Parlementaire vraag nr. 2515 van mevrouw Barbara Pas van 29.01.2019

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2018-2019, QRVA 54/181, d.d. 28.02.2019, blz. 82

Weigering toegang tot bedrijfspanden bij belastingcontrole

VRAAG

In een arrest van 16 december 2003 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat de ambtenaren van de FOD Financiën, op grond van de aan hen verleende bevoegdheden, overeenkomstig artikel 319 van het WIB 92 en artikel 63 van het CTVA, zonder voorafgaande kennisgeving toegang hebben tot de lokalen en ze ook kunnen bezoeken om de documenten en boeken in de lokalen te raadplegen, zonder dat zij de instemming van de belastingplichtige hoeven te vragen.

Een belastingplichtige die de toegang tot belastingambtenaren weigert, kan worden beboet en strafrechtelijk worden vervolgd.

Kan een belastingplichtige de toegang tot zijn bedrijfspand tijdens een controle weigeren aan een ambtenaar die een of meer ostentatieve tekenen van een geloofsovertuiging draagt en kan hij verzoeken om door een andere persoon te worden gecontroleerd met het oog op het opleggen van een administratieve sanctie?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 319 van het wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) zijn natuurlijke of rechtspersonen gehouden aan de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs en belast met het verrichten van een controle of een onderzoek betreffende de toepassing van de inkomstenbelastingen, tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot de beroepslokalen.

Overeenkomstig artikel 63 van het btw-Wetboek moet eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend.

Het opzichtig dragen van "ostentatieve tekenen van een welbepaalde religieuze overtuiging" is niet toegelaten voor de personeelsleden van de FOD Financiën die in contact komen met het publiek.

De personeelsleden van de FOD Financiën dienen immers het neutraliteitsprincipe -zoals vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid van het Statuut van het Rijkspersoneelnauwgezet na te leven.

Toelichting bij het "neutraliteitsprincipe" wordt gegeven in de omzendbrief nr. 573 van 17 augustus 2007 met betrekking tot "het deontologisch kader voor de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt" (Belgisch Staatsblad van 27 augustus 2007): "De ambtenaren oefenen hun ambt neutraal uit. Zij zorgen ervoor, met inachtneming van hun grondwettelijke rechten, dat hun deelname aan of betrokkenheid bij politieke of levensbeschouwelijke activiteiten, het vertrouwen van de gebruiker in de onpartijdige, neutrale en loyale uitoefening van hun ambt, niet schaadt".

Indien er een inbreuk op deze regelgeving wordt vastgesteld is de leidinggevende ertoe gehouden om de nodige maatregelen te nemen.

Anderzijds beschikt de burger over de mogelijkheid om een klacht in te dienen betreffende de kwaliteit van de dienstverlening via de internetsite van de FOD Financiën, indien hij vaststelt dat deze niet verloopt conform de regels, ook inzake neutraliteit.