Parlementaire vraag nr. 198 van mevrouw Pieters van 10.01.2000
VRAAG 00/198
Vraag nr. 198 van mevrouw Pieters dd. 10.01.2000
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 148, blz. 18758-18761
Bull. nr. 842, pag. 2915-2919
Arbeidsongeval en beroepsziekte - Belastingvrijstelling
VRAAG
Bij arrest nr. 132/98 van 9 december 1998 van het Arbitragehof (Belgisch Staatsblad van 19 maart 1999) werd gesteld dat artikel 32bis van het WIB 64, thans artikel 34, § 1, 1°, WIB 92 een schending vormde van artikel 10 van de gecoö rdineerde Grondwet. De vergoedingen gestort met toepassing van de "arbeidsongevallenwetgeving " tot herstel van een blijvende ongeschiktheid, zonder dat er voor het slachtoffer van een arbeidsongeval of een beroepsziekte sprake was van een inkomstenderving, zijn immers niet meer belastbaar.
Uit een recente publicatie in het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2000 (blz. 76) blijkt dat twee belastingadministraties zich bij dit arrest inmiddels hebben aangesloten.
In de praktijk rijzen evenwel de volgende pertinente vragen voor de getroffen belastingplichtigen die in het verleden ten onrechte bedoelde sommen als een belastbaar beroepsinkomen hebben aangegeven.
1. Geldt de inhoud van dit Arbitragearrest voor:
a) zowel alle Belgische arbeiders als voor alle bedienden in de private sector;
b) alle federale ambtenaren;
c) alle ambtenaren van de communautaire gemeenschappen?
2. Vanaf welke precieze datum zullen de buitendiensten van alle betrokken belastingadministraties dit arrest in de praktijk concreet omzetten ten behoeve van de vele loontrekkers?
3. Heeft de in het arrest beoogde belastingvrijstelling inderdaad tegelijkertijd betrekking op:
a) een integrale vrijstelling inzake personenbelasting en aanvullende gemeentebelastingen;
b) het niet meer verschuldigd zijn van de voorheen ingehouden bedrijfsvoorheffing?
4.
A. Is dit arrest van het Arbitragehof van toepassing op alle schadevergoedingen toegekend als:
a) een eenmalig kapitaal;
b) een jaarlijkse rente;
c) een "volledig" herstel;
d) een "gedeeltelijk" herstel;
e) een pensioen?
B. Zal de nieuwe toelichtingbrochure bij de aangifte in de personenbelasting (aanslagjaar 2000) en het bericht aan de werkgevers daarbij eveneens in de vereiste zin worden aangepast?
5. Welke concrete verantwoordingsstukken dienen de schadelijders voortaan eventueel aan de onderzoekende belastingambtenaren voor te leggen tot staving van het definitief bekomen van de hen toekomende bronvrijstelling en de vrijstelling van personenbelasting ?
6. Om welke gegronde, zorgvuldige en wettige redenen werd de beslissing van de fiscale administraties blijkbaar voor het eerst slechts bekendgemaakt op 1 januari 2000, terwijl op die datum in principe nu net weer een verjaringstermijn inzake personenbelasting en bedrijfsvoorheffing was verstreken?
7.
a) Binnen welke termijnen en bij welke fiscale of gerechtelijke instanties, federale ombuds- en informatieambtenaren kunnen de talrijk geraakte loontrekkers zich rechtstreeks richten om de onmiddellijke terugvordering te bekomen van:
- het marginaal bedrag en tarief aan gevorderde personenbelasting;
- de ingehouden bedrijfsvoorheffing?
b) Kan ook de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing (de werkgever en/of de verzekeringsmaatschappij) een bezwaarschrift of een verzoekschrift inzake bedrijfsvoorheffing indienen bij de Documentatiecentra voor bedrijfsvoorheffing of bij de bevoegde gewestelijke directeurs?
8. In welke vorm (bezwaarschrift, verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing of klaagschrift), voor welke precieze aanslagjaren zowel inzake personenbelasting als inzake bedrijfsvoorheffing en bij toepassing van welke wetsbepalingen kunnen al deze loontrekkers en/ of schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing hun reclamatierecht uitoefenen, in acht genomen het feit dat dit arrest reeds geveld werd op datum van 9 december 1998 en de op die laatste datum nog bestaande onderzoeks-, aanslag- en bezwaartermijnen?
9. Voor het vellen van bedoeld arrest had de belastbaarheid onmiskenbaar ernstige financiële gevolgen voor vele loontrekkers met een gering inkomen.
Welke "positieve" maatregelen zullen de belastingadministraties nemen ten aanzien van die categorie van belastingplichtigen die helaas geen bezwaarschrift (meer) kan indienen? De beoogde nietigverklaring van artikel 32bis WIB 64 zou immers geen afbreuk mogen doen aan de essentiële beginselen van de rechterlijke organisatie en daarmee samenhangend aan de jurisdictionele waarborgen die elke burger moet toekomen.
10. Kan u, puntsgewijze, uw algemene ziens- en handelwijze weergeven in het licht van alle bestaande wettelijke en reglementaire bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en in het licht van een klantvriendelijk, zorgvuldig en behoorlijk fiscaal beleid?
ANTWOORD
Naar aanleiding van het arrest nr. 132/98 van 9 december 1998 van het Arbitragehof heeft het Parlement op mijn initiatief een wet gestemd waarbij het belastingstelsel werd gewijzigd van de vergoedingen wegens blijvende ongeschriktheid die worden toegekend in het kader van de wetgeving op de arbeidsongevallen en beroepsziekten. Terzake verwijs ik naar de wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de artikelen 34, § 1, en 39, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (Belgisch Staatblad van 4 augustus 2000).
Om de burgers zo goed mogelijk te informeren, heb ik het initiatief genomen om een informatiebrochure (300 000 exemplaren) aan de verkrijgers van dergelijke vergoedingen toe te sturen, waarin de nieuwe vrijstellingsregeling, evenals de procedures tot rechtzetting werden uiteengezet. Een exemplaar van deze brochure zal rechtstreeks aan het geacht lid worden toegezonden waarin hij het antwoord op de gestelde vragen gelieve te willen vinden.
Zowel de toelichting bij de aangifte in de personenbelasting als het bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten werden uiteraard in die zin aangepast.
