Parlementaire vraag nr. 5 van de heer Van der Maelen van 31.08.2007
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2007, nr. 001, blz. 5-7
Dubbelbelastingverdragen
VRAAG
België heeft met meer dan 80 landen een overeenkomst gesloten tot voorkoming van dubbele belasting. Op enkele uitzonderingen na bevatten deze overeenkomsten een artikel (doorgaans artikel 26) dat informatie- uitwisseling van fiscale gegevens van belastingplichtigen mogelijk maakt. Bijna alle door België gesloten overeenkomsten zijn gebaseerd op de OESO-modelovereenkomst.
Deze OESO-modelovereenkomst is reeds verschillende keren aangepast. Ook het artikel 26, dat de informatie-uitwisseling mogelijk maakt, is in de loop der jaren een aantal keren gewijzigd. De laatste wijziging dateert van 2004. Twee paragrafen, die een aantal beperkingen opheffen, werden toen toegevoegd aan het artikel. Sindsdien heeft België verschillende dubbelbelastingverdragen gesloten, onder andere met de VS, Ghana, San Marino, Macao, Marokko en Singapore.
Opvallend is dat er geen duidelijke lijn zit in deze recent gesloten verdragen, meer bepaald wat betreft het artikel dat informatie-uitwisseling mogelijk maakt. Het verdrag met de VS bevat beide nieuwe paragrafen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag, de verdragen met Macao en de Seychellen bevatten één van de twee nieuwe paragrafen en de verdragen met Ghana, Marokko, San Marino en Singapore bevatten geen van beide nieuwe paragrafen.
Kunt u meedelen waarom deze verdragen van elkaar verschillen voor wat betreft de informatie-uitwisseling ?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 04.10.2007)
De dubbelbelastingverdragen die recentelijk werden gesloten met de Verenigde Staten, Ghana, Macao, Marokko, San Marino en Singapore bevatten inderdaad bepalingen betreffende de uitwisseling van inlichtingen die van verdrag tot verdrag verschillen.
De verantwoording hiervoor dient in de eerste plaats gezocht in de chronologie. De onderhandelingen voor de verdragen met Ghana, Marokko en San Marino werden immers vóór 2005 gevoerd, dit wil zeggen voordat de Raad van de OESO de zesde bijwerking van het OESO-modelverdrag van fiscale overeenkomst had aangenomen. Het is die zesde bijwerking die de nieuwe paragrafen 4 en 5 in 2005 - en niet in 2004 - heeft bijgeschreven in de bepaling betreffende de uitwisseling van inlichtingen.
De onderhandelingen voor de verdragen met de Seychellen en Macao werden eind 2005 aangevat. Die verdragen bevatten dus de nieuwe paragraaf 4 van artikel 26 van het OESO-modelverdrag van fiscale overeenkomst.
Wat nu § 5 van datzelfde artikel 26 betreft, heeft België een voorbehoud gemaakt dat is opgenomen in de OESO-commentaar bij de bepaling in kwestie. Die paragraaf bepaalt inderdaad dat de grenzen die aan de uitwisseling van inlichtingen zijn gesteld niet mogen worden ingeroepen om de uitwisseling te beletten van inlichtingen die in het bezit zijn van banken. Ik herinner eraan dat een dergelijke bepaling in tegenspraak is met de beginselen van artikel 318 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Ze werd dus niet opgenomen in het Belgisch standaardmodel van fiscale overeenkomst dat eind augustus op de website van de FOD Financiën werd gepubliceerd. Bij inzage van die tekst zal het geachte lid kunnen vaststellen dat § 5 in kwestie niet voorkomt in het artikel aangaande de uitwisseling van inlichtingen.
Het is zo dat het bepaalde in artikel 25, § 5 van het onlangs gesloten Verdrag met de Verenigde Staten toestaat om bankinformatie uit te wisselen, zelfs indien de belastingwetgeving of de administratieve praktijk van een Staat normaal niet toestaat dat die inlichtingen worden uitgewisseld. Die uitwisseling wordt evenwel beperkt tot inlichtingen die het voorwerp uitmaken van een vraag van de andere overeenkomstsluitende Staat en die tegelijk betrekking hebben op één welbepaalde belastingplichtige en één welbepaalde bank. Die bepaling is een belangrijk onderdeel van het globaal akkoord dat het sluiten van het nieuwe Belgisch-Amerikaanse Verdrag heeft mogelijk gemaakt.
Het verdrag met Singapore, waarover in 2006 werd onderhandeld, bevat daarentegen geen enkele van de twee nieuwe paragrafen die inzake de uitwisseling van inlichtingen door de OESO worden aangeraden. Dat is het gevolg van het feit dat Singapore weigert om dergelijke bepalingen in zijn verdragen op te nemen, met name omdat de interne wetgeving van dat land momenteel niet toestaat om inlichtingen in te winnen die niet noodzakelijk zijn voor het toepassen van zijn belastingwetgeving.
