Parlementaire vraag nr. 759 van de heer Marco Van Hees van 25.01.2016
Parlementaire vraag nr. 759 van de heer Marco Van Hees dd. 25.01.2016
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/130 dd. 11.09.2017, blz. 231
Excess profit rulings. - Verschil tussen de wet en de handelwijze van de rulingdienst.
VRAAG (van de heer Van Hees)
Volgens de Europese Commissie is het systeem van de excess profit rulings (artikel 185, § 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen) onwettige staatssteun krachtens het Europees recht. De Commissie wees in het bijzonder op het feit dat die wetsbepaling ertoe leidt dat de winsten twee keer niet worden belast. Het lijkt mij dat het twee keer niet belasten van winsten niet voortvloeit uit de wettekst, maar uit de handelwijze van de Dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken. In artikel 185, § 2, eerste lid, punt b wordt er immers gestipuleerd: "indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap, en de aldus opgenomen winst bestaat uit winst die deze andere vennootschap zou hebben behaald indien tussen de twee vennootschappen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke vennootschappen zouden zijn overeengekomen, wordt de winst van de eerstbedoelde vennootschap op passende wijze herzien." Als een Belgische dochteronderneming van een multinationaal concern een deel van haar winsten van belasting wil kunnen vrijstellen, geldt dus de voorwaarde dat de andere dochteronderneming van het concern wordt belast op een even groot bedrag ("indien in de winst van een vennootschap winst is opgenomen die eveneens is opgenomen in de winst van een andere vennootschap"). De onverholen handelwijze van de Dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken houdt echter in dat de dienst niet kijkt naar wat er in de andere dochteronderneming al dan niet werd belast (waardoor de Europese Commissie stelt dat er twee keer niet wordt belast). Kan men dan niet besluiten dat de handelwijze van de Dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken onwettig is en dat de dienst daarmee artikel 185, § 2 van het WIB 92 niet naleeft?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Staat u me toe te verwijzen naar het antwoord dat de toenmalige minister van Financiën heef gegeven op vraag n° 6262 van de heer Tommelein op 13 april 2005 (Integraal Verslag, Kamer, 2004-2005, 51 COM 559). Er dient verder opgemerkt te worden dat de beslissing bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen vaak voorafgaat aan de afronding van de transacties tussen de Belgische en de buitenlandse dochterondermening, en daarom ook aan de belastingheffing op dergelijke transacties in de betrokken buitenlandse staat.
