Parlementaire vraag nr. 1476 van de heer Christian Leysen van 12.05.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/114 d.d. 26.06.2023, blz. 195

De toepassingsregels en berekeningswijze van de bedrijfsvoorheffing

VRAAG (van de heer Leysen)

Sinds 1 januari 2023 wordt de bedrijfsvoorheffing niet langer op trapsgewijze manier berekend maar op basis van een glijdende berekeningsmethode. Het opzet hiervan was om de bronheffing zo nauw mogelijk te laten afstemmen op de eindbelasting. Artikel 275, § 1 en 2 WIB92 delegeert de bevoegdheid aan de Koning om de schalen op te stellen evenals de berekening van de voorheffing op te stellen. Artikel 88 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van WIB92, verwijzend naar Bijlage III van het koninklijk besluit, bepaalt de toepassingsregels en berekeningswijze (zijnde de sleutelformule) voor de bij de bron verschuldigde bedrijfsvoorheffing. Niet tegenstaande dat Bijlage III van het hierbovenvermelde koninklijk besluit schijnbaar het schema van de belastingberekening volgt, bevat dit wettelijk kader geen enkele verwijzing naar Titel II, Hoofdstuk III (Berekening van de belasting) van het WIB92, in het bijzonder naar Afdeling 1 en Afdeling 4. Bovendien wijken de bedragen in de sleutelformule sterk af van de geïndexeerde bedragen die jaarlijks worden meegedeeld in het Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelasting. Een berekening van de eindbelasting op basis van de geïndexeerde bedragen leert dat voor aanslagjaar 2024 alleen al door de afwijking van de bovengrens van de tweede belastingschijf er een verschil optreed van 142,32 euro op jaarbasis voor een alleenstaande (284,62 euro voor fiscaal gehuwden). De afwijkende berekening van de belasting op de belastingvrije som, in het bijzonder de verhogingen voor alleenstaande ouders en personen ten laste, doet dit verschil voor een alleenstaande met één kind (twee kinderen) ten laste toenemen met 80,33 euro op jaarbasis (246,43 euro).

1. Kunt u meer duidelijkheid scheppen over de (indexatie)methode die wordt gehanteerd voor het tot stand komen van de bedragen in de sleutelformule van de personenbelasting?

2. Kunt u een verklaring formuleren voor het behoud van een afwijkende berekening voor de belastingverminderingen voor alleenstaande ouders en voor kinderen ten laste?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

De bedragen in de bedrijfsvoorheffing voor 2023 zijn geïndexeerd op basis van de indexcijfers van de consumptieprijzen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad tot en met oktober 2022 en de inflatievooruitzichten van het Federaal Planbureau voor november en december 2022. Voor de personenbelasting voor het inkomstenjaar 2023/aanslagjaar 2024 wordt rekening gehouden met de effectieve indexcijfers voor het volledige jaar 2022. Dit kan leiden tot kleine verschillen in de coëfficiënten die gebruikt worden voor de indexering, en dus ook in de geïndexeerde bedragen. Los van de indexering, is het ook zo dat de tariefschijven en het bedrag van de belastingvrije som die gebruikt worden voor de bedrijfsvoorheffing omwille van beslissingen in het verleden niet helemaal overeenstemmen met de tariefschijven en het bedrag van de belastingvrije som die gebruikt worden voor de berekening van de personenbelasting. Zoals ik ook al in mijn beleidsnota's heb aangegeven, heb ik beslist om de bedrijfsvoorheffing over een periode van drie jaar af te stemmen op de eindbelasting in de personenbelasting. In 2023 werd de tweede stap gezet in dat driejarenplan en in 2024 zal de bedrijfsvoorheffing in beginsel volledig afgestemd worden op de personenbelasting.