Parlementaire vraag nr. 2331 van mevrouw D'hondt van 31.03.2004
VRAAG 04/2331
Mondelinge vraag nr. 2331 van mevrouw D'hondt dd. 31.03.2004
Beknopt Verslag, Kamercommissie Sociale Zaken, Com 221, blz. 6-8
Belastinghervorming - Fiscale behandeling gezinspensioen
VRAAG
Dit dossier houdt me al lang bezig. Op een bepaald moment in de discussie over de gezinspensioenen is er een intermediair voorstel gekomen dat voorzag in de mogelijkheid van twee individuele pensioenen. Het stoort mij dat het debat wordt losgetrokken uit zijn historische context. Ik ben een voorstander van maximale participatie aan het arbeidsproces en de mogelijkheid om loopbaan en gezin te combineren. Ik heb echter de tijd nog meegemaakt dat loopbaanonderbreking nog niet werd gehonoreerd.
Wat ik uit het antwoord van vorige donderdag en uit de beslissingen in Oostende heb begrepen is dat men omwille van de administratieve complexiteit het intermediaire voorstel heeft verlaten. Wij hadden ook andere bezwaren tegen dat voorstel, omdat iemand met een te kleine eigen loopbaan niets aan dit voorstel had en het overlijden van de andere partner in zo'n systeem zeer negatieve gevolgen had.
Uit het antwoord aan mevrouw Van Gool blijkt dat decumulatie mogelijk wordt in functie van de loopbaanduur. Dit systeem heeft nadelen. Er ontstaat ongelijkheid tussen mensen die lange tijd deeltijds hebben gewerkt en mensen die korte tijd voltijds hebben gewerkt. Mensen die nu op pensioen zijn zonder of met een minimale loopbaan zullen geen garen spinnen bij dit voorstel. In tegenstelling tot wat men beweert, komt het voorstel niet tegemoet aan het arrest van het hof van beroep te Brussel uit 1982. Dat arrest heeft het over de 50/50-verdeling. Ik blijf streven naar een rechtvaardige, niet-discriminerende oplossing. Met dit voorstel zijn we er nog lang niet.
ANTWOORD (van de heer Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen)
Deze vraag bracht me ertoe de discussie aan te gaan met Financiën en met de RVP. Ik verwijs ook naar het artikel in De Standaard van de heer Wellens. Ik heb nooit beweerd dat wij het arrest van 1982 uitvoeren; wij herzien het artikel in functie van het arrest van 1982. Gedurende 22 jaar heeft nooit iemand gereageerd tegen artikel 35 WIB 92.
Na de fiscale hervorming rees de vraag of de gehuwde gepensioneerden wel beter af waren met de nieuwe fiscale aanpak. De RVP kan daarover geen eenduidig advies geven omdat hij niet over alle nodige informatie beschikt.
Behalve de administratieve rompslomp, is er de ingewikkeldheid. Het is dus niet zo eenvoudig dat je kan stellen: verzaak aan het gezinspensioen en opteer voor twee verschillende pensioenen.
Wij voeren nu een correctie uit op de ingreep van 1982. In een aantal situaties is dat voordeliger voor de betrokkenen. Het heeft geen weerslag op de bruto-pensioenen, noch op de inhoudingen, maar de fiscale wetgeving is van die aard dat het gezinspensioen wordt bekeken als twee pensioeninkomens. Het is echter onbegonnen werk om voor het verleden alles te herberekenen voor de gezinspensioenen. De RVP werkt daarom met loopbaanverhoudingen. Later zullen wel de individuele pensioenrechten worden berekend zodat de verdeelsleutel overeenkomt met de loopbaanbreuk en de hoogte van het pensioen. Dit is dus een goede en sluitende fiscale benadering.
WEDERVRAAG (van mevrouw D'hondt)
Het arrest waarnaar de minister verwijst is duidelijk inzake de opsplitsing van het gezinspensioen in twee gelijke helften. De tussenregeling of de regeling die de regering afsprak in Oostende is dat niet. Ik herinner mij de werkzaamheden rond de fiscale hervorming in de jaren tachtig. Ik had toen kritiek op de wet van 1982, maar de minister heeft nadien zelf meegeregeerd. De decumul werd voor iedereen doorgetrokken, behalve voor de gepensioneerden. Het is onredelijk dat de decumul niet geldt voor mensen die een gezinspensioen hebben. Er bestaat geen redelijk argument om hen dat recht te ontzeggen. Na Oostende is het fiscaal voordeel voor het gezinspensioen nog verminderd. Het is onheus dat deze groep niet mag genieten van de belastinghervorming.
WEDERANTWOORD (van de heer Vandenbroucke)
Tot nog toe ging de discussie steeds over het gezinspensioen waarvoor beide partners gewerkt hebben. Nu voegt mevrouw D'hondt ten onrechte daaraan ook de gezinspensioenen toe waarvoor niet allebei de partners werkten. De discussie ging over twee inkomens en één gezinspensioen. Dat werd uitgespit, daarom werd het basisprincipe herzien en werd beslist het gezinspensioen op te splitsen in twee pensioenen volgens de loopbaan.
Mondelinge vraag nr. 2331 van mevrouw D'hondt dd. 31.03.2004
Beknopt Verslag, Kamercommissie Sociale Zaken, Com 221, blz. 6-8
Belastinghervorming - Fiscale behandeling gezinspensioen
VRAAG
Dit dossier houdt me al lang bezig. Op een bepaald moment in de discussie over de gezinspensioenen is er een intermediair voorstel gekomen dat voorzag in de mogelijkheid van twee individuele pensioenen. Het stoort mij dat het debat wordt losgetrokken uit zijn historische context. Ik ben een voorstander van maximale participatie aan het arbeidsproces en de mogelijkheid om loopbaan en gezin te combineren. Ik heb echter de tijd nog meegemaakt dat loopbaanonderbreking nog niet werd gehonoreerd.
Wat ik uit het antwoord van vorige donderdag en uit de beslissingen in Oostende heb begrepen is dat men omwille van de administratieve complexiteit het intermediaire voorstel heeft verlaten. Wij hadden ook andere bezwaren tegen dat voorstel, omdat iemand met een te kleine eigen loopbaan niets aan dit voorstel had en het overlijden van de andere partner in zo'n systeem zeer negatieve gevolgen had.
Uit het antwoord aan mevrouw Van Gool blijkt dat decumulatie mogelijk wordt in functie van de loopbaanduur. Dit systeem heeft nadelen. Er ontstaat ongelijkheid tussen mensen die lange tijd deeltijds hebben gewerkt en mensen die korte tijd voltijds hebben gewerkt. Mensen die nu op pensioen zijn zonder of met een minimale loopbaan zullen geen garen spinnen bij dit voorstel. In tegenstelling tot wat men beweert, komt het voorstel niet tegemoet aan het arrest van het hof van beroep te Brussel uit 1982. Dat arrest heeft het over de 50/50-verdeling. Ik blijf streven naar een rechtvaardige, niet-discriminerende oplossing. Met dit voorstel zijn we er nog lang niet.
ANTWOORD (van de heer Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen)
Deze vraag bracht me ertoe de discussie aan te gaan met Financiën en met de RVP. Ik verwijs ook naar het artikel in De Standaard van de heer Wellens. Ik heb nooit beweerd dat wij het arrest van 1982 uitvoeren; wij herzien het artikel in functie van het arrest van 1982. Gedurende 22 jaar heeft nooit iemand gereageerd tegen artikel 35 WIB 92.
Na de fiscale hervorming rees de vraag of de gehuwde gepensioneerden wel beter af waren met de nieuwe fiscale aanpak. De RVP kan daarover geen eenduidig advies geven omdat hij niet over alle nodige informatie beschikt.
Behalve de administratieve rompslomp, is er de ingewikkeldheid. Het is dus niet zo eenvoudig dat je kan stellen: verzaak aan het gezinspensioen en opteer voor twee verschillende pensioenen.
Wij voeren nu een correctie uit op de ingreep van 1982. In een aantal situaties is dat voordeliger voor de betrokkenen. Het heeft geen weerslag op de bruto-pensioenen, noch op de inhoudingen, maar de fiscale wetgeving is van die aard dat het gezinspensioen wordt bekeken als twee pensioeninkomens. Het is echter onbegonnen werk om voor het verleden alles te herberekenen voor de gezinspensioenen. De RVP werkt daarom met loopbaanverhoudingen. Later zullen wel de individuele pensioenrechten worden berekend zodat de verdeelsleutel overeenkomt met de loopbaanbreuk en de hoogte van het pensioen. Dit is dus een goede en sluitende fiscale benadering.
WEDERVRAAG (van mevrouw D'hondt)
Het arrest waarnaar de minister verwijst is duidelijk inzake de opsplitsing van het gezinspensioen in twee gelijke helften. De tussenregeling of de regeling die de regering afsprak in Oostende is dat niet. Ik herinner mij de werkzaamheden rond de fiscale hervorming in de jaren tachtig. Ik had toen kritiek op de wet van 1982, maar de minister heeft nadien zelf meegeregeerd. De decumul werd voor iedereen doorgetrokken, behalve voor de gepensioneerden. Het is onredelijk dat de decumul niet geldt voor mensen die een gezinspensioen hebben. Er bestaat geen redelijk argument om hen dat recht te ontzeggen. Na Oostende is het fiscaal voordeel voor het gezinspensioen nog verminderd. Het is onheus dat deze groep niet mag genieten van de belastinghervorming.
WEDERANTWOORD (van de heer Vandenbroucke)
Tot nog toe ging de discussie steeds over het gezinspensioen waarvoor beide partners gewerkt hebben. Nu voegt mevrouw D'hondt ten onrechte daaraan ook de gezinspensioenen toe waarvoor niet allebei de partners werkten. De discussie ging over twee inkomens en één gezinspensioen. Dat werd uitgespit, daarom werd het basisprincipe herzien en werd beslist het gezinspensioen op te splitsen in twee pensioenen volgens de loopbaan.
Bron: FisconetPlus
