Parlementaire vraag nr. 1825 van mevrouw Leduc van 18.01.2002
VRAAG 02/1825
Vraag nr. 1825 van mevrouw Leduc d.d. 18.01.2002
Bull. nr. 835, pag. 682-683
Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-59, blz. 3288
Stelsel van forfaitaire belasting
VRAAG
Bij fruittelers werd in het verleden en wordt nu nog steeds een forfaitaire taxatie toegepast die op gemiddelden wordt gebaseerd. Deze wordt vastgesteld in onderling overleg tussen vertegenwoordigers van de sector en vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën. De teler dient dit forfait als dusdanig aan te nemen, ook als hij in werkelijkheid een belangrijke minderopbrengst zou genereren.
Wanneer hij daarentegen een meeropbrengst heeft die hoger ligt dan de vastgestelde gemiddelde oogst hebben ambtenaren de neiging om bij taxatie het forfait te verwerpen. Een dergelijke situatie biedt geen enkele rechtszekerheid aan de telers.
Welke criteria worden gehanteerd om af te wijken van de forfaitaire regels waar de fruittelers zich mee akkoord verklaarden?
Wat wordt beschouwd als een aanzienlijke meeropbrengst?
Een meeropbrengst, hoger dan het vooraf overeengekomen gemiddelde, impliceert daarom geen hoger inkomen omdat iedere kilo fruit gewonnen wordt op basis van goede teeltmethoden en teeltzorg, dus ook als gevolg van meer werk, meer en beter onderhoud, deskundige snoei, besproeiing, enz...
Deze meeropbrengst als fraude bestempelen kan dus onder geen enkele voorwaarde aanvaard worden. Op welke gegevens baseren uw diensten zich om frauduleus opzet aan te wrijven en de controles uit te breiden?
ANTWOORD
De forfaitaire grondslagen van aanslag die overeenkomstig artikel 342, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn vastgesteld, zijn niet van toepassing wanneer aan een of meerdere toepassingsvoorwaarde(n) niet is voldaan.
Dit kan met name het geval zijn indien:
- de fruitteler of de taxatieambtenaar in staat is te bewijzen, op grond van bewijskrachtige gegevens, dat de werkelijke winst aanzienlijk verschilt (in min of in plus) van de forfaitair bepaalde winst;
- de omstandigheden waarin het beroep wordt uitgeoefend afwijken van het normale.
Om van fraude te kunnen spreken, moet er een overtreding op de bepalingen van bovenvermeld wetboek, of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gedaan zijn met het oog de belasting te ontduiken.
De opgesomde elementen in de twee voorafgaande paragrafen zijn feitelijke gegevens die moeten worden beoordeeld volgens de omstandigheden eigen aan elk geval.
Vraag nr. 1825 van mevrouw Leduc d.d. 18.01.2002
Bull. nr. 835, pag. 682-683
Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-59, blz. 3288
Stelsel van forfaitaire belasting
VRAAG
Bij fruittelers werd in het verleden en wordt nu nog steeds een forfaitaire taxatie toegepast die op gemiddelden wordt gebaseerd. Deze wordt vastgesteld in onderling overleg tussen vertegenwoordigers van de sector en vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën. De teler dient dit forfait als dusdanig aan te nemen, ook als hij in werkelijkheid een belangrijke minderopbrengst zou genereren.
Wanneer hij daarentegen een meeropbrengst heeft die hoger ligt dan de vastgestelde gemiddelde oogst hebben ambtenaren de neiging om bij taxatie het forfait te verwerpen. Een dergelijke situatie biedt geen enkele rechtszekerheid aan de telers.
Welke criteria worden gehanteerd om af te wijken van de forfaitaire regels waar de fruittelers zich mee akkoord verklaarden?
Wat wordt beschouwd als een aanzienlijke meeropbrengst?
Een meeropbrengst, hoger dan het vooraf overeengekomen gemiddelde, impliceert daarom geen hoger inkomen omdat iedere kilo fruit gewonnen wordt op basis van goede teeltmethoden en teeltzorg, dus ook als gevolg van meer werk, meer en beter onderhoud, deskundige snoei, besproeiing, enz...
Deze meeropbrengst als fraude bestempelen kan dus onder geen enkele voorwaarde aanvaard worden. Op welke gegevens baseren uw diensten zich om frauduleus opzet aan te wrijven en de controles uit te breiden?
ANTWOORD
De forfaitaire grondslagen van aanslag die overeenkomstig artikel 342, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn vastgesteld, zijn niet van toepassing wanneer aan een of meerdere toepassingsvoorwaarde(n) niet is voldaan.
Dit kan met name het geval zijn indien:
- de fruitteler of de taxatieambtenaar in staat is te bewijzen, op grond van bewijskrachtige gegevens, dat de werkelijke winst aanzienlijk verschilt (in min of in plus) van de forfaitair bepaalde winst;
- de omstandigheden waarin het beroep wordt uitgeoefend afwijken van het normale.
Om van fraude te kunnen spreken, moet er een overtreding op de bepalingen van bovenvermeld wetboek, of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gedaan zijn met het oog de belasting te ontduiken.
De opgesomde elementen in de twee voorafgaande paragrafen zijn feitelijke gegevens die moeten worden beoordeeld volgens de omstandigheden eigen aan elk geval.
Bron: FisconetPlus
