Parlementaire vraag nr. 1380 van de heer de Clippele van 27.06.2001
VRAAG 01/1380
Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-65, blz. 3662
Verrekening bedrijfsvoorheffing - Faillissement
VRAAG
In het geval van een faillissement is men aan de werknemers van het failliete bedrijf een vergoeding verschuldigd waarop bedrijfsvoorheffing van toepassing is.
Bij tal van belangrijke faillissementen heeft men vastgesteld dat de curator die de bedrijfsvoorheffing moet afhouden, die voorheffing niet doorstort naar de Schatkist en dat krachtens de regels die de kwestie van de voorrechten regelen.
Bij een dergelijke procedure houdt de curator zich aan de instructies van het ministerie van Financiën en vermeldt hij bijgevolg op blad 281.10 enkel het nettobedrag van de vergoeding die de werknemer heeft ontvangen (zonder de ingehouden bedrijfsvoorheffing).
Het hof van beroep van Brussel was op 22 februari 2001 echter van mening dat het niet-doorstorten van de bedrijfsvoorheffing naar de Schatkist geen beletsel vormt voor de boeking ervan bij de berekening van de belasting die verschuldigd is door de trekker van een vergoeding.
1. Waarop is de instructie van het ministerie van Financiën gebaseerd, die zegt dat de curator van een faillissement op blad 281.10 enkel het nettobedrag van de vergoeding dient te vermelden?
2. Stemt de administratie in met het arrest van het hof van beroep van Brussel van 22 februari 2001?
Indien neen:
a) Op welke wettelijke basis beroept de administratie zich als ze bij haar standpunt blijft met betrekking tot het niet-boeken van de ingehouden, maar niet naar de Schatkist doorgestorte bedrijfsvoorheffing bij de berekening van de belasting die verschuldigd is door de trekker van de vergoeding?
b) Is dat niet in tegenspraak met de commentaar van de administratie zelf (
Com. IB 312/42)?
c) Heeft de administratie cassatieberoep aangetekend tegen het arrest van het hof van beroep van Brussel van 22 februari 2001?
ANTWOORD
Ik bevestig aan het geachte lid dat de werkelijk ingehouden bedrijfsvoorheffing steeds verrekenbaar is, met inbegrip van de gevallen van faillissement.
Het ontwerp van programmawet van december 2002 voorziet een aanpassing in die zin van artikel 296 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Bron: FisconetPlus
