Parlementaire vraag nr. 398 van mevrouw Pieters van 24.05.2004

VRAAG 04/398

Vraag nr. 398 van mevrouw Pieters dd. 24.05.2004


Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22183-22184

Groepsverzekering - Bedrijfsleiders - 80%-regel - Begrip 'normale jaarbezoldiging'

VRAAG

Luidens artikel 59 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood als beroepskosten aangemerkt op voorwaarde onder meer dat de wettelijke en extrawettelijke toekenningen naar aanleiding van de pensioenregeling, uitgedrukt in jaarlijkse renten, niet meer bedragen dan 80% van de «laatste» normale bruto-«jaar»-bezoldiging en worden berekend naar de normale duur van een beroepswerkzaamheid.

Op grond van artikel 195, § 1, tweede lid, en § 2, WIB 1992, is, behoudens indien de overeenkomsten enkel voorzien in voordelen bij overlijden, dezelfde beperking van toepassing op premies van levensverzekeringen betreffende overeenkomsten die in het voordeel van de vennootschap op het hoofd van bedrijfsleiders zijn gesloten.

De algemene praktische vraag rijst echter met welk «laatste» «normale» bruto-«jaar»-bezoldigingen in elk van de vier onderstaande gevallen er precies rekening moet gehouden worden bij de becijfering van die 80%-regel.

A) Wanneer het eerste boekjaar langer is dan twaalf maanden ?

B) Wanneer het eerste boekjaar korter is dan twaalf maanden ?

C) Wanneer de jaarrekening niet afsluit per kalenderjaar ?

D) Wanneer de eerste jaarpremie betaald of geboekt wordt in het eerste (al dan niet verlengde) boekjaar en die premie niet op de volledige periode van dat boekjaar betrekking heeft ?

1. Moeten inzake vennootschapsbelasting alle berekeningen en in aanmerking te nemen bestanddelen proportioneel of evenredig worden herleid tot een periode van precies 12 (laatste) maanden of tot een volledig kalender- of burgerlijk jaar ?

2. Welke rechtsregels en/of verdeelsleutels dienen er zonodig te worden gehanteerd en wanneer is er telkens sprake van een «abnormaal» schommelende maanden/ of laatste jaarbezoldiging ?

3. Graag uw algemene praktische ziens- en handelwijze in het licht van voornoemde wettelijke bepalingen en in het licht van de bepalingen van de artikelen 34 en 35 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 28.03.2006)

Bij gebrek aan een aantal noodzakelijke beoordelingselementen, zijn de door het geachte lid in haar vraag verstrekte gegevens onvoldoende om een definitief en eenvormig standpunt in te nemen met betrekking tot de fiscale gevolgen van de verschillende voorgelegde gevallen. Bijgevolg zouden verschillende hypotheses in aanmerking moeten worden genomen en zal enkel een onderzoek van de feitelijke en juridische omstandigheden voor elk concreet beoogd geval afzonderlijk toelaten een standpunt op fiscaal vlak in te nemen.

Indien het geachte lid mij de concrete gegevens (de voorwaarden voorzien in het levensverzekeringscontract, de al dan niet uitoefening van een beroepsactiviteit van het personeelslid die de genieter van het contract is voor de oprichting van de vennootschap, de datum van indiensttreding in de nieuw opgerichte vennootschap, enzovoort) van een bepaalde situatie voorlegt, ben ik bereid dit te laten onderzoeken van zodra mij de nodige inlichtingen zullen overgemaakt zijn.

Abnormale bezoldigingen zijn overdreven betalingen of toekenningen die uitzonderlijk of toevallig gedurende een bepaald jaar zijn betaald of toegekend en alleen tot doel hebben de voormelde grens van 80% zoals bedoeld in artikel 59, § 1, 2° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) te omzeilen. De beoordeling hangt af van een geheel van feitelijke omstandigheden die voor elk geval afzonderlijk moeten worden onderzocht. Die bezoldigingen komen in geen geval in aanmerking voor het bepalen van de in artikel 59, WIB 1992 bedoelde grens.