Parlementaire vraag nr. 1155 van de heer Daems van 05.12.1997

VRAAG 97/1155

Vraag nr. 1155 van de heer Daems dd. 05.12.1997


Bull. nr. 788, pag. 2758

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 145, blz. 19951-19952

Voorlegging boeken.

VRAAG

Krachtens de bepalingen van artikel 61, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, hebben de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, het recht om de boeken en stukken, die overeenkomstig artikel 60 moeten worden bewaard, alsmede de overeenkomstig § 1, tweede lid, gemaakte kopieën, tegen afgifte van een ontvangstbewijs te behouden, telkens wanneer zij menen dat de boeken, stukken of kopieën de verschuldigdheid van een belasting of een geldboete in hoofde van de betrokkene of van derden aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen.

Er zijn mij heel wat gevallen bekend waarbij ook de ambtenaren van de directe belastingen, met het oog op een belastingcontrole, vaak gedurende een zeer lange periode boeken en bescheiden van belastingplichtigen in hun bezit houden, zonder dat zij hiervoor een ontvangstbewijs hebben uitgereikt.

1. Op grond van welke wetgeving kunnen de ambtenaren van de directe belastingen boeken en -bescheiden van belastingplichtigen meenemen naar hun kantoor?

2. Is u niet van mening dat een limiet moet worden gesteld aan de termijn waarbinnen bedoelde ambtenaren deze boeken en bescheiden in hun bezit kunnen houden, aangezien deze stukken vaak onmisbaar zijn voor het vervullen van andere administratieve verplichtingen?

3. Is u niet van mening dat deze ambtenaren, net zoals de ambtenaren van de BTW-administratie, verplicht zouden moeten worden terzake een ontvangstbewijs uit te reiken?

ANTWOORD

Voor de toepassing van de inkomstenbelastingen, kan de administratie, op grond van artikel 315 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, de belastingplichtige verzoeken zijn boeken en bescheiden voor te leggen, zonder verplaatsing, dat wil zeggen die ter plaatse voor te leggen. De aanslagambtenaar mag dan ook niet eisen dat boekhoudkundige stukken naar de kantoren van de administratie worden gebracht.

Indien de belastingplichtige instemt met het voorleggen ten kantore en hij uitdrukkelijk om een ontvangstbewijs verzoekt, dient de betrokken ambtenaar hem een dergelijk bewijs te overhandigen.