Parlementaire vraag nr. 7822 van de heer Chabot van 12.07.2005

VRAAG 05/7822

Mondelinge vraag nr. 7822 van de heer Chabot dd. 12.07.2005


Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 680, blz. 10-12

Fiscale harmonisering - Cel 'Verrekenprijzen' - Antirechtsmisbruikbepaling - DBI - Verliescompensatie

VRAAG

De grote vennootschapsgroepen delen drie prioriteiten. Op de eerste plaats willen ze hun inkomsten tegen de laagst mogelijke fiscale kosten repatriëren. In L'Echo de la Bourse van 23 mei 2005 stond dat ze tegelijk aan de dubbele belasting willen ontsnappen en van de diverse nationale fiscale regelgevingen profiteren. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Europese richtlijnen is die eerste verzuchting minder prioritair.

De tweede prioriteit bestaat erin de inkomsten te laten belasten waar dat fiscaal het gunstigst is (wat het probleem van de verrekenprijzen tussen ondernemingen van eenzelfde groep doet ontstaan).

De derde prioriteit is de aanwending van fiscale stimuli door bepaalde lidstaten. In dat verband wordt in de krant van dezelfde dag melding gemaakt van de omwenteling die door de internationale fiscale planning wordt veroorzaakt.

In het kader van die problematiek zou ik u volgende vragen willen stellen. Bestaat er, afgezien van de cel "verrekenprijs", in uw departement een dienst die de vooruitzichten onderzoekt die verband houden met de internationale fiscale harmonisatie? Is er een versterkte samenwerking gepland tussen de betrokken diensten (Grote ondernemingen, BTW-diensten geschillen en fiscale procedure) en zo ja, wie oefent daar toezicht op uit? Zijn de aan de internationale fiscale planning gewijde verslagen beschikbaar? Beschikt u over statistieken over de weerslag van de nieuwe praktijken inzake internationale planning (verlaging van de tarieven van de vennootschapsbelasting tot minder dan 15 %, Europese richtlijnen inzake dividenden en interesten, enz.)?

Ten slotte heeft de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een grote invloed op de internationale fiscale planning. Het meest verwachte arrest is dat betreffende Marks Spencer, een Britse groep die verlies maakte in zijn buitenlandse filialen en dat verlies in het Verenigd Koninkrijk wilde aftrekken op grond van het feit dat de Britse wetgeving bepaalt dat verlieslatende vennootschappen in Groot-Brittannië binnenlandse vennootschappen moeten zijn of hun activiteiten op Brits grondgebied moeten uitoefenen. Dat arrest dreigt gevolgen te hebben voor de op de verliezen van toepassing zijnde fiscale regeling, de werkgelegenheid en eventuele delokalisaties; heeft u dienaangaande overleg gepleegd met de federale en gewestministers van Economie en Werkgelegenheid? Zou onze commissie daaraan geen vergadering moeten wijden?

ANTWOORD (van de heer Jamar, Staatssecretaris)

Volgens het organiek reglement van het ministerie van Financiën is de administratie van fiscale zaken belast met de internationale betrekkingen op het stuk van de belastingen en van de harmonisering van de fiscale stelsels op nationaal en internationaal vlak. De cel "Verrekenprijzen" die in 2004 binnen het raam van de dienst "Grote Ondernemingen" werd opgericht, werkt in nauwe samenwerking met de controlecentra van de AOIF ten behoeve van welke zij als referentie- en documentatiebron fungeert. Daarnaast is er een stuurgroep "Verrekenprijzen" die bestaat uit ambtenaren die ter zake over een bijzondere kennis beschikken en uit vertegenwoordigers van de verschillende diensten die bij de reglementering ter zake betrokken zijn.

Nu is de administrateur-generaal van de belastingen en van de invordering met de coördinatie belast. In de toekomst zal de administratie van de grote ondernemingen voor de coördinatie inzake directe belastingen en BTW, m.i.v. de geschillen, instaan.

De belastingsadministratie is zich ervan bewust dat de multinationals aan fiscale planning doen. In dat verband vestig ik uw aandacht op bepaalde bepalingen van het WIB die tot doel hebben onrechtmatige fiscale planning te bestrijden.

Volgens artikel 344, §1, van het Wetboek kan de juridische kwalificatie die aan een akte waardoor een economische operatie wordt verwezenlijkt, wordt gegeven niet aan de administratie der directe belastingen worden tegengeworpen wanneer de administratie vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken.

Krachtens artikel 203, § 1, eerste lid van het Wetboek zijn dividenden die verleend of toegekend worden door een vennootschap die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België (m.a.w. waar het gemeenrechtelijk nominaal tarief op de winsten van de vennootschap of het tarief dat met de werkelijke belastingdruk overeenstemt, lager is dan 15 procent), niet aftrekbaar als definitief belaste inkomsten. Artikel 73quater van het Wetboek omvat in dat verband een lijst van de betrokken landen. De advocaat-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft zijn conclusies in de zaak "Marks Spencer" ingediend op 7 april jongstleden. Als het Hof dat advies volgt, zou het arrest enkel gevolgen moeten hebben voor lidstaten waar de verliezen afgetrokken mogen worden van de filialen op hun grondgebied, niet van de filialen in andere lidstaten. Aangezien er in België niet aan fiscale consolidatie gedaan wordt, zou het arrest geen implicaties moeten hebben voor onze regeling inzake verrekening van de verliezen. Het beleggen van een vergadering van de commissie voor de Financiën en de Begroting lijkt mij op dit moment dan ook voorbarig. Als de Belgische belastingregeling inzake verliezen tengevolge van het arrest van het Hof op losse schroeven zou worden gezet, moeten de gevolgen van de uitspraak van het Hof natuurlijk onderzocht worden, en moet samen met de betrokken instanties nagegaan worden hoe we een en ander kunnen ondervangen.