperk slechts belastbaar a rato van de afschrijvingen welke fiscaal tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk op de herbelegging worden verricht (artikel 47, § 1, WIB92). Bij een belastingvrije splitsing (conform artikel 211, § 1, WIB92) dient bepaald te worden welk gedeelte van de voorheen gereserveerde winst bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking wordt genomen. Om te bepalen welk deel van de voorheen gereserveerde winst aan hen overgaat, worden de overnemende of verkrijgende vennootschappen geacht de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen (artikel 213, 1e lid, WIB92). Daardoor kan het voorkomen dat de herbelegging aan een vennootschap A (ontstaan uit de splitsing) wordt toegewezen, maar dat slechts een deel van de boekhoudkundig aangelegde reserve en uitgestelde belastingen op het passief van de balans aan vennootschap A kan worden toegewezen. Desondanks wordt de gespreid belastbare meerwaarde belast bij vennootschap A, omdat ze de herbelegging heeft verricht. Het verschil tussen de gespreid belastbare meerwaarde (bijvoorbeeld 90) en het door vennootschap A overgenomen bedrag op het passief van de balans (zijnde een gedeelte op de belastingvrije reserves bijvoorbeeld 40 en een gedeelte op de uitgestelde belastingen bijvoorbeeld 20, dus 60 in totaal) zal door A via de techniek van "verworpen uitgaven" aan het belastbaar inkomen moeten toegevoegd worden (in het voorbeeld 30). Wat betreft de uitgestelde belastingen (in het voorbeeld 20) bepaalt artikel 76, § 2, 2e lid, van het koninklijk besluit van 31 januari 2001 op boekhoudkundig (en dus fiscaal) vlak: De uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post "Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de opneming van de betrokken meerwaarden in het belastbaar resultaat. Echter, op boekhoudkundig vlak is er niet voorzien tegen welk ritme men voor het overige de gespreid belastbare meerwaarde, opgenomen op het passief van de balans (in het voorbeeld 40) in de resultatenrekening (en dus het belastbaar resultaat) dient op te nemen. Kan uw administratie bevestigen dat de belastingplichtige op fiscaal vlak de keuze heeft, om in de hiervoor uiteengezette situatie de opname van het jaarlijks te belasten gedeelte van de gespreid belastbare meerwaarde (anders dan het gedeelte van 20 dat onder de "uitgestelde belastingen" is opgenomen dus voor een totaal van 70) hetzij te realiseren door de opname in de resultatenrekening van de op het passief aanwezige belastingvrije reserve (in het voorbeeld 40) hetzij via de techniek van de verworpen uitgave (in het voorbeeld 30) ?
ANTWOORD (van de heer Geens, Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Ik kan het geachte lid meedelen dat in het gegeven voorbeeld de vennootschap A geen dergelijke keuzemogelijkheid heeft. - Vooreerst dient het overblijvend saldo van de onder de belastingvrije reserves geboekte gespreid te belasten meerwaarde (in het gegeven voorbeeld 40), tot uitputting, en naar verhouding tot de afschrijvingen op de herbelegde activa gespreid te worden belast (door deze belastingvrije reserve om te zetten in een belaste reserve). - Vervolgens dient het overschot (in het gegeven voorbeeld 30) gespreid te worden belast door een opname als verworpen uitgave.
