Parlementaire vraag nr. 925 van de heer Leterme van 19.02.2002

VRAAG 02/925
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 143, blz. 18123-18124
Bull. nr. 834, pag. 437-439
Beginselen van behoorlijk bestuur - Administratieve briefwisseling - Vraag om inlichtingen
VRAAG
Het is niet de eerste keer dat ik via een schriftelijke vraag een precieze omschrijving wens van bepaalde termen die gebruikt worden bij de correspondentie tussen belastingplichtige en administratie. De vragen pogen een duidelijke relatie tussen belastingplichtige en administratie te creëren.
Onderstaande vragen betreffen de betekenis van de term "correspondent" en de waarde van het "document 332". Het document 332 wordt ook wel de "vraag om inlichtingen" genoemd. Ik vind er de volgende opmerkingen op terug:
  • "U gelieve derhalve de hierna gestelde vragen te beantwoorden binnen een termijn van een maand na de datum van verzending."
  • "Ik acht het nuttig u eveneens te wijzen op de bepalingen van artikel 351 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 - openbare orde - op grond waarvan de administratie de aanslag ambtshalve kan vestigen, onder meer in geval de belastingplichtige nagelaten heeft de gevraagde inlichtingen binnen de gestelde termijn te verstrekken."
  • "Ik acht het nuttig u eveneens te wijzen op de bepalingen van de artikelen 352, 445, 449 en 316."
1. Is u van mening dat de term "correspondent" geen andere betekenis heeft dan de aanduiding dat de ambtenaar die het dossier behandelt, optredende als correspondent, alle nuttige inlichtingen over het dossier moet kunnen verschaffen, waardoor de aanduiding als correspondent ook een verantwoordelijkheid impliceert?
2. Is u de mening toegedaan dat de term "correspondent" die vermeld wordt op document 332 dezelfde betekenis en verantwoordelijkheid draagt?
3. Kan u verklaren waarom de administratie blijft volhouden dat document 332 geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 (V 2131 - Bull. 710) betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, niettegenstaande het document verzonden is door een correspondent?
4. Is het juist dat indien document 332 geen document is zoals bepaald door de voornoemde wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994 (V 2317 - Bull. 741.), dit document geen invloed kan hebben bij het niet-beantwoorden ervan door de belastingplichtige?
5. Indien document 332 geen document is zoals bepaald door de voornoemde wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, welke betekenis hebben dan de voornoemde opmerkingen die vermeld staan op dit document?
ANTWOORD (minister van Financiën, 28.10.2002)
Ik merk op dat de door het geachte lid gestelde vragen nagenoeg identiek zijn aan de respectievelijke vragen met nummers 5, 7, 8, 9 en 10 van de parlementaire vraag nr. 905, van 6 februari 2002, gesteld door uw collega Volksvertegenwoordiger Marcel Hendrickx. Ik verwijs dan ook naar het antwoord op deze laatste. (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 143, blz. 18118.).