Parlementaire vraag nr. 693 van de heer Viseur van 10.03.2005

VRAAG 05/693
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 076, blz. 12754-12755
Moratoriuminteresten - Terugbetaling roerende voorheffing
VRAAG
Artikel 418 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat bij terugbetaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinterest, belastingverhogingen of administratieve boeten, een moratoriuminterest wordt toegekend tegen de wettelijke rentevoet, berekend per kalendermaand.
Het arrest van het Arbitragehof van 23 juni 2004 (nr. 109/2004) vernietigt artikel 32, § 1, eerste lid, van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken in zoverre het de vereffenings- en verkrijgingsuitkeringen die toegekend of betaalbaar zijn gesteld vóór 1 januari 2003 aan de roerende voorheffing onderwerpt. Naar ik verneem zouden sommige gewestelijke directeurs weigeren moratoriuminteresten toe te kennen bij de terugbetaling van de roerende voorheffing op de vereffeningsuitkeringen.
1. Bevestigt u deze toestand ?
2. Zo ja, valt een dergelijke weigering te rijmen met hetgeen artikel 418 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 terzake voorschrijft ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 25.04.2005)
Het is inderdaad zo dat bij terugbetaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinterest, belastingverhogingen of administratieve boeten, overeenkomstig artikel 418 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (afgekort WIB 1992) moratoriuminteresten kunnen worden toegekend tegen de wettelijke rentevoet, berekend per kalendermaand.
Artikel 419 van hetzelfde wetboek somt evenwel vijf gevallen op waarin geen moratoriuminterest wordt toegekend. Het vierde geval betreft de terugbetaling van als roerende voorheffing of als bedrijfsvoorheffing gestorte bedragen aan de in de artikelen 261 en 270, WIB 1992, bedoelde schuldenaars ervan.
De administratie kan vanzelfsprekend niet afwijken van deze wettelijke regeling die van openbare orde is. Het is daarbij zonder belang of de terugbetaling al dan niet voortvloeit uit de vernietiging van de bepalingen die een roerende voorheffing toepasten op de liquidatieboni, dan wel het om enige andere roerende voorheffing gaat.
Het Hof van Cassatie stelt weliswaar dat de roerende voorheffing door de inkohiering het karakter van een belasting krijgt, zodat de uitzondering vervat in dit artikel 419, 4°, WIB 1992 geen toepassing vindt op "ingekohierde" roerende voorheffing.
Hieruit volgt dat in bepaalde gevallen wel degelijk moratoriuminteresten en in andere gevallen geen moratoriuminteresten kunnen toegekend worden, ledere beslissing tot het al dan niet toekennen van deze interesten is getroffen in het licht van de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.
Indien het geachte lid kennis zou hebben van gevallen waarin geen moratoriuminteresten zijn toegekend, niettegenstaande er toch verschuldigd zijn, kan hij mij die meedelen zodat ik een onderzoek terzake kan instellen.