Parlementaire vraag nr. 706 van mevrouw Cécile Cornet van 03.11.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/072 d.d. 16.12.2021, blz. 139

Belgische wetgeving. - Gebruik van de zwarte lijst van belastingparadijzen

VRAAG (van mevrouw Cornet)

De EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties werd op 5 oktober 2021 door de Raad Ecofin geüpdatet. Na deze update zijn er nog negen gebieden opgenomen in de bijlage I - de zwarte lijst - en vijftien in de bijlage II - de grijze lijst. Tijdens de debriefing van de vergaderingen van de Raad Ecofin en de Eurogroep van 4 en 5 oktober, die op 27 oktober 2021 in de commissie plaatsvond, hebt u onderstreept dat onze wetgeving verder gaat dan deze zwarte lijst. Zo verwijst onze wetgeving naar een uitgebreidere lijst dan alleen de zwarte lijst, meer bepaald wanneer het gaat over het aangeven van belastingconstructies.

1. Kunt u een lijst bezorgen van de fiscale bepalingen waarin er verwezen wordt naar de zwarte lijst van belastingparadijzen van de EU?

2. Kunt u in die lijst aangeven in welke van die bepalingen er verwezen wordt naar een uitgebreidere lijst dan louter de zwarte lijst?

3. Kunt u een lijst bezorgen van de fiscale bepalingen waarin er verwezen wordt naar de grijze lijst van belastingparadijzen van de EU die niet in de bovenstaande lijst opgenomen zouden zijn?

4. Bestaan er - buiten de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting - regelgevingen die niet uitdrukkelijk naar de zwarte of grijze lijst verwijzen maar die specifieke fiscale bepalingen bevatten wanneer bepaalde landen betrokken zijn?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. Er zijn vijf fiscale maatregelen die gekoppeld zijn aan de rechtsgebieden die worden geplaatst onder bijlage I, de zogenaamde EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden. Ten eerste de verplichte aangifte van bepaalde buitenlandse betalingen door vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-inwoners (artikel 307, § 1/2 WIB 92). Ten tweede de niet aftrekbaarheid van bepaalde kosten in hoofde van Belgische vennootschappen of vennootschappen onderworpen aan de belasting van niet-inwoners (artikel 198, 10° WIB 92 juncto 307, § 1/2 WIB 92). Entiteiten die niet voldoen aan de aangifteplicht voor buitenlandse betalingen kunnen deze betaling niet in aftrek brengen als kost. Hetzelfde geldt indien de betaling wel werd aangegeven, maar niet wordt bewezen dat zij in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen werd gedaan en met personen andere dan artificiële constructies is verricht. Ten derde is de zogenaamde Belgische "CFC-regelgeving" automatisch van toepassing op een vennootschap die is gevestigd in een rechtsgebied dat voorkomt op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden, ongeacht de minimum participatie of de minimum taxatie (artikel 185/2 WIB 92). Ten vierde is de kaaimantaks verschuldigd door Belgische inwoners (natuurlijke personen) die vermogens bezitten in laag belaste vermogensstructuren, zoals trustachtige figuren of vennootschappen (zogenoemde "juridische constructies") in rechtsgebieden die op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden voorkomen. De taks wordt geheven in hoofde van de oprichter /inbrenger/erfgenaam alsof deze de inkomsten rechtstreeks heeft ontvangen (fiscale transparantie). Tot slot, ten vijfde, komen dividenden niet in aanmerking voor de aftrek als "definitief belaste inkomsten" indien zij afkomstig zijn uit een rechtsgebied dat voorkomst op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden (artikel 203, § 1, 1° WIB 92).

2. De zonet door mij aangehaalde maatregelen met betrekking tot de niet-aftrekbaarheid van definitief belaste inkomsten en de niet-aftrekbaarheid van kosten zijn niet enkel van toepassing op de landen opgenomen in de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden (bijlage I), maar gelden ook ten aanzien van andere rechtsgebieden die voorkomen op afzonderlijke nationale lijsten.

3. Er worden geen maatregelen gekoppeld aan de rechtsgebieden die worden geplaatst op de zogenaamde grijze lijst (bijlage II) aangezien deze gebieden toegezegd hebben de nodige hervormingen door te voeren om te voldoen aan alle criteria van de Europese Unie op het vlak van transparantie en eerlijke belastingconcurrentie.

4. Er bestaan verschillende fiscale maatregelen die niet specifiek verwijzen naar een landen lijst. Ten eerste met betrekking tot verrekenprijzen. Abnormale of goedgunstige voordelen worden aan de belastbare basis toegevoegd indien die worden toegekend aan een belastingplichtige of buitenlandse inrichting gevestigd in een rechtsgebied zonder inkomstenbelasting of met een aanzienlijk gunstigere belastingregeling. Vervolgens zijn intresten, royalty's of vergoedingen voor diensten niet aftrekbaar als kost indien deze werden betaald aan een niet-inwoner of aan een buitenlandse inrichting gevestigd in een rechtsgebied zonder inkomstenbelasting of met een aanzienlijk gunstigere belastingregeling. Ten derde zijn er intrestaftrekbeperkingen voor leningen tussen groepsvennootschappen indien de genieter niet onderworpen is inkomstenbelasting of aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling. Ten vierde komt de aftrek van de groepsbijdrage enkel in aanmerking indien de betrokken buitenlandse vennootschap gevestigd is in de Europese Economische Ruimte en niet geniet van een speciaal belastingregime. Verder kan, behoudens tegenbewijs, de fiscus betalingen van bepaalde inkomsten (aandelen, obligaties, patenten, enz.) buiten beschouwing laten indien deze werden verkregen door een niet-inwoner die niet is onderworpen aan inkomstenbelasting of aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling. Tenslotte verwijzen de maatregelen uit het antwoord op punt 1 met betrekking de niet-aftrekbaarheid van definitief belaste inkomsten en de CFC regels zowel naar de EU-lijst als naar gebieden zonder inkomstenbelasting, met een speciaal belastingregime of aanzienlijk gunstigere belastingen, of met een andere speciale voordelige belastingregeling.